<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:4049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:12:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07/910027-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2014:779" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gedeeltelijke toewijzing vordering">Veroordeling feit: ECLI:NL:RBOVE:2014:779, Gedeeltelijke toewijzing vordering</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:4049">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:4049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-22T15:03:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:4049 Rechtbank Overijssel , 22-07-2014 / 07/910027-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:4049:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel oordeelt dat veroordeelde zijn illegale winsten uit internationale handel in hennep en amfetamine moeten afstaan aan de Staat. Veroordeeld tot het betalen van 24.297 euro. Megazaak Molengat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:4049:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 07/910027-11</para>
    <para>Datum vonnis: 22 juli 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, Afdeling Strafrecht, locatie Zwolle, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering van de officier van justitie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats],  <?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Veenhuizen, </para>
      <para>gevangenis Esserheem, te Veenhuizen,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht strekt tot schatting van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op € 50.742,77 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag. De officier van justitie heeft ter terechtzitting zijn vordering gewijzigd in die zin, dat op het gevorderde bedrag de opbrengst van de twee onderschepte en inbeslaggenomen henneptransporten (op 8-9-2011 en 10-12-2011), in mindering dient te worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>-een schriftelijke reactie van de raadsman van de veroordeelde d.d. 6 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 juni 2014.Gehoord zijn de officier van justitie mr. H.J. Timmer en mr. C.S.P.M. de Kock, advocaat te Zwolle, die heeft verklaard daartoe door de veroordeelde uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.</para>
      <para>De veroordeelde is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van de ontnemingsvordering, aangezien door de veroordeelde hoger beroep is ingesteld in de hoofdzaak.</para>
      <para>De raadsman heeft subsidiair, ingeval de rechtbank van oordeel is dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten, verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat de behaalde winst gedeeld dient te worden door de veronderstelde leden van de criminele organisatie waarvan de veroordeelde deel zou hebben uitgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 18 februari 2014 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens (onder meer):</para>
      <para>Feit 2: het misdrijf:</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, in de periode van 21 juli 2011 tot en met 3 februari 2012;</para>
      <para>Feit 4: het misdrijf:</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, in de periode van 4 januari 2011 tot en met 13 november 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank dat vonnis als uitgangspunt. Het primaire verweer tot afwijzing van de ontnemingsvordering nu veroordeelde hoger beroep heeft aangetekend tegen het vonnis in eerste aanleg in de hoofdzaak, wordt door de rechtbank verworpen omdat dit verweer geen steun vindt in het recht. Artikel 36e Sr bepaalt immers dat de ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd aan degene die strafrechtelijk is veroordeeld. Veroordeelde is in eerste aanleg door de rechtbank op 24 september 2013 veroordeeld. Niet van belang in dit verband is of het vonnis al dan niet onherroepelijk is. </para>
      <para>Het subsidiair naar voren gebrachte verweer dat rekening moet worden gehouden met het feit dat het wederrechtelijk verkregen voordeel gedeeld moest worden met mededaders, verwerpt de rechtbank vanwege het ontbreken van iedere vorm van onderbouwing. Verdachte heeft gezwegen en/of de feiten ontkend en geen enkel inzicht gegeven in hoe die eventuele verdeling in de praktijk zijn beslag heeft gekregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de voor die bewezenverklaring gebruikte bewijsmiddelen is aannemelijk geworden dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bij de berekening uitgegaan van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, behoudens voor zover daarvan hierna wordt afgeweken.<footnote-ref linkend="_7ca91ef9-9ca3-4950-9afa-400997299ff1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op grond van wettige bewijsmiddelen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 24.297,--.</para>
      <para>Daartoe is het volgende overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Opzettelijke uitvoer van grote hoeveelheden hennep naar Duitsland (feit 2):</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke uitvoer van grote hoeveelheden hennep naar Duitsland in de periode van 21 juli 2011 tot en met 3 februari 2012. Voor de berekening van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van de elf bewezen verklaarde henneptransporten à 2,8 kilogram hennep met een verkoopprijs van € 4.000,-- per kilogram en een inkoopprijs van € 3.357,86 per kilogram. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bruto opbrengst per transport:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>11</nr>
      <parablock>
        <para>transporten x 2,8 kilogram hennep = 30,8 kilogram hennep</para>
        <para>30,8 kilogram x € 4.000,--						€  123.200,--</para>
        <para>De totale kosten bedroegen:</para>
        <para>Inkoopprijs per kilogram hennep: € 3.357,86</para>
        <para>30,8 kilogram x € 3.357,86						€  103.422,80</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal geschat netto wederrechtelijk verkregen voordeel		             €    19.777,92</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opzettelijk afleveren van grote hoeveelheden hennep (feit 4):</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en afleveren van grote hoeveelheden hennep aan [betrokkene 1] in de periode van 4 januari 2011 tot en met 13 november 2012. De rechtbank gaat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van een verkoopprijs van € 3.900,-- per kilogram hennep en een inkoopprijs van € 3.600,-- per kilogram hennep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verkoopprijs 10 kilogram hennep:					€   39.000,--</para>
        <para>Inkoopprijs 10 kilogram hennep:					€   36.000,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal geschat netto wederrechtelijk verkregen voordeel		             €     3.000,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde heeft zich in de periode van 4 januari 2011 tot en met 13 november 2012 voorts schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en afleveren van respectievelijk 400 en 360 hennepstekken aan [betrokkene 2]. De rechtbank gaat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van een nettowinst van € 2,-- per hennepstek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>400 + 360 hennepplanten = 760 hennepplanten x € 2,--		€     1.520,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal geschat netto wederrechtelijk verkregen voordeel		€     1.520,--</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Schatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande schat de rechtbank het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel in totaal op € 24.297,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Draagkracht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gelet op het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat thans niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde niet in staat zou zijn het hiervoor vermelde bedrag te voldoen. De rechtbank ziet daarom geen reden om tot matiging van het ontnemingsbedrag over te gaan. Mocht in de toekomst blijken dat er geen of onvoldoende draagkracht aanwezig is, dan zal daarover in de executiefase kunnen worden geoordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Betalingsverplichting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt de verplichting tot betaling aan de Staat vast op een bedrag van </para>
      <para>€ 24.297,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat gold ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 24.297,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 24.297,-- aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. G.J. Stoové en </para>
      <para>mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier </para>
      <para>en is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2014.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7ca91ef9-9ca3-4950-9afa-400997299ff1" label="1">
    <para> Het schriftelijk bescheid, inhoudende het ontnemingsrapport (met bijlagen) van de verbalisant </para>
    <para>
      [verbalisant], als financieel rechercheur werkzaam bij de Politie Oost-Nederland, district IJsselland te Zwolle, opgemaakt op 27 maart 2013 (dossierpagina 0001 t/m 0013 van de ordner “Financieel Onderzoek WVV” betreffende [veroordeelde] inzake Onderzoek 04TAC11002.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>