<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:6219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:18:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.950181-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:6219">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:6219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-25T14:11:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:6219 Rechtbank Overijssel , 25-11-2014 / 08.950181-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:6219:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een leraar uit IJsselmuiden is voor ontucht in 2012 met een toen 14-jarige leerlinge veroordeeld tot de maximale werkstraf van 240 uur en 5 maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet de man meewerken aan zijn behandeling.</para>
      <para />
      <para>De leraar van een middelbare school in Kampen raakte het meisje meermalen aan bij de borsten, billen, benen en lichaam. Via WhatsApp spoorde hij haar aan om foto’s van haar borsten naar hem te sturen en stuurde hij  twee foto’s van zijn penis naar haar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:6219:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.950181-13</para>
      <para>Datum vonnis: 25 november 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1961 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman <?linebreak?>mr. ing. M.J. Jansma, advocaat te Kampen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> als docent ontucht heeft gepleegd met een 14-jarige leerlinge. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> een tweetal afbeeldingen aan deze leerlinge heeft verstrekt waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging – na wijziging tenlastelegging - aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 24 december 2012 in de gemeente Kampen, in elk geval in Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige leerlinge [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1998), immers heeft hij verdachte -als leraar op het [naam school] te Kampen waar die [slachtoffer] toen leerling was-: - die [slachtoffer], meermalen, althans éénmaal, in de borsten en/of billen en/of het lichaam geknepen en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- meermalen, althans éénmaal, de borsten en/of billen en/of benen en/of lichaam van die [slachtoffer] (al dan niet in het voorbijgaan) aangeraakt en/of betast en/of bevoeld en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer], meermalen, althans éénmaal, gevraagd en/of aangespoord (een) foto('s) van haar borst(en) en/of lichaam te maken en deze foto('s) aan hem, verdachte, (via multimedia) op te sturen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] (onaangekondigd), meermalen, althans éénmaal,(een) foto('s) van zijn, verdachtes, penis (via multimedia) toegestuurd;</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 24 december 2012 in de gemeente Kampen, althans in Nederland, (telkens) twee, althans een of meer, afbeelding(en) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond en/of verzonden aan [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1998), van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) middels een mobiele telefoon (een) afbeeldingen van zijn, verdachtes, penis getoond/verzonden, waarbij het/de beeld(en) rechtstreeks werd(en) verstrekt en/of aangeboden en/of getoond aan die [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1998);</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">art 240a Wetboek van Strafrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daarbij als (bijzondere) voorwaarden reclasseringstoezicht ook als dat inhoudt een meldplicht en het volgen dan wel continueren van een behandeling bij De Tender. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De standpunten van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 ten laste gelegde. </para>
        <para>Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de feitelijkheden waarbij lichamelijke aanraking heeft plaatsgevonden, zoals het knijpen in dan wel aanraken van de borsten, billen of lichaam niet overtuigend bewezen kunnen worden en dat verdachte gevolgd moet worden in zijn verklaring dat deze feitelijkheden niet hebben plaatsgevonden. </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft verder aangevoerd dat de feitelijkheden waarbij geen lichamelijke aanraking heeft plaatsgevonden, zoals het aansporen van aangeefster tot het maken en versturen van foto’s van haar borsten en het versturen van een foto van zijn penis aan aangeefster, weliswaar hebben plaatsgevonden maar dat deze gedragingen niet als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 249, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kunnen worden aangemerkt. </para>
        <para>Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman van verdachte de vraag opgeworpen of het versturen van een foto van een penis in slappe toestand schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank beantwoordt in het kader van de feitenvaststelling allereerst de vraag of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de feitelijkheden, zoals opgesomd in de tenlastelegging, hebben plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting bekend dat hij aangeefster ’s avonds via WhatsApp berichten heeft aangespoord om foto’s van haar borsten aan hem te versturen en dat hij ook een tweetal foto’s van zijn penis aan aangeefster heeft gestuurd. De rechtbank stelt vast dat deze feitelijkheden hebben plaatsgevonden en acht deze bewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat er lichamelijke aanrakingen tussen verdachte en aangeefster hebben plaatsgevonden. </para>
        <para>Verdachte heeft dit ter terechtzitting weliswaar stellig ontkend en verklaard dat hij er bewust alles aan heeft gedaan om aanrakingen op school te voorkomen maar uit de bewijsmiddelen valt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam af te leiden dat deze aanrakingen wel degelijk hebben plaatsgevonden. </para>
        <para>De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] over de lichamelijke aanrakingen op school vinden voldoende steun in andere bewijsmiddelen, onder meer in de verklaringen die de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben afgelegd alsook in een aanzienlijke hoeveelheid WhatsApp berichten.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangeefster [slachtoffer] heeft met betrekking tot een incident in het dyslexie-hok onder meer verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In dat hok ging hij langs mijn zij omhoog met zijn hand en raakte hierbij mijn borst aan…Ik stond met mijn rug naar de tafel toe en hij staat schuin links achter mij. Ik had de muis vast en die wilde hij pakken en dan staat hij schuin voor me en ik had de muis nog achter mijn rug en hij wilde de muis die ik achter mijn rug had afpakken. Ik leunde wat achterover en hij boog mee en boog wat over me heen. We raakte elkaar nog net niet aan. Met zijn hand  gaat hij dan langs mijn zij omhoog en raakt even mijn borst aan en gaat dan met zijn hand naar mijn rug om de muis af te pakken </emphasis>(pagina 187).  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze verklaring wordt ondersteund door verklaring van de getuige [getuige 1] die onder meer heeft verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">We waren een keer in een hokje om een opdracht af te maken. [slachtoffer] pakte toen iets van [verdachte] af en hij ging helemaal op haar liggen en aan haar zitten om het terug te pakken. Dat deed hij waar ik bij was. (…) [slachtoffer] pakte toen de muis van de laptop van [verdachte] af. [slachtoffer] stond met haar rug tegen de tafel in het hokje. Ze hield de muis achter haar rug. [verdachte] stond voor haar en sloeg zijn armen om haar heen en ging met de voorzijde van zijn lichaam over haar heen liggen. [slachtoffer] lag toen achterover met haar rug op de tafel. Ik zag dat [verdachte]  met zijn handen de benen, de borsten en de kont van [slachtoffer] aanraakte </emphasis>(pagina 239).</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorgaande verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] over het incident in het dyslexie-hok komen op hoofdlijnen overeen met de inhoud van een aantal WhatsApp-berichten. </para>
        <para>Zo is gebleken dat vanaf het telefoontoestel van aangeefster op 17 december 2012 om 16:02 uur een WhatsApp-bericht naar het telefoontoestel van verdachte is gestuurd met als inhoud:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Toen je over me heen kwam ging je langs mn b heen….dat was fijn hihi” </emphasis>waarop vanaf het telefoontoestel van verdachte op 17 december 2012 om 16:03 en 16:04 uur is gereageerd met de volgende WhatsApp-berichten: <emphasis role="italic">“Heerlijk was dat”,</emphasis> “<emphasis role="italic">En toen we op een gegeven moment weg liepen kon ik je heel even aanraken….je rug…je mooie billen oooo”, </emphasis>waarop vanaf het telefoontoestel van aangeefster om 16:06 uur het volgende WhatsApp-bericht is verstuurd: “<emphasis role="italic">Maar dat je toen over me heen kwam en dat ene deed vond ik het fijnst</emphasis>” (pagina 52) .</para>
        <para>Op 18 december 2012 om respectievelijk 00:16 en 00:17 uur zijn vanaf het telefoontoestel van verdachte in reactie op de vraag wat hij die dag het fijnst had gevonden de volgende WhatsApp-berichten verstuurd: “<emphasis role="italic">Aan jou zitten</emphasis>”, “<emphasis role="italic">In je zij pakken en daarna aan je billen”, “Trouwens over je heen liggen”, “Was ook heerlijk”</emphasis> (pagina 57). </para>
        <para>Verder is op 18 december 2012 om 00:20 uur vanaf het telefoontoestel van aangeefster een WhatsApp-bericht naar het telefoontoestel van verdachte gestuurd met als inhoud: “<emphasis role="italic">Je wou mijn muis pakken maar toen ging je met je hand langs mn zij naar mn b…hihi</emphasis>”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft getuige [getuige 1] nog het volgende incident beschreven: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb ook een keer gezien dat [slachtoffer] zich aan het deurkozijn op trok. (…) Toen hield [verdachte] haar vast en zat hij aan haar kont. (…) [verdachte] zag [slachtoffer] en wilde haar eraf halen. Hij stond voor haar terwijl zij aan dat kozijn hing. Hij sloeg zijn armen om haar heen en had daardoor zijn handen op haar kont” (pagina 240). </emphasis>
        </para>
        <para>Ook dit incident is in lijn met de inhoud van een aantal WhatsApp-berichten. </para>
        <para>Zo is op 20 december 2012 om 19:05 uur vanaf het telefoontoestel van aangeefster een WhatsApp-bericht naar het telefoontoestel van verdachte gestuurd met als inhoud<emphasis role="italic">: “En toen ik aan dat deur ding hing ging je me pakken :)” </emphasis>waarop om 19:07 en 19:08 uur vanaf het telefoontoestel van verdachte is gereageerd met de volgende WhatsApp-berichten:<emphasis role="italic"> “jeeeeaaaayyy…Kon het niet weerstaan…Heerlijk zo’n mooi meisje in mijn armen…Af en toe aan je ko…Mmmmm”. </emphasis>(pagina 79). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verklaring van verdachte dat de inhoud van de hiervoor weergegeven WhatsApp-berichten was gebaseerd op fantasie acht de rechtbank niet geloofwaardig nu de inhoud van deze berichten, zijnde conversatie tussen verdachte en het slachtoffer, in belangrijke mate overeenkomt met hetgeen volgens aangeefster en getuige [getuige 1] op de betreffende dagen heeft plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft getuige [getuige 2] over verdachte verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij deed wel vaak een arm over [slachtoffer] heen. Hij verzon er dan altijd wel een smoes om heen maar hij deed het gewoon om haar aan te raken….Ik zag een keer dat [slachtoffer] en [verdachte] met elkaar aan het praten waren in de gang op school. [slachtoffer] maakte toen een grapje en hij zei toen zoiets als ‘dat zeg je toch niet! ”Daarbij maakte hij met zijn hand een gebaar naar haar en raakte daarbij haar bosten aan met zijn hand.</emphasis> (pagina 233) . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank merkt op dat verdachte in een WhatsApp-bericht van 18 december 2012 om 14.58 uur aan het slachtoffer een bericht heeft gestuurd  met als inhoud <emphasis role="italic">”Ik heb je vandaag lekker aangeraakt”</emphasis> en vervolgens om 15.00 uur ‘<emphasis role="italic">’Nou kon niet goed zien of [naam] iets zag voorzichtig blijven hè”</emphasis>. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte het slachtoffer heeft aangeraakt en dat hij zich bewust was van het grensoverschrijdende karakter van zijn gedrag. </para>
        <para>De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte aangeefster op school meermalen bij de borsten, billen, benen en lichaam heeft aangeraakt. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster ook in de borsten, billen of lichaam heeft geknepen en zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken. </para>
        <para>Zoals hiervoor reeds overwogen acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte aangeefster via WhatsApp-berichten heeft aangespoord om foto’s van haar borsten aan verdachte te versturen en dat verdachte ook een tweetal foto’s van zijn penis aan aangeefster heeft gestuurd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is de vraag of deze gedragingen ook als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 249, eerste lid, Sr kunnen worden aangemerkt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. </para>
        <para>De wetgever heeft met ontucht bedoeld alle handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het als 51-jarige docent tijdens seksueel getinte sociale media gesprekken aan een 14-jarige leerlinge vragen om foto’s van haar borsten te sturen het versturen van foto’s van zijn penis en het op school aanraken van borsten, billen en benen van een 14-jarige leerlinge is naar het oordeel van de rechtbank zonder meer aan te merken als in strijd met de sociaal-ethische norm die leeft in onze maatschappij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:</emphasis>
        </para>
        <para>Voor zover de raadsman van verdachte zich op het standpunt heeft gesteld dat het zenden van een foto met een penis in slappe toestand niet schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verwerpt de rechtbank dit verweer. </para>
        <para>Het schadelijkheidscriterium in artikel 240a Wetboek van Strafrecht moet objectief worden uitgelegd. Er moet dus worden gekeken of redelijkerwijs te verwachten is dat het materiaal schadelijk is voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar.  </para>
        <para>De wetgever heeft met het artikel bedoeld om personen onder de 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van confrontatie met beelden van seksuele aard. </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat aangeefster op het moment van het ontvangen van de foto’s <?linebreak?>14 jaar was en de leeftijd van 16 jaar dus nog niet had bereikt. Daarmee valt zij onder de leeftijdsgroep als bedoeld in artikel 240a Sr valt. </para>
        <para>Tevens stelt de rechtbank vast dat de door verdachte verzonden foto’s van zijn penis beelden zijn van seksuele aard en ook een seksuele lading hadden, gelet op de context waarin deze zijn verstuurd, te weten tijdens seksueel getinte sociale media gesprekken in welke gesprekken verdachte aangeefster ook heeft gevraagd of hij haar mocht ontmaagden als zij 16 jaar was. </para>
        <para>De rechtbank is gezien van het voorgaande van oordeel dat het versturen van de foto’s zonder meer als schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar. Dit geldt te meer nu aangeefster verdachte in een eerder stadium had benaderd omdat zij lastig werd gevallen door een medeleerling die haar naaktfoto’s had toegezonden en daardoor extra kwetsbaar was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit eveneens wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">1.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 24 december 2012 in de gemeente Kampen, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en opleiding toevertrouwde minderjarige leerlinge [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1998), immers heeft hij verdachte -als leraar op het [naam school] te Kampen waar die [slachtoffer] toen leerling was-: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- meermalen de borsten en billen en benen en lichaam van die [slachtoffer] (al dan niet in het voorbijgaan) aangeraakt en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] meermalen gevraagd en aangespoord (een) foto's van haar borsten te maken en deze foto's aan hem, verdachte, (via multimedia) op te sturen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- die [slachtoffer], meermalen, een foto van zijn, verdachtes, penis (via multimedia) toegestuurd.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">2.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 24 december 2012 in de gemeente Kampen, twee  afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar heeft verzonden aan [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1998), van wie hij, verdachte, wist dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) middels een mobiele telefoon  afbeeldingen van zijn, verdachtes, penis verzonden, waarbij de beelden rechtstreeks werden verstrekt aan die [slachtoffer]..</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 249 en 240a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van de verdachte <?linebreak?><?linebreak?></title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft als 51 jarige docent ontucht gepleegd met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige leerlinge en heeft haar afbeeldingen van zijn penis gestuurd.  </para>
        <para>Een 14 jarig meisje is het slachtoffer geworden van het gedrag van verdachte. Dit meisje verkeerde als leerlinge in een volstrekt ongelijke positie. Door aldus te handelen heeft verdachte het in hem als leraar gestelde vertrouwen ernstig geschonden. Verdachte had bij zijn omgang met het slachtoffer een professionele afstand moeten houden en had zich moeten realiseren dat haar seksualiteit, als die van iedere veertienjarige, kwetsbaar is. </para>
        <para>Verdachte heeft prioriteit gegeven aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens onder voorbijgaan aan de kwetsbaarheid van deze minderjarige. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot deze door verdachte gepleegde zedendelicten kan als feit van algemene bekendheid worden aangenomen, dat met name jeugdige slachtoffers van dit soort delicten vaak nog lang nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hun is overkomen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de persoonlijke </para>
        <para>omstandigheden van verdachte, zoals deze onder meer blijken uit de inhoud het </para>
        <para>reclasseringsrapport d.d. 15 juli 2014. Uit dit rapport blijkt onder meer dat bij verdachte sprake is van probleembesef en probleeminzicht, dat verdachte zich vrijwillig onder behandeling heeft gesteld van een psycholoog om aan zijn problematiek te werken, maar dat de kans bestaat dat ‘het werken aan zich zelf’ stagneert indien hij zijn leven weer op de rit heeft. In het rapport wordt gesteld dat verdachtes beperkte copingvaardigheden en impulscontrole risicofactoren zijn voor delictgedrag. In het rapport is daarom onder meer geadviseerd om aan verdachte een meldplicht en een verplichte ambulante behandeling bij De Tender op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte als gevolg van de bewezenverklaarde feiten zijn baan heeft verloren met alle persoonlijke gevolgen voor hem en zijn gezin van dien, met het feit dat sinds het plegen van de feiten geruime tijd is verstreken en met de omstandigheid dat hij blijkens de inhoud van het uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 juli 2014 niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft in het kader van de strafmaat verder nog een beroep gedaan op een tweetal vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). </para>
        <para>De niet-naleving van een voorschrift van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de verdachte een door strafvermindering te compenseren nadeel heeft ondervonden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de raadsman niet heeft aangevoerd dat, waarom en in hoeverre de verdachte is geschaad in zijn verdedigingsrechten of is getroffen in belangen die de voorschriften beogen te beschermen. </para>
        <para>Ook het verweer dat een vordering als bedoeld in artikel 126 nd Sv vereist was treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel nu degene die bevoegd was om de telefoon te verstrekken, te weten de vader van aangeefster, uit eigen beweging en op vrijwillige basis de telefoon aan de politie heeft verstrekt. In een zodanig geval is geen vordering als bedoeld in artikel 126 nd Sv vereist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op alle specifieke omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden </para>
        <para>van de verdachte zoals hiervoor beschreven acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend, te weten een maximale werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met de bijzondere voorwaarden zoals door de officier van justitie gevorderd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:<?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">feit1  </emphasis>het misdrijf: ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>
      <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>het misdrijf: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd. </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 5 maanden voorwaardelijk </emphasis>met een<emphasis role="bold"> proeftijd van drie jaren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:<?linebreak?>- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;<?linebreak?>- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; </para>
    <para>- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat de veroordeelde:  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich op eerste uitnodiging van de reclassering aldaar zal melden en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent als reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zich zal laten behandelen bij De Tender te Zwolle of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zal worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>geeft Reclassering Nederland de opdracht verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid <emphasis role="bold">van 240 uren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mr. F. van der Maden en <?linebreak?>mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. L.J.C. Hangx voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>