<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:3550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:36:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/150352 / KG ZA 14-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2014/154</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:3550">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:3550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-01T10:25:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:3550 Rechtbank Overijssel , 25-06-2014 / C/08/150352 / KG ZA 14-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:3550:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering betaling achterstallige pensioentermijnen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:3550:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="63abc729-2a58-4180-8466-73d7911124f1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b9480d62-89db-4a4c-a3ae-d460dc099dbd" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/150352 / KG ZA 14-13</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 25 juni 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. A.M.G. Buitink te Winterswijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. R. Mastenbroek te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para> 	Na dagvaarding uitgebracht op 24 maart 2014 heeft mondelinge behandeling van </para>
        <para>dit kort geding plaatsgevonden op 22 april 2014 en is voortgezet op 5 juni 2014. Daarna heeft [eiseres] bij bericht van 12 juni 2014 vanwege het uitblijven van medewerking c.q. uitvoering geven aan een getroffen regeling, alsnog vonnis verzocht.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>  	Het vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] zijn ex-echtelieden en hebben in onderling overleg overeenstemming bereikt over de verrekening van de pensioenrechten van [gedaagde] als weergegeven in de inleidende dagvaarding die hier als ingelast en herhaald dient te worden beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond daarvan ontvangt [eiseres] sinds 1 april 2006 rechtstreeks van het Philips Pensioenfonds het volledige pensioen van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Met ingang van 1 november 2013 heeft [gedaagde] éénzijdig die rechtstreekse betaling echter stopgezet en aan zichzelf doen verrichten met als gevolg dat [eiseres] sedertdien de betrokken inkomsten mist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering<?linebreak?><?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert samengevat: </para>
        <para>- primair veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan het verstrekken van een machtiging aan het Philips Pensioenfonds opdat aan [eiseres] automatisch maandelijks de pensioenrechten worden overgemaakt op straffe van een dwangsom;<?linebreak?>- subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een dienovereenkomstig <?linebreak?>(pensioen)bedrag;<?linebreak?>- voorts veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de inmiddels ontstane achterstand respectievelijk betaling van die termijnen, totdat het pensioenfonds de uitkeringen aan [eiseres] rechtstreeks zal hebben hervat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>4.1.	[gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen, dat in hoofdzaak neerkomt op de stelling dat de in 2006 overeengekomen gang van zaken voor hem tot bijtelling van en belastingheffing over het aan [eiseres] uitgekeerde pensioenbedrag leidt en hij overigens vanwege hoge kosten veroorzaakt door ernstige ziekte de betroken gelden zelf nodig heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Hoewel het hier in wezen een geldvordering betreft, is onweersproken dat voor [eiseres] de betrokken periodiek uitkering tot levensonderhoud strekt en noodzakelijk is, waarmede spoedeisendheid van de zaak is gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Ter zitting is reeds aangegeven dat de bijtelling en extra-inkomstenbelasting problematiek voor [gedaagde] allereerst een sequeel van de tussen partijen in 2006 gesloten regeling zijn, daarnaast zeer beperkt van omvang zijn en kunnen moeten worden opgelost door correcte aangifte IB en eventuele verdere administratieve maatregelen (zijdens [gedaagde]), maar zeker niet door het éénzijdig stopzetten van de pensioenuitkering aan [eiseres].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Ter zitting van 22 april 2014 is afgesproken dat [gedaagde] voor herstel van de rechtstreekse uitkeringen door het Philips Pensioenfonds aan [eiseres] zou zorgdragen, waartoe een schriftelijk door hem aldaar in te dienen verzoek toereikend zou zijn.<?linebreak?>Tevens zou [gedaagde] de opgelopen achterstand, waaronder begrepen de termijnen die eventueel nog door [eiseres] gemist zouden worden, zou inlopen met een éénmalige betaling van € 1.000,-- en verder met ingang van 1 mei 1014 met een betaling van € 200,-- per maand totdat de gehele achterstand zou zijn voldaan, terwijl [gedaagde] geen wettelijke rente over die achterstand verschuldigd zou zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Gezien de inhoud van het bericht van [eiseres] van 12 juni 2014, waaruit - onder meer - blijkt dat tot dan toe door [gedaagde] niet aan het Philips Pensioenfonds een verzoek is gericht de uitkeringen in het vervolg (weer) rechtsreeks aan [eiseres] te verrichten en het verzoek van [eiseres] om een vonnis met een dienovereenkomstig dictum te willen wijzen, waarop door [gedaagde], ondanks herhaald verzoek door de griffier dezer rechtbank, niet is gereageerd, acht de voorzieningenrechter de vordering van [eiseres] als na te melden toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter begrijpt dat de afspraak omtrent het inlopen van de achterstand voor [eiseres] op zich voldoende is.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Gezien het feit dat het ex-echtelieden betreft, is er aanleiding de proceskosten tussen hen te compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>beveelt [gedaagde] om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van een machtiging aan het Philips Pensioenfonds opdat aan [eiseres] automatisch maandelijks de pensioenrechten worden overgemaakt, zulks onder oplegging van een dwangsom te voldoen door [gedaagde] aan [eiseres] ter hoogte van € 500,--,  voor elke dag, met een maximum van € 10.000,--, dat [gedaagde] nalaat een daartoe strekkende machtiging te verstrekken aan het Philips Pensioenfonds,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.<footnote-ref linkend="_304d3a27-c75d-4379-9028-8e2f4ab16a35" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_304d3a27-c75d-4379-9028-8e2f4ab16a35" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>