<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:4589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T17:07:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.955033-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4589">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-12T14:51:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:4589 Rechtbank Overijssel , 12-10-2015 / 08.955033-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4589:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een man uit Ruurlo tot een geldboete van 500 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden voor het veroorzaken van gevaar op de weg. De man heeft als bestuurder van een Volkswagen Transporter op 10 oktober 2014 gevaar op de weg veroorzaakt. Hij heeft de voor hem ontstane file op de N50 niet tijdig gezien.  Hierdoor heeft een aanrijding plaatsgevonden ten gevolge waarvan de bestuurder van de laatste auto in de file is overleden. </para>
      <para />
      <para>De rechtbank oordeelt dat daarbij geen andere verkeersfouten zijn gemaakt en dat de man zich niet zeer, althans aanmerkelijk onoplettend en/of onvoorzichtig heeft gedragen, zodat geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. </para>
      <para />
      <para>De nabestaanden zullen moeten leven met het gegeven dat hun dierbare er niet meer is ten gevolge van een noodlottig ongeval. Ook de man zal verder moeten leven met de gedachte dat hij, onbedoeld en ongewild, betrokken is geraakt bij de dood van een andere verkeersdeelnemer. Het leed van de nabestaanden van het slachtoffer kan niet tot uitdrukking worden gebracht in de hoogte van de op te leggen straf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4589:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.955033-15 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 12 oktober 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.H. Agelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. C.S.P.M. de Kock, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich op 10 oktober 2014 te Kampen als bestuurder van een bedrijfsauto zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waarbij [slachtoffer] is overleden, althans dat door verdachtes gedragingen gevaar op de weg is veroorzaakt waardoor er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 10 oktober 2014 te Kampen in de gemeente Kampen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede gaande in de richting Zwolle, heeft gereden over de rechter rijstrook van de uit twee rijstroken bestaande rijbaan van de weg, de N50 en zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl in zijn, verdachtes rijrichting, op een afstand van respectievelijk 1 kilometer en 300 meter voor de plaats waar voormelde rijstroken werden samengevoegd, de borden L5 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 inhoudende: "Einde rijstrook" in de gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm waren geplaatst en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">het uitzicht op geen enkele wijze voor hem, verdachte werd belemmerd en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voor hem uit, op die weg een langzaam rijdende, dan wel stilstaande file was ontstaan,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg, de N50 en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (N50)kon overzien en waarover deze vrij was en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met één of meer voor hem, verdachte uit over die weg langzamer rijdende en/of stilstaande andere motorrijtuig/en (personenauto's),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 10 oktober 2014 te Kampen in de gemeente Kampen, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede gaande in de richting Zwolle, heeft gereden over de rechter rijstrook van de uit twee rijstroken bestaande rijbaan van de weg, de N50 en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl in zijn, verdachtes rijrichting, op een afstand van respectievelijk 1 kilometer en 300 meter voor de plaats waar voormelde rijstroken werden samengevoegd, de borden L5 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 inhoudende: "Einde rijstrook" in de gezien zijn verdachtes rijrichting, rechter berm waren geplaatst en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voor hem uit, op die weg een langzaam rijdende, dan wel stilstaande file was ontstaan,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (N50)kon overzien en waarover deze vrij was en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met één of meer voor hem, verdachte uit over die weg langzamer rijdende en/of stilstaande andere motorrijtuig/en (personenauto's),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het primair ten laste gelegde tot een werkstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
        <para>Kortgezegd heeft de officier van justitie hiertoe het volgende aangevoerd: verdachte was op 10 oktober 2014 te Kampen bestuurder van een bedrijfsauto en reed op de N50. Hij heeft op de N50, terwijl er sprake was van onbelemmerd zicht, op meerdere momenten gedurende een langere tijdsspanne niet goed opgelet in het verkeer, waardoor hij twee verkeersborden ‘einde rijstrook’ heeft gemist en vervolgens de filevorming voor hem te laat heeft opgemerkt. Verdachte is daarop ondanks dat hij nog heeft getracht een uitwijkmanoeuvre uit te voeren in botsing gekomen met de groene personenauto van [slachtoffer] , waarbij [slachtoffer] ter plaatse is overleden. Het verkeersgedrag van verdachte kan als aanmerkelijk onoplettend, onachtzaam en onvoorzichtig worden bestempeld, zodat een veroordeling van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW) kan volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich – overeenkomstig de inhoud van de door hem aan de rechtbank overgelegde schriftelijke pleitnota - ten aanzien van het primair ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat verdachte weliswaar een moment van onoplettendheid heeft gehad, waardoor hij niet tijdig heeft gezien dat de auto’s op de N50 stilstonden, maar deze onoplettendheid alleen is niet voldoende om tot een bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW te komen. Verdachte heeft immers niet te hard gereden, geen alcohol gebruikt en was niet aan het telefoneren. Daarbij waren er op de N50 geen matrixborden of andere waarschuwingssignalen aanwezig, die aangaven dat er filevorming was. Verdachte heeft weliswaar een fout gemaakt, inhoudende dat hij anders had moeten handelen dan hij gedaan heeft, maar dit levert geen schuld op in de zin van artikel 6 WVW omdat bijkomende omstandigheden met betrekking tot het verkeersgedrag ontbreken.</para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat wel een bewezenverklaring kan volgen voor het subsidiair ten laste gelegde, overtreding van artikel 5 WVW. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_caade89e-72d6-487b-bf59-480f828f3e0e" />, het navolgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>Op 10 oktober 2014 omstreeks 17.57 uur heeft in Kampen op de N50 een ernstig verkeersongeval plaatsgevonden. In de richting van Zwolle ter hoogte van hectometerpaal 257,7 was een file ontstaan. Verdachte reed als bestuurder van een grijze Volkswagen Transporter over de N50 en kon, ter hoogte van de file, niet tijdig tot stilstand komen.  De Volkswagen Transporter botste eerst met de rechtervoorzijde tegen de linker achterzijde van een Toyota waarin zich [slachtoffer] bevond als bestuurder. Door de kracht van deze botsing roteerde de Toyota waarna deze in botsing kwam met een Opel Meriva. De Opel botste tegen een Renault, waarna de Renault met de voorzijde botste tegen de achterzijde van een Mitsubishi. Als gevolg van de botsing tussen de Volkswagen die door verdachte werd bestuurd en de Toyota overleed de bestuurder van de Toyota, [slachtoffer] , ter plaatse.<footnote-ref linkend="_8936ba08-dc54-4742-89f6-f3cc4f43f52b" /><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het primair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Om tot een bewezenverklaring van artikel 6 van de WVW te kunnen komen, moet vastgesteld kunnen worden dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand is overleden, dan wel zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan heeft opgelopen. Voor schuld in het kader van artikel 6 WVW is vereist dat verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen. Gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat schuld in de zin van artikel 6 WVW bewezen kan worden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na het verkeersongeval heeft de politie ter plaatse onderzoek verricht en uit het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse (VOA) is naar voren gekomen dat op het moment van het ongeval het zicht ter plaatse goed was, het wegdek droog was en de vervoermiddelen van verdachte en het slachtoffer technisch gezien in goede staat verkeerden.<footnote-ref linkend="_898f9b5a-1f6b-441a-81b0-ddcff5865d75" /></para>
        <para>Uit het proces-verbaal VOA is voorts gebleken dat verdachte reed op de N50 en dat de rijbaan van de N50 daar bestond uit twee rijstroken, die na hectometerpaal 257,7 werden samengevoegd tot één rijstrook. De bestuurders van de personenauto’s waren noodgedwongen langzaam rijdend of tot stilstand gekomen in verband met de voor hen ontstane file. Verdachte reed achter deze auto’s in de Volkswagen Transporter en merkte kennelijk niet, of niet tijdig, de voor hem ontstane file op. Verdachte zag kennelijk op het laatste moment de kort voor hem ontstane file en stuurde, gelet op het aangetroffen driftspoor, plotseling naar links. Verdachte kon hierbij niet voorkomen dat hij met de rechtervoorzijde van zijn voertuig, botste tegen de linkerachterzijde van de Toyota. De bestuurder van de Toyota overleed ter plaatse aan haar verwondingen.<footnote-ref linkend="_281f249c-61e6-447c-a8ba-953ce46cf6d5" /> De bestuurder van de Toyota was [slachtoffer] .<footnote-ref linkend="_a222cd9e-7e99-4f31-b553-1b0d1f5175bf" /></para>
        <para>Uit het proces-verbaal VOA is voorts gebleken dat uit het aangetroffen slipspoor geen snelheidsberekening van de Volkswagen Transporter kon worden gemaakt en voorts dat, gezien vanuit de rijrichting van de Volkswagen, het uitzicht vermoedelijk op generlei wijze werd belemmerd.<footnote-ref linkend="_31d38883-6e4f-451f-b3ff-e48df8ebe5eb" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij op 10 oktober 2014 op de N50 richting Zwolle reed en dat direct voor hem een grijze bus reed. Ze reden ongeveer 100 tot 110 kilometer per uur. Getuige [getuige] zag over de brug de file staan en minderde vaart en zag dat het grijze busje niet afremde en ineens een slinger naar links maakte.<footnote-ref linkend="_2e32fda1-4b7a-476f-bbad-c17c1edac3a7" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij op 10 oktober 2014 rond 17.30 uur is weggereden van zijn werk in Marknesse en via Kraggenburg en Ens naar de N50 is gereden. Verdachte heeft verklaard dat hij voor de rotonde in Ens stil heeft gestaan en toen op zijn privételefoon heeft gekeken en deze telefoon op de bijrijdersstoel heeft neergelegd. Vervolgens heeft verdachte verklaard dat hij tussen de rotonde bij Ens en de rotonde vlak voor de brug die over de N50 gaat met zijn werktelefoon handsfree heeft gebeld. Verdachte heeft het gesprek beëindigd voordat hij de N50 opreed, waarbij zijn werktelefoon in zijn zak zat. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat zijn Facebookpagina op zijn privételefoon open stond, maar dat hij zijn telefoon niet heeft opgepakt. Toen verdachte op de Ramspolbrug reed, keek hij naar links de Friese Weg op en moest hij denken aan een collega, met wie hij iets zakelijks zou kunnen overleggen, maar verdachte besloot hem, omdat het diens vrije dag was, niet te bellen. Toen verdachte weer voor zich op de N50 keek, was een groene auto ineens heel dichtbij en heeft verdachte geremd en is hij naar links uitgeweken. Verdachte raakte de groene auto aan de linkerachterzijde.<footnote-ref linkend="_8b1fea26-dd96-4562-8656-278e9c90e828" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaring van verdachte kan afgeleid worden dat hij, kort voordat hij geconfronteerd werd met de voor hem opdoemende file, een moment van onoplettendheid heeft gehad. Dat verdachte gedurende een tijdsmoment niet heeft opgelet waardoor hij de file niet tijdig heeft bemerkt kan ook vastgesteld worden met verwijzing naar de verklaring van getuige [getuige] die net achter verdachte reed en wel tijdig vaart kon minderen bij het naderen van de file. Wat de exacte duur en intensiteit van het moment van onoplettendheid bij verdachte is geweest is niet vast te stellen. Hoewel er sprake was van onbelemmerd zicht op een overzichtelijke weg ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor de conclusie dat verdachte over een langere tijdsspanne en op meerdere momenten niet goed op de weg heeft gelet. Het dossier bevat hiertoe geen aanwijzingen, eerder contra-indicaties. Immers uit het dossier is niet vast komen te staan dat verdachte op 10 oktober 2014 zéér kort voor of op het moment van de aanrijding aan het telefoneren was, dan wel anderszins gebruik maakte van zijn mobiele telefoons. Tevens is uit het dossier niet gebleken dat verdachte alcohol had genuttigd, dan wel te hard had gereden of zich op een nog andere manier ernstig risicovol heeft gedragen.</para>
        <para>Dit leidt tot de conclusie dat uit de enkele omstandigheid dat verdachte op 10 oktober 2014 een moment van onoplettendheid heeft gehad - zonder dat daarbij andere verkeersfouten zijn gemaakt - naar het oordeel van de rechtbank niet volgt dat verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend en/of onvoorzichtig heeft gedragen, zodat geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. </para>
        <para>Verdachte zal daarom van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Het subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Artikel 5 WVW is een overtreding waarvan de verbodsbepaling dient ter bescherming van het belang van de verkeersveiligheid. Het artikel bevat de grondnorm voor een veilig en ordelijk verloop van het verkeer op de weg. Het geeft geen exacte regels voor het gedrag in een concrete situatie. Integendeel, het geeft aan dat het gedrag, in welke situatie dan ook, telkens wordt beheerst door de grondnorm dat men zich zodanig dient te gedragen dat geen gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt en dat het verkeer op de weg niet wordt gehinderd of kan worden gehinderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte reed op 10 oktober 2014 op de N50 te Kampen en is na een moment van onoplettendheid met zijn Volkswagen Transporter ingereden op de op de N50 ontstane file, waardoor een aanrijding is ontstaan met de bestuurder van de laatste auto van de file, met dodelijke afloop. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de manoeuvre die door verdachte op 10 oktober 2014 met zijn voertuig is uitgevoerd, een zodanige gedraging is geweest dat gevaar op de weg is veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>subsidiair</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 10 oktober 2014 te Kampen in de gemeente Kampen, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede gaande in de richting Zwolle, heeft gereden over de rechter rijstrook van de uit twee rijstroken bestaande rijbaan van de weg, de N50 en </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor hem uit, op die weg een langzaam rijdende, dan wel stilstaande file was ontstaan </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">is gebotst tegen stilstaande andere motorrijtuig/en (personenauto's), door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>subsidiair:</para>
      <para>de overtreding: <emphasis role="bold">Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte <?linebreak?></title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft als bestuurder van een Volkswagen Transporter op 10 oktober 2014 gevaar op de weg veroorzaakt. Verdachte heeft de voor hem ontstane file op de N50 niet tijdig gezien.  Hierdoor heeft een aanrijding plaatsgevonden ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden. De nabestaanden van [slachtoffer] zullen moeten leven met het gegeven dat hun dierbare er niet meer is ten gevolge van een noodlottig ongeval. Ook verdachte zal verder moeten leven met de gedachte dat hij, onbedoeld en ongewild, betrokken is geraakt bij de dood van een andere verkeersdeelnemer. Het leed van de nabestaanden van het slachtoffer kan niet tot uitdrukking worden gebracht in de hoogte van de op te leggen straf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat sprake is van een verkeersfout die wordt aangemerkt als een overtreding en daarmee dat verdachte in juridische zin geen verwijtbare schuld heeft aan het ongeval, in de zin dat hij een aanmerkelijk onoplettende of onvoorzichtige verkeersdeelnemer is geweest. De rechtbank zal daarom een lagere straf opleggen dan is geëist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. </para>
        <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheden dat verdachte er blijk van heeft gegeven zeer geraakt te zijn door het gebeuren en zich correct en empathisch heeft opgesteld richting de nabestaanden van het slachtoffer en voorts met het feit dat uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 1 september 2015 blijkt dat verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een geldboete ter hoogte van € 500,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden passend is. De rijontzegging zal zij voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaar. Hiermee wordt beoogd de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking te brengen en daarnaast een signaal af te geven dat alertheid in het verkeer te allen tijde geboden is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak/bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:<?linebreak?>subsidiair: </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>de overtreding: <emphasis role="italic">Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis></para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van <emphasis role="bold">€ 500,--</emphasis> bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ontzegt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6  maanden zal <emphasis role="underline">niet </emphasis>worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Bosch, voorzitter, mr. G.A. Versteeg en mr. F. van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_caade89e-72d6-487b-bf59-480f828f3e0e" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, team Kampen met registratienummer PL0400-2014085030. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_8936ba08-dc54-4742-89f6-f3cc4f43f52b" label="2">
    <para>Als losse bijlage aan het dossier toegevoegd proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse d.d. 28 januari 2015, met BVH-nummer 2014085030, pag. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_898f9b5a-1f6b-441a-81b0-ddcff5865d75" label="3">
    <para> Idem voetnoot 2, pag. 15, 16 en 20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_281f249c-61e6-447c-a8ba-953ce46cf6d5" label="4">
    <para> Idem voetnoot 2, pag. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a222cd9e-7e99-4f31-b553-1b0d1f5175bf" label="5">
    <para> Een schriftelijk stuk bevattende het verslag van gemeentelijke lijkschouwing [slachtoffer] opgemaakt door de GGD IJsselland d.d. 11 oktober 2014, losbladig. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_31d38883-6e4f-451f-b3ff-e48df8ebe5eb" label="6">
    <para> Idem voetnoot 2, pag. 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e32fda1-4b7a-476f-bbad-c17c1edac3a7" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 10 oktober 2014, pag. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b1fea26-dd96-4562-8656-278e9c90e828" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 oktober 2014, pag. 21 t/m 23.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>