<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:3990</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T20:25:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/910004-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:3990">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:3990</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-18T12:14:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:3990 Rechtbank Overijssel , 26-06-2014 / 08/910004-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:3990:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank Overijssel veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden voor grootschalige handel in en vervoer van hennep. Megazaak Molengat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:3990:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK OVERIJSSEL</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht - meervoudige kamer</para>
      <para>Locatie Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/910004-14 </para>
      <para>Uitspraak: 26 juni 2014<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van </para>
      <para>12 juni 2014. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. drs. G.A.C. Beckers, advocaat te Sittard. Als officier van justitie was aanwezig mr. H.J. Timmer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is tenlastegelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van </para>
      <para>1 augustus 2011 tot en met 4 november 2012 te Langeboom en/of Venhorst en/of</para>
      <para>Enschede en/of Doetinchem en/of Zwolle en/of elders in Nederland,</para>
      <para>in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, één of meer kilogram(men) hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten en/of delen daarvan, althans een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of vervoerd en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan (een) ander(en), in elk geval aanwezig gehad (telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende</para>
      <para>hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst</para>
      <para>II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op 5 november 2012 te Langeboom en/of Venhorst en/of Enschede en/of</para>
      <para>Doetinchem en/of Zwolle en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 7013,8 gram hennep en/of hennepplanten en/of (gedroogde) (bloem) delen daarvan, althans een (grote)</para>
      <para>hoeveelheid hennep en/of hennepplanten en/of (gedroogde) (bloem) delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>BEWIJSOVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van het openbaar ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de bewijsmiddelen betrokkenheid van verdachte bij bedoelde handel in hennep en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep niet kan worden afgeleid. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">De feiten 1 en 2: handel in hennep en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanwege de onderlinge samenhang bespreekt de rechtbank deze feiten gezamenlijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is op basis van de zich in het dossier bevindende tapgegevens, observaties, camerabeelden, de inbeslagneming van weed onder medeverdachte [medeverdachte 1], alsmede de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2], van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventueel op te maken aanvulling bij dit vonnis zullen worden opgenomen. De rechtbank heeft geen redenen om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 3] hennep heeft afgeleverd aan onder meer [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn regelmatig waargenomen bij de woonwagen van [medeverdachte 3], zo blijkt uit de camerabeelden van de [straatnaam]. [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij sinds twee jaar voor [verdachte] van coffeeshop ‘’[coffeeshop]’ in Doetinchem dozen of tassen vervoerde van en naar [medeverdachte 3]. Het ging om dozen van het formaat dat je in de supermarkt ziet of om een weekendtas. De pakketten werden door [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] overhandigd, daarna gaf [medeverdachte 2] ze weer af bij [verdachte]. Op camerabeelden van 5 november 2012 is waargenomen dat [medeverdachte 1] naar de woonwagen van [medeverdachte 3] loopt en terugkomt met een vuilniszak die hij in zijn auto laadt. Daarop wordt hij onder observatie genomen en wordt hij in Enschede aangehouden, waarbij 7 kilo hennep in zijn auto wordt aangetroffen. Geconfronteerd met camerabeelden van zijn bezoek aan de [straatnaam], herkent [medeverdachte 1] zichzelf op de beelden. [medeverdachte 1] werkte net als [medeverdachte 2] voor verdachte [verdachte]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, af dat verdachte zich samen met een ander, in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 4 november 2012 te Langeboom en Enschede en Zwolle, in de uitoefening van een beroep of bedrijf schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervoeren en afleveren van kilogrammen hennep en dat hij zich op 5 november 2012, samen met een ander, te Enschede schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 7013,8 gram hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 4 november 2012 te Langeboom en</para>
      <para>Enschede en Zwolle, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, telkens tezamen en in vereniging met een ander, kilogrammen hennep opzettelijk heeft vervoerd en afgeleverd,</para>
      <para>zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op 5 november 2012 te Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 7013,8 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1, het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen gepleegd, </emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2, het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, </emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>STRAFBAARHEID van de VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van het openbaar ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen acht gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van achttien maanden met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair verzocht bij de strafmaat rekening te houden met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld in verband met de Opiumwet.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden</para>
      <para>waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,</para>
      <para>zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de</para>
      <para>na te noemen beslissing passend. </para>
      <para>Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting betrokken, voor zover deze voor de onderhavige feiten zijn vastgesteld. Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) heeft ten aanzien van het vervoeren en afleveren van hennep en het aanwezig hebben van hennep geen oriëntatiepunten vastgesteld. De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf rekening met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 15 maanden, samen met een ander en met een zekere professionaliteit, bezig gehouden met grootschalige handel in hennep door telkens tientallen kilo’s hennep door koeriers te laten ophalen bij [medeverdachte 3] en vervolgens te laten vervoeren en afleveren op het woonadres van verdachte. Op 5 november 2012 is in Enschede een door verdachte georganiseerd transport onderschept waarbij in de auto van [medeverdachte 1] 7013,8 gram hennep is aangetroffen. Van hennep is algemeen bekend dat het de gezondheid van de gebruikers kan schaden en dat het verslavend kan werken. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het criminele circuit waarin deze softdrugs in illegale kwekerijen worden geproduceerd en waarin buiten de reguliere en legale economie om winst wordt gemaakt met de handel en export. Een en ander rechtvaardigt oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten voordele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het uittreksel Justitiële </para>
      <para>Documentatie van 11 juni 2014 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld in verband met </para>
      <para>overtreding van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, alle voormelde omstandigheden in aanmerking genomen van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak/bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:<?linebreak?>Feit 1, het misdrijf:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen gepleegd, </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>Feit 2, het misdrijf:</para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-	</emphasis>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. G.J. Stoové en </para>
      <para>mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier </para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>