<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:2997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-13T10:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBOVE:2015:3001</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Awb 15/1231</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JAF 2015/525</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:2997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:2997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-25T13:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:2997 Rechtbank Overijssel , 25-06-2015 / Awb 15/1231</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:2997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oplegging last onder dwangsom verwijdering afvalbalen; meerdere principiële vragen die in bodemprocedure beantwoord moeten worden; belangen van verzoekers wegen zwaarder dan die van verweerder; schorsing besluit tot datum besluit op bezwaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:2997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 15/1231</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inter Baarslag Hardenberg BV </emphasis>en haar bestuurders <emphasis role="bold">[naam bestuurders] </emphasis>verder aan te duiden als: verzoekers<emphasis role="bold italic">,</emphasis></para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H.B. Averdijk, advocaat te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Bekooy, advocaat te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: <emphasis role="bold">Thedos Holding BV </emphasis>te Emmen (verder Thedos BV).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij besluit van 12 juni 2015 heeft verweerder Thedos BV een (gewijzigde) last onder dwangsom opgelegd in die zin dat de ongeveer 650 balen afvalstoffen die nu op het bedrijf staan  aan de Handelsstraat 61 te Hardenberg door Thedos BV vóór zaterdag 13 juni 2015 18.00 uur moeten zijn afgevoerd, waarbij de aan de last te verbinden dwangsom € 1.500,-- per dag bedraagt met een maximum van € 150.000,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft dit besluit met dezelfde strekking en inhoud toegezonden aan verzoekers  in hun hoedanigheid als eigenares/verhuurder van genoemde locatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit is door verzoekers een bezwaarschrift ingediend. Op 15 juni 2015 hebben verzoekers aan de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2015, waarbij gevoegde behandeling heeft plaatsgevonden met het door de Vereniging Industriële Kring Hardenberg ingediende verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Na de behandeling zijn de zaken weer gesplitst, zodat  in beide zaken afzonderlijk uitspraak wordt gedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor verzoekers is [naam] verschenen bijgestaan door hun gemachtigde, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Bekooy, advocaat te Zwolle en L. Brondijk. Thedos BV is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>2. Ter zitting hebben de gemachtigden van verweerder zich bereid getoond de begunstigingstermijn met drie weken te willen verlengen, waarbij geen dwangsommen worden verbeurd, zodat verzoekers deze termijn kunnen benutten voor het beëindigen van de huurovereenkomst met Thedos BV. Mede gelet op de betrekkelijk korte duur van deze verlenging, alsmede de onzekere gebeurtenis of Thedos BV in de komende weken daadwerkelijk tot verwijdering van de balen zal overgaan en de dwangsom dan na drie weken weer gaat lopen, is de voorzieningenrechter tot het oordeel gekomen dat verzoekers nog steeds een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <para>3. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoekers aangevoerd dat alleen en bij uitsluiting van elk ander bestuursorgaan op grond van artikel 24, lid 3 van de Verordening nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen, de minister van Infrastructuur en Milieu bevoegd is om tegen de aanwezigheid van de afvalbalen op de genoemde locatie op te treden. Deze balen zijn immers op grond van een beschikking van de Inspectie Leefomgeving en Transport vanuit Ierland tot Nederland toegelaten. Verzoekers hebben verder aangevoerd dat zij geen drijver zijn van de inrichting en het tevens niet in hun macht hebben om de afvalbalen te verwijderen. Namens verzoekers is tenslotte aangevoerd dat de begunstigingstermijn veel  te kort is en de opgelegde dwangsom onevenredig hoog is.</para>
    <para />
    <para>4. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting gesteld dat op basis van de bepalingen  van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met categorie 28 van Onderdeel C uit Bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht ook verweerder bevoegd moet worden geacht handhavend op te treden. Voorts heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting de vraag opgeworpen of de afvalbalen juridisch zijn te duiden als afvalstoffen, omdat hiervan nog geen sprake is als de houder voornemens is om die stoffen nuttig toe te passen. Daarvan is volgens verweerder in dit geval mogelijk sprake. Tenslotte heeft de gemachtigde van verweerder onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 maart 2011 (ECLI:NL:RVS: 2011:BP7126) aangevoerd dat ook aan een verhuurder een last onder dwangsom kan worden opgelegd voor het naleven van de uit de regelgeving voortvloeiende eisen betreffende de inrichting.</para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er aldus sprake van meerdere principiële rechtsvragen die zich niet lenen voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningen-procedure. De voorzieningenrechter onthoudt zich dan ook van een voorlopig oordeel hieromtrent. De vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen zal derhalve uitsluitend worden beantwoord aan de hand van de uitkomst van een belangen-afweging. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het belang van verzoekers bij schorsing van het besluit zwaarder dient te wegen dan het belang van verweerder bij onmiddellijke tenuitvoerlegging van het besluit. De voorzieningenrechter neemt in dit verband in aanmerking dat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat zowel verzoekers als verweerder alles in het werk stellen om de ongeveer 650 afvalbalen van genoemde locatie verwijderd te krijgen. Verzoekers en verweerder zijn blijkbaar beide in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport die zich volgens partijen mede verantwoordelijk acht om tot verwijdering van de afvalbalen van de locatie te geraken. De voorzieningenrechter acht op dit moment ook niet duidelijk, indien verzoekers al een last zou kunnen worden opgelegd, op welke wijze zij aan deze last zouden kunnen voldoen zonder – gelet op de herkomst van de afvalbalen – medewerking van die Inspectie. Dit betekent dat voor nu en de komende periode verzoekers geen dwangsommen behoren te verbeuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 12 juni 2015 wordt geschorst totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt.</para>
    <para />
    <para>7. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht ad € 331,-- vergoedt.</para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op een bedrag van € 490,-- (1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,00 en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- schorst het besluit van 12 juni 2015 totdat het besluit op bezwaar bekend is 	gemaakt;</para>
    <para>- gelast dat verweerder het betaalde griffierecht van € 331,- aan verzoekers vergoedt;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 490 aan verzoekers..</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van  C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>