<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:4427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:02:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/147321 / HA ZA 13-712</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:4427">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:4427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-21T12:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:4427 Rechtbank Overijssel , 13-08-2014 / C/08/147321 / HA ZA 13-712</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:4427:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 3:200 BW vervalt een rechtsvordering tot vernietiging door verloop van drie jaren na de verdeling. Naar het oordeel van de rechtbank behoeft de vraag of de vaststellingsovereenkomst als een verdeling voor de toekomst is aan te merken, zoals de vrouw stelt, of een verrekening inhield, zoals de man stelt, niet te worden beantwoord, aangezien op grond van artikel 1:135 lid 2 BW, artikel 3:200 BW eveneens van toepassing is bij verrekening. </para>
        <para>De rechtbank is verder van oordeel dat de man niet heeft gedwaald omtrent de waarde van een of meer vermogensbestanddelen in de zin van artikel 3:196 BW.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:4427:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a4ab2e95-31df-40dd-b597-fa94223dbc69" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="21fb3409-fb63-4d59-ae94-42668c1782fc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/147321 / HA ZA 13-712 (ib)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 augustus 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1],</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>verder te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. E.G. Blankestijn te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>verder te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. T.J.H. Zwiers te Hengelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 29 januari 2014,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 3 juli 2014 met productie van de vrouw,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2014.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [Datum] te [woonplaats 2] na tevoren, bij notariële akte van [Datum], partnerschapsvoorwaarden te hebben opgemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De partnerschapsvoorwaarden luiden, voor zover van belang, als volgt.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 2 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Beperkte gemeenschap van goederen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Thans, bij het aangaan van het geregistreerd partnerschap, bestaat de beperkte gemeenschap van goederen uit:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a.  het woonhuis met schuur, erf en grasland aan de [adres] [woonplaats 2], (…) bij de partners als gemeenschappelijke woning en hoofdverblijf in gebruik, dat is aangebracht door de partner [naam 2];</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. de gehele bij deze woning behorende inboedel; en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. een schuld wegens geldlening ten bedrage van f. 250.000,-- (…) of € 113.445,-- (…) waarvoor het onder a vermelde registergoed met hypotheek is bezwaard.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Verdeling beperkte gemeenschap</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 10</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. De partners zijn bij het einde van het partnerschap voor gelijke delen gerechtigd in de tussen hen bestaande beperkte gemeenschap van goederen, als omschreven in artikel 2, met inachtneming van het hierna in lid 2 bepaalde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Alvorens tot de in lid 1 vermelde verdeling bij helfte over te gaan, wordt uit en ten laste van de beperkte gemeenschap voldaan:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. aan de partner [naam 2]:</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">een bedrag groot € 240.503,00 (tweehonderd veertigduizend vijfhonderd drie Euro), nominaa1, zònder rentebijteling en zonder dat daarvoor een indexclausule geldt; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">﻿Het bedrag onder 2 a is door de partners vastgesteld aan de hand van de door hen aan de aanbreng van die partner toegekende waarde van het in artikel 2 lid 2 onder a vermelde van haar afkomstige registergoed, na aftrek van de daarop rustende hypothecaire lening vermeld onder artikel 2 lid 2 onder c.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Voldoening van de in lid 2 vermelde bedragen kan ook plaatshebben door middel van ‘overbedeling’ van de partner bij de verdeling van de gemeenschap, voor een waarde die overeenkomt met het bedrag van diens vordering.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen hebben op [Datum], als aanvulling op de partnerschapsvoorwaarden van [Datum], een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze vaststellingsovereenkomst is - voor zover van belang - het volgende bepaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Betalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Op negen november tweeduizend één is door de heer [naam 1] een bedrag van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">honderd dertien duizend vierhonderd vijfenveertig euro (€ 113.445,00 of f. 250.000,00)</emphasis>
        <emphasis role="italic"> per bank aan mevrouw [naam 2] betaald;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Op vier januari tweeduizend twee is door de heer [naam 1] een bedrag van </emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">éénhonderd vier duizend driehonderd negenenzestig euro en vijfenzestig</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">eurocent (€ 104.369,65)</emphasis>
          <emphasis role="italic"> per bank aan mevrouw[naam 2] betaald;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal is door de comparant [naam 1] voldaan aan de comparante [naam 2] een bedrag groot </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">tweehonderd zeventien duizend achthonderd veertien euro en vijfenzestig eurocent </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">( 217.814,65)</emphasis>
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Van deze betalingen blijkt uit twee kopieen van bankafschriften welke aan deze akte zijn gehecht. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorts zijn gedurende het bestaan van het partnerschap door comparant [naam 1] uit zijn privé-vermogen diverse investeringen in het gemeenschapsgoed gedaan als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de partnerschapsvoorwaarden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Vaststellingsovereenkomst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partners stellen omtrent hetgeen tussen hen rechtens is het volgende vast:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Zij zijn deelgenoten in de beperkte gemeenschap bestaande uit de woning en de daarop rustende hypotheekschuld, overeenkomstig artikel 2 lid 1 en 2 van de voorwaarden. Met andere woorden: ieder van de partners is voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Zij zijn overeenkomstig gemeld artikel eveneens aansprakelijk voor gemelde hypotheekschuld. De hypotheekschuld is derhalve een schuld van de gemeenschap.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Blijkens artikel 10 lid 2 onder b van de voorwaarden komt aan de comparante [naam 1] voorafgaand aan een verdeling van de beperkte gemeenschap een bedrag toe. Op die wijze werd ten tijde van het aangaan van het geregistreerd partnerschap rekening gehouden met een overinbreng van de vrouw in de beperkte gemeenschap. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Partijen verklaren en stellen vast dat vóór en na het aangaan van het partnerschap door de heer [naam 1] aan mevrouw [naam 2] een bedragen zijn voldaan casu quo in de woning zijn geïnvesteerd. De bedoeling van de betalingen en investeringen erop waren gericht de vrouw op die wijze te compenseren voor haar overinbreng in de beperkte gemeenschap.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Partijen verrekenen de vorderingen die zij over en weer op elkaar casu quo op de gemeenschap hebben.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Partijen stellen vast dat door verrekening van de (toekomstige) vordering van mevrouw [naam 2] ad </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">tweehonderd veertig duizend vijfhonderd drie euro (€ 240.503,00)</emphasis>
        <emphasis role="italic"> met de vordering van de heer [naam 1] wegens gedane betalingen en investeringen van overinbreng door de comparante [naam 2] geen sprake meer is, en haar vorderingsrecht omschreven in artikel 10 van de partnerschapsvoorwaarden teniet is gegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Partijen stellen vast dat thans geen van hen nog een vorderingsrecht heeft op de gemeenschap noch op elkaar uit hoofde van artikel 3 (vergoedingsrechten en -plichten) en artikel 10 (Verdeling beperkte gemeenschap).</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het resultaat bij een verdeling van de beperkte gemeenschap is dat ieder der partijen recht heeft op de helft van de overwaarde van de woning.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In augustus 2011 hebben partijen hun geregistreerd partnerschap beëindigd. Daartoe hebben zij een “overeenkomst einde partnerschap” gesloten (hierna: de beëindigingsovereenkomst). In deze beëindigingsovereenkomst is - voor zover van belang - het volgende bepaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">met betrekking tot de afwikkeling van de partnerschapsvoorwaarden:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Artikel 3 echtelijke woning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">eigendom echtelijke woning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen behoort in eenvoudige mede eigendom toe de onroerende zaak staande en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelegen aan de [adres] te [woonplaats 2].</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">toedeling en waarde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De echtelijke woning wordt voor de daaraan volgens het taxatierapport van makelaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Euverman Temmink &amp; Partners toegekende waarde van € 460.000,-- toegedeeld aan de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vrouw onder de verplichting om de op deze woning rustende hypothecaire geldleningen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(zie artikel 3.3) voor haar rekening te houden en deze te voldoen als haar eigen schuld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met uitsluiting van de man.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">overbedeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten gevolge van de toedeling zoals bepaald in artikel 3.2 met betrekking tot de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">echtelijke woning wordt de vrouw overbedeeld voor een bedrag van € 127.500,--</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten gevolge van de verrekening van de kosten van de huishouding, zoals bepaald in artikel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">van deze overeenkomst, wordt de vrouw uiteindelijk overbedeeld voor een bedrag van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 127.500,-- te verminderen met € 15.000,--, derhalve € 112.500,--.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit artikel van het convenant houdt een vaststellingsovereenkomst in.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Artikel 7 kwijting en vrijwaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 7.1 verdeling en verrekening naar redelijkheid en billijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen verklaren hierbij dat door uitvoering van de in dit convenant omschreven</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verdeling van de aan hen in eenvoudige mede eigendom toebehorende goederen en door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de in dit convenant geregelde verrekening, waartoe zij conform de notariële akte van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">partnerschapsvoorwaarden verplicht zijn, met inachtneming van de maatstaven van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">redelijkheid en billijkheid aan de op hen rustende verplichtingen hebben voldaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zij verklaren dan ook dat zij, behoudens met betrekking tot de rechten en verplichtingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">genoemd in deze overeenkomst, niets meer van elkaar te vorderen te hebben en elkaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">algehele en finale kwijting te verlenen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="bold">In conventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man vordert - samengevat - bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om:</para>
        <para>Primair:</para>
        <para>I. de verdeling van de beperkte gemeenschap zoals vastgelegd in de beëindigingsovereenkomst te wijzigen in die zin dat de vrouw wordt veroordeeld om aan de man te voldoen een bedrag van € 111.000,--;<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>Subsidiair:</para>
        <para>II.  te bepalen dat bij brief van de raadsman van de man van 15 april 2013 de vaststellingsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst zijn vernietigd, althans genoemde overeenkomsten alsnog te vernietigen en de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen een bedrag van € 111.000,--;<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>Zowel primair als subsidiair: </para>
        <para>III. te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 april 2013, althans vanaf datum dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw voert gemotiveerd verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">In voorwaardelijke reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vrouw vordert  samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de vaststellingsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst te vernietigen althans te wijzigen en de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen een bedrag van <?linebreak?>€ 91.391,61 en daarbij te bepalen dat dit bedrag verrekend zal kunnen worden met een mogelijke vordering van de man op de vrouw, zulks primair met veroordeling van de man in de proceskosten, althans subsidiair de proceskosten te compenseren in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De man voert gemotiveerd verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="bold">in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De man legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. Bij het aangaan van het geregistreerd partnerschap was het de bedoeling van partijen dat, op het moment dat de beperkte gemeenschap zou worden opgeheven, er eerst, vanuit en ten laste van de beperkte gemeenschap een bedrag van € 240.503,-- aan de vrouw zou toekomen. De vrouw zou dus uiteindelijk € 240.500,03 (lees: € 240.503,--) meer toebedeeld krijgen dan de man. Dat is evenwel niet gebeurd. Uiteindelijk heeft de vrouw een bedrag van € 240.503,-- (twee betalingen en investeringen in de woning) rechtstreeks van hem en een bedrag van <?linebreak?>€ 127.500,-- (haar aandeel in de overwaarde) toebedeeld gekregen. Hij heeft weliswaar van de vrouw een bedrag van € 127.500,-- (minus een korting van € 15.000,--) ontvangen voor de overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw, doch daar staat tegenover dat hij rechtstreeks een bedrag van € 240.503,-- aan de vrouw heeft betaald. Effectief staat het saldo van hem op € 113.000,-- negatief, terwijl de vrouw een bedrag van € 368.000,-- heeft ontvangen. De vrouw heeft € 481.000,-- meer gehad dan hij, terwijl zij recht had op <?linebreak?>€ 240.503,--. De fout is ontstaan bij de rechtstreekse betalingen van de man van <?linebreak?>€ 240.503,-- aan de vrouw. Hij verkeerde in de veronderstelling dat hij een schuld had aan de vrouw van € 240.503,--, terwijl niet dit zo was. De vrouw had een vordering op de beperkte gemeenschap. In dit verband wordt gewezen op artikel 10 van de partnerschapsvoorwaarden. De man stelt zich dan ook op het standpunt dat er sprake is van dwaling. Bij een juiste voorstelling van zaken had hij nimmer het bedrag van € 240.503,-- aan de vrouw betaald, had hij de vaststellingsovereenkomst niet gesloten en had hij evenmin ingestemd met de beëindigingsovereenkomst. De man doet een beroep op de artikelen 3:196 en 3:198 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hij wenst dat de verdeling van de beperkte gemeenschap wordt gewijzigd, althans dat de vaststellingsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst worden vernietigd in die zin dat de vrouw uiteindelijk hetgeen zij teveel heeft ontvangen, zijnde een bedrag van € 111.000,--, betaalt aan de man. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vrouw voert verweer. Zij betwist dat de man heeft gedwaald ten aanzien van de waarde van een of meer goederen of schulden. De woning van partijen is getaxeerd, terwijl het restant van de hypotheekschuld vast stond. Indien de man stelt dat hij gedwaald heeft ten aanzien van de waarde van een of meer vermogensbestanddelen, zal hij daarvan bewijs moeten leveren. Dit laat de man na. Voorts betwist de vrouw dat benadeling voor meer dan een vierde heeft plaatsgevonden. Voor zover hier wel sprake van zou zijn, stelt de vrouw subsidiair dat de man toedeling te zijnen bate of schade heeft aanvaard. Beide partijen zijn uitvoerig voorgelicht door ter zake deskundige personen. Zowel bij de vaststellingsovereenkomst als bij de beëindigingsovereenkomst zijn notarissen en advocaten betrokken. Beide overeenkomsten zijn in concept aan beide partijen voorgelegd en door hen met elkaar en met de deskundigen besproken. Onder verwijzing naar artikel 7 van de beëindigingsovereenkomst stelt de vrouw dat partijen beiden de toedeling dan wel de verdeling te zijnen dan wel haren bate of schade hebben aanvaard. Ten aanzien van het subsidiair gevorderde stelt de vrouw dat de man vernietiging van de vaststellingsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst vordert en daarmee impliciet een beroep doet op artikel 6:228 BW. Dit artikel is echter niet van toepassing op een verdeling. De beëindigingsovereenkomst betreft een verdeling, maar ook de vaststellingsovereenkomst betreft een verdeling in die zin dat de vorderingen van partijen over en weer zijn verrekend, waardoor partijen niets meer van elkaar te vorderen hadden. Indien en voor zover de man zich beroept op vernietiging van de vaststellingsovereenkomst, dient dit beroep wegens verjaring te worden verworpen. Op grond van artikel 3:200 BW vervalt de rechtsvordering tot vernietiging van een verdeling door verloop van drie jaar na de verdeling. Op grond van het voorgaande betwist de vrouw het bestaan van de vordering van de man van € 111.000,--. Zij betwist echter ook de hoogte van de vordering. Door de man zijn bedragen van in totaal € 217.814,-- aan haar betaald en niet een bedrag van <?linebreak?>€ 240.503,--. Het verschil, een bedrag van 22.689,-- zou door de man worden geïnvesteerd in de woning. Nu de man de vaststellingsovereenkomst wenst te vernietigen, dient ook de door de man voorgestelde verrekenpost van € 22.689,-- opnieuw te worden bekeken. De vrouw betwist de gestelde investeringen. Uitgaande van een door de man betaald bedrag van € 217.814,-- zou de totale vordering van de man, zo mocht die al bestaan, maximaal <?linebreak?>€ 105.314,-- bedragen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Met betrekking tot de gevorderde (buitengerechtelijke) vernietiging van de vaststellingsovereenkomst overweegt de rechtbank als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 3:200 BW vervalt een rechtsvordering tot vernietiging door verloop van drie jaren na de verdeling. Naar het oordeel van de rechtbank behoeft de vraag of de vaststellingsovereenkomst als een verdeling voor de toekomst is aan te merken, zoals de vrouw stelt, of een verrekening inhield, zoals de man stelt, niet te worden beantwoord, aangezien op grond van artikel 1:135, tweede lid, BW artikel 3:200 BW eveneens van toepassing is bij een verrekening. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3:200 BW ook van toepassing is op de buitengerechtelijke vernietiging. Dat brengt mee dat de man na afloop van drie jaar na de verrekening noch een buitengerechtelijke vernietiging kan inroepen van de verrekening noch een vordering tot vernietiging van die verrekening kan instellen. Nu de vaststellingsovereenkomst dateert van [Datum] kon de man niet meer op 15 april 2013 de buitengerechtelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst inroepen en is de rechtsvordering van de man tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst vervallen. De man is derhalve in zoverre niet-ontvankelijk in deze vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Met betrekking tot de door de man gestelde dwaling omtrent de waarde van de te verdelen goederen en schulden overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 3:196, eerste lid, BW is een verdeling vernietigbaar wanneer een deelgenoot omtrent de waarde van een of meer van de te verdelen goederen en schulden heeft gedwaald en daardoor voor meer dan een vierde gedeelte is benadeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Met de vrouw is de rechtbank van oordeel dat de man niet heeft gedwaald omtrent de waarde van een of meer vermogensbestanddelen in de zin van artikel 3:196 BW. De man gaat in de dagvaarding bij zijn berekeningen uit van dezelfde waarden voor de vermogensbestanddelen als partijen in de beëindigingsovereenkomst hebben aangenomen. Zo gaat de man ook uit van de getaxeerde waarde van de woning van € 460.000,-- en de restanthypotheekschuld van € 205.000,--. Voor zover er al sprake zou kunnen zijn van dwaling vindt dit naar het oordeel van de rechtbank haar oorzaak in de (uitvoering van de nadere) afspraken die zijn gemaakt in het kader van de overinbreng van de vrouw. Deze afspraken zijn vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst en hebben er in geresulteerd dat geen van de partijen, door verrekening van de (toekomstige) vordering van de vrouw van </para>
        <para>€ 204.503,-- met de vordering van de man wegens gedane betalingen, zijnde de betalingen van € 113.445,-- respectievelijk € 104.369,65, en investeringen, nog een vorderingsrecht heeft op de gemeenschap noch op elkaar uit hoofde van artikel 3 en artikel 10 van de partnerschapsvoorwaarden en dat bij een verdeling van de beperkte gemeenschap ieder der partijen recht heeft op de helft van de overwaarde van de woning. Vorenstaande betekent dat de vordering van de man tot betaling van € 111.000,-- evenmin kan worden toegewezen op grond van artikel 3:196 BW jo. 3:198 BW. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gezien het vorenoverwogene behoeft de (voorwaardelijke) reconventionele vordering geen bespreking meer. De voorwaarden waaronder deze is ingesteld, zijn immers niet in vervulling zijn gegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Gelet op de voormalige relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de primaire vordering van de man af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn subsidiaire vordering voor zover deze betrekking heeft op de (buitengerechtelijke) vernietiging van de vaststellingsovereenkomst van [Datum] en de daaraan gekoppelde veroordeling voor de vrouw om een bedrag van € 111.000,-- aan de man te betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst de subsidiaire vordering van de man voor het overige af;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 augustus 2014.<footnote-ref linkend="_7a2fc688-c9bb-41f5-9e06-b5ffdbe463ec" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7a2fc688-c9bb-41f5-9e06-b5ffdbe463ec" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>