<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:2761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:48:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/952231-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:2761">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:2761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-09T14:31:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:2761 Rechtbank Overijssel , 09-06-2015 / 08/952231-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:2761:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel oordeelt dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat een 36-jarige man schuldig zou zijn aan verkrachting van een vrouw in zijn auto en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:2761:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/952231-14</para>
      <para>Datum vonnis: 9 juni 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis (promis) van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],</para>
      <para>niet als ingezetene ingeschreven in de Basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 maart 2015 en 26 mei 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer] op een niet nader bekend geworden locatie te Duitsland.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 17 maart 2014 te Deventer, althans in Nederland en/of op een niet nader bekend geworden locatie te Duitsland, althans in Duitsland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- op of omstreeks 17 maart 2014 te Deventer, althans in Nederland, voornoemde [slachtoffer] heeft aangesproken en/of (vervolgens) heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft meegetrokken in de richting van zijn, verdachtes, personenauto en/of (vervolgens) laten plaatsnemen in zijn, verdachtes, personenauto en/of (vervolgens)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] heeft meegedeeld dat hij, verdachte, haar zou begeleiden en/of zou wegbrengen naar haar afspraak in Zetten en/of (vervolgens)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- rijdende over de snelweg in zijn, verdachtes, personenauto de grens is overgereden en/of (vervolgens) gekomen op een niet nader bekend geworden locatie in Duitsland zijn, verdachtes, personenauto op een afgelegen locatie heeft geparkeerd en/of (vervolgens)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de (leuning van de) passierstoel achterover heeft geplaatst en/of (vervolgens) de broek(en) en/of onderbroek van die [slachtoffer] (deels) naar beneden heeft getrokken en/of (vervolgens)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan zitten en/of liggen en/of (daarbij) die [slachtoffer] (krachtig) om/bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie acht op grond van de getuigenverklaringen, de verklaring van aangeefster, de verklaring van verdachte en de resultaten van het sporenonderzoek het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en vordert dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De officier van justitie voert aan dat de kunstnagels gevonden in de naad tussen het zitvlak en de leuning van de rechtervoorstoel van de auto van verdachte daar alleen terecht kunnen zijn gekomen na een worsteling en niet in het geval aangeefster de kunstnagels er zelf afgepeuterd zou hebben, terwijl zij op de rechtervoorstoel zat. Mede hierom is de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en de verklaring van aangeefster, die steun vindt in de overige verklaringen, voldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van verdachte en aangeefster vast dat er seks heeft plaatsgevonden tussen hen. Verdachte heeft verklaard dat dit op vrijwillige basis is gebeurd terwijl aangeefster heeft verklaard dat zij hiertoe door verdachte werd gedwongen. Het discussiepunt is daarmee de vraag of sprake is van dwang of niet. Bij de seks waren geen anderen aanwezig dan verdachte en aangeefster, zodat het overige bewijs terughoudend moet worden beoordeeld. Dat overig bewijs, waaronder de verklaring van gezinsvoogd [naam] over de relatie en geloofwaardigheid van aangeefster, geeft geen eenduidig antwoord op de vraag of sprake was van gedwongen of vrijwillige seks. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van J.U.A. de Jong, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>