<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:4818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:19:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/952583-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4818">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-28T16:54:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:4818 Rechtbank Overijssel , 27-10-2015 / 08/952583-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4818:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel oordeelt dat een veroordeelde man voor bijna 220.000 euro aan crimineel verdiend geld moet inleveren bij de Staat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4818:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/952583-14</para>
      <para>Datum vonnis: 27 oktober 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] (Somalië),</para>
      <para>wonende in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 221.950,09.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2015. Veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.M. Veldman, advocaat in Breda, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
      <para>Op de terechtzitting van 13 oktober 2015 heeft de officier van justitie mr. K. de Valk zijn vordering gehandhaafd. De verdediging heeft de vordering inhoudelijk niet weersproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 27 oktober 2015 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 12 mei 2014 is door verbalisanten van de regiopolitie Twente in de woning van veroordeelde op het adres [adres] in Enschede een in werking zijnde hennepkwekerij met 600 hennepplanten aangetroffen. Naar aanleiding van de vondst van deze hennepkwekerij is een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank het aannemelijk dat veroordeelde vier keer heeft geoogst. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat per oogst gemiddeld 673 hennepplanten zijn geteeld. Bij het vaststellen van het door de veroordeelde daarmee wederrechtelijk verkregen voordeel hanteert de rechtbank als uitgangspunt de standaardberekening en normen, zoals vastgelegd in het door het Bureau Ontneming Openbaar Ministerie (BOOM) uitgebrachte rapport met daarin een standaard berekening en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht, zoals dat gold ten tijde van de oogsten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu het daadwerkelijke aantal planten per vierkante meter niet bekend is, wordt uitgegaan van vijftien planten per vierkante meter en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram per plant. De opbrengst van de hennep bedraagt € 3.280,-- per kilo. De bruto opbrengst per oogst bedraagt € 62.249,81. Met betrekking tot de kosten worden de volgende uitgangspunten op grond van het BOOM-rapport gehanteerd, telkens per oogst: </para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>afschrijvingskosten bij 600-699 planten bedragen € 400,--;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de inkoopprijs van de stekken bedraagt € 2,85 per stek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de overige variabele kosten bedragen € 3,33 per plant;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de kosten voor knippers bedragen € 2,-- per plant; </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door energieleverancier Enexis B.V. is rekening gehouden met vier eerdere oogsten. Het totaalbedrag aan weggenomen energie, arbeidskosten, materiaal en administratiekosten bedraagt € 5.739,75, welke kosten op de opbrengst in mindering worden gebracht.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het onderhavige dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat naast de veroordeelde een derde profijt heeft gehad van het door de veroordeelde behaalde voordeel. De rechtbank ziet hierin reden om het wederrechtelijk genoten voordeel geheel aan de veroordeelde toe te rekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank de volgende berekening vast:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>bruto opbrengst 4 oogsten x € 62.249,81		  € 248.999,24</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>afschrijvingskosten 4 oogsten x € 400,--			- €     1.600,--</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>inkoopprijs stekken € 2,85 x 673 x 4 oogsten		- €     7.672,20</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>variabele kosten € 3,33 x 673 x 4 oogsten		- €     8.964,36</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kosten knippers € 2,-- x 673 x 4 oogsten		- €     5.384,--</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>elektriciteitskosten 4 oogsten				- €     5.739,75</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt dan ook op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 219.638,93. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij deze beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 219.638,93. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 219.638,93 (tweehonderdnegentienduizend zeshonderdachtendertig euro en drieënnegentig eurocent); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 219.638,93 (tweehonderdnegentienduizend zeshonderdachtendertig euro en drieënnegentig eurocent) aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. H. Stam en </para>
      <para>mr. A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Louter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>