<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:2123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-23T09:01:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2552923 WM VERZ  13-1991</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:2123">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:2123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-22T10:12:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:2123 Rechtbank Overijssel , 12-03-2014 / 2552923 WM VERZ  13-1991</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:2123:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep tegen beslissing van de officier van justitie waarbij een verzoek tot vergoeding van proceskosten na een sanctie in verband met een verkeersovertreding werd geweigerd. Het beroep is ingediend namens de rechtsbijstandverlener, niet namens degene die de sanctie kreeg opgelegd. Omdat de rechtsbijstandverlener geen direct belang heeft bij het ingediende beroep verklaart de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:2123:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK OVERIJSSEL</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kantonnr.: 2552923 WM VERZ  13-1991</para>
      <para>CJIBnr.: 161643158</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De kantonrechter;</title>
    <parablock>
      <para>gezien het door </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mr J. Van Gemert </emphasis>
      </para>
      <para>namens </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Salus Juridische Diensten B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te 6503 GB Nijmegen, Postbus 6550,</para>
      <para>hierna te noemen betrokkene, </para>
      <para>ingediende beroepschrift dat zich richt tegen de beslissing van de officier van justitie van 20 november 2012 waarbij een verzoek tot vergoeding van proceskosten in een procedure gevoerd namens [naam] werd geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezien voormelde beslissing van de officier van justitie, alsmede de overige op de zaak betrekking hebbende stukken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gehoord mr J. Meerdink namens de officier van justitie ter openbare zitting van 12 maart 2014 op welke zitting betrokkene niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweegt:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [naam] te [woonplaats] is op 27 mei 2012 een sanctie opgelegd van € 173,--, vermeerderd met € 6,-- administratiekosten, terzake van een bij de WAHV omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 20 km/h”, gepleegd op 8 mei 2012 in de gemeente Hof van Twente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 10 juni 2012 en voorzien van een machtiging heeft betrokkene uitdrukkelijk namens [naam] tegen deze sanctie <emphasis role="italic">pro forma</emphasis> beroep ingesteld. Daarbij heeft zij namens [naam] verzocht om een vergoeding van proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 26 juli 2012 is een grond aangevoerd, te weten dat de geconstateerde snelheid niet binnen maar buiten de bebouwde kom is gemeten, waardoor deze snelheid onder het maximum van 80 km/u lag. Ook nu heeft zij namens [naam] verzocht om een vergoeding van proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 augustus 2012 heeft de officier van justitie het beroep gegrond verklaard. Aan de hand van de aangevoerde argumenten is gebleken of voldoende aannemelijk gemaakt dat de beschikking niet in stand kan blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat een beslissing is uitgebleven ten aanzien van de proceskosten, schrijft betrokkene, op eigen naam, dat er nog geen beslissing is genomen ten aanzien van de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 20 november 2012 weigert de officier van justitie proceskosten te vergoeden. Betrokkene zou niet beroepsmatig rechtsbijstand verlenen gelet op indeling bij de Kamer van Koophandel in de categorie “Kredietinformatie- en incassobureaus, Financiële Holdings.”  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 23 november 2012 dient betrokkene daartegen, op eigen naam, beroep in. De machtiging van [naam] van 5 juni 2012 is opnieuw bijgesloten. De officier van justitie heeft zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd. De verwijzing naar de categorie van inschrijving is onvoldoende. Betrokkene geeft aan dat zij wel degelijk beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Dat blijkt uit allerlei feitelijk blijkende details in de registratie in het handelsregister. Zij sluit een kopie van een uittreksel van de kamer van Koophandel gedateerd 1 november 2012 (derhalve van na de bestreden beslissing) bij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep gegrond moet worden verklaard en dat twee maal één punt van € 472 met een gewicht van factor 0,25 moet worden toegekend.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is tijdig ingesteld, zodat het beroep in zoverre ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Echter, het beroep is niet namens [naam] ingediend maar namens betrokkene zelf. Dat blijkt nadrukkelijk uit de tekst van het beroepschrift, waarin geen enkele verwijzing voorkomt die erop duidt dat betrokkene namens een ander, in het bijzonder [naam] procedeert. Het bijvoegen van een machtiging van [naam] van 5 juni 2012 maakt dat niet anders. Juist het gegeven dat betrokkene zelf uitgebreid gemotiveerd – en naar de kantonrechter oordeelt: voldoende onderbouwd en overtuigend – stelt beroepsmatig rechtsbijstandsverlener te zijn, brengt met zich mee dat van haar mag worden verwacht dat zij het duidelijk aangeeft als het anders is dan zij opschrijft. Er kan geen andere conclusie getrokken worden dan dat het betrokkene is die beroep heeft ingesteld tegen de weigering van een vergoeding aan [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu betrokkene zelf geen direct eigen belang heeft bij het ingediende beroep moet zij niet ontvankelijk verklaard worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslist:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven te Almelo door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 26 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift toegezonden aan betrokkene en de officier van justitie op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als de kantonrechter het goed ziet, dan kan, gelet op artikel 14 WAHV en mede gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7 van het arrest van het gerechtshof te Leeuwarden van 8 november 2010, WAHV 200.062.971 (ECLI:NL:GHLEE:2010:BP2948) geen rechtsmiddel tegen deze beschikking worden ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als de kantonrechter het verkeerd ziet, dan kunt u als u het niet eens bent met deze beschikking, binnen zes weken vanaf bovengenoemde datum van verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank, sector straf, locatie Almelo (postadres: postbus 323, 7600 AH Almelo) en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>