<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2014:1846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-10T17:30:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/136549 ha za 13-98</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:1846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:1846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-10T13:35:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2014:1846 Rechtbank Overijssel , 26-03-2014 / C/08/136549 ha za 13-98</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2014:1846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekken bieding op activa in faillissement. Afgebroken onderhandelingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2014:1846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/08/136549 ha za 13-98</para>
      <para>datum vonnis: 26 maart 2014 (vdv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Mr. Jeroen Toine Stekelenburg,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>verder te noemen mr. Stekelenburg,</para>
      <para>advocaat: mr. N.J.H. Leferink LLM te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de vennootschap naar Duits recht</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Retrofit GmbH,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Keulen, Duitsland,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verder te noemen Retrofit GmbH,</para>
      <para>advocaat: mr. J.P.D. van der Klift te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bij tussenvonnis van 15 januari 2014 bevolen comparitie van partijen is op 10 maart 2014 gehouden, het daarvan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.<?linebreak?>Na afloop van die comparitie hebben partijen wederom vonnis verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten (alles kort samengevat) <?linebreak?><?linebreak?>1.    De rechtbank herhaalt hetgeen in het eerdere tussenvonnis van 15 januari 2014 is overwogen.</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Na het op 25 mei 2011 uitgesproken faillissement van Boekelo Decor B.V. heeft de curator (verder Stekelenburg q.q.) een biedingsprocedure geopend (productie 2 dagvaarding), die enkel tot onherroepelijke biedingen op de activa zou moeten leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Op 1 juli 2011 heeft Retrofit een onherroepelijk bod van € 3.230.000,-- op die activa uitgebracht.<?linebreak?>In latere onderhandeling is dit bod op 8 juli 2011 nader op € 3.300.000,-- gebracht en als zodanig door Stekelenburg q.q. op 18 juli 2011 geaccepteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Bij emailbericht van 8 augustus 2011 laat Retrofit weten haar bieding in te trekken, met name omdat haar investeerders het laten afweten (productie 8 dagvaarding).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Ondanks sommaties weigert Retrofit  nakoming van de door Stekelenburg q.q. als perfect beschouwde overeenkomst tot overname van de activa.<?linebreak?>Stekelenburg q.q. zag zich genoodzaakt tot verkoop van die activa aan een derde, hetgeen uiteindelijk werd gerealiseerd voor een bedrag van € 1.375.000,--.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering<?linebreak?>6.    Stekelenburg q.q. vordert van Retrofit als schade voor de boedel het verschil tussen het door Retrofit  uitgebrachte en door hem geaccepteerde bod van € 3.300.000,-- en de uiteindelijke voor die activa gerealiseerde opbrengst van € 1.375.000,--, zijnde € 1.925.000,-, met wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011. <?linebreak?>Volgens Stekelenburg q.q. is Retrofit tot vergoeding daarvan gehouden, primair op grond van het ten onrechte terugtreden van Retrofit  uit de gesloten overeenkomst, subsidiair het Retrofit niet meer vrijstond terug te treden uit de vergevorderde onderhandelingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer<?linebreak?>7.   Retrofit ontkent tot enige vergoeding gehouden te zijn omdat het door haar gedane bod op de activa niet  althans niet zodanig onherroepelijk was, dat zij niet meer eenzijdige kon terugtreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>Retrofit  wijst erop dat zij in de bieding een viertal voorwaarden had besloten:<?linebreak?>a.   Verlenging door de Gemeente Enschede van de exploitatievergunning van Boekelo Decor uiterlijk op 1 augustus 2011.<?linebreak?>b.   Overeenstemming over de verlenging  of het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst met de verhuurder van het pand waarin Boekelo Decor is gevestigd uiterlijk per 1 augustus 2011.<?linebreak?>c.    Toestemming van Stekelenburg q.q. voor de overname van het personeel en hun knowhow door een groepsvennootschap van Retrofit.<?linebreak?>d.    Overeenstemming tussen Stekelenburg q.q., de Duitse Curator en Retrofit over de verlenging en het gebruik van alle designrechten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <para>Omdat geen van deze vier voorwaarden was vervuld kon en mocht Retrofit  eenzijdig terugtreden en kan Stekelenburg q.q. zijn vordering niet op basis van een tot stand gekomen overeenkomst baseren.<?linebreak?>Evenmin kan daartoe de subsidiair geformuleerde grondslag van ten onrechte afgebroken onderhandelingen dienen, allereerst vanwege het niet vervuld zijn van eerdergenoemde vier voorwaarden, maar bovenal vanwege het afhaken van de achterliggende investeerders van Retrofit als gevolg waarvan Retrofit  niet aan de solvabiliteitseis tot betaling van de geboden prijs voor de activa c.q. voldoende gegoedheid voor het oversluiten van de huurovereenkomst zou kunnen voldoen en die onderhandelingen dienvolgens immer zouden zijn  gestrand.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.</nr>
      <para>De hoedanigheid van Stekelenburg als curator in het faillissement van Boekelo Decor B.V. als eisende partij in deze staat inmiddels vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.</nr>
      <para>In het kader van de (voorgenomen) onderhandse verkoop van de activa in dat faillissement heeft Stekelenburg q.q. voorwaarden geformuleerd (productie 2 dagvaarding), waarvan ten deze met name van belang is: “<emphasis role="italic">artikel 7: De gepleegde biedingen zijn onvoorwaardelijk en onherroepelijk,.....”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.</nr>
      <para>Op 1 juli 2011 is vervolgens een “Verbindliches Angebot” als hiervoor onder (3.) genoemd, door Retrofit  uitgebracht, uiteindelijk opgehoogd tot € 3.300.000,--, met daaraan toegevoegd een viertal bepalingen als hiervoor onder (7.) omschreven.<?linebreak?>In de toelichting aan het begin van het biedingsbericht wordt door Retrofit  gesteld, dat de bieding op doorstart van de onderneming is gericht en zich daarmede wezenlijk onderscheidt van andere bieders. <?linebreak?>De rechtbank stelt vast, dat in deze bieding zijdens Retrofit geen financieringsvoorbehoud    –in welke vorm dan ook- is gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.</nr>
      <para>Stekelenburg q.q. heeft dit bod van Retrofit  op 18 juli 2011 geaccepteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.</nr>
      <para>Bij emailbericht van 8 augustus 2011 (productie 8 dagvaarding) heeft Retrofit echter aan Stekelenburg q.q. laten weten het bod terug te nemen, omdat haar investeerders het de vrijdag daarvoor hadden laten afweten, en heeft daaraan toegevoegd:<?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">Die Gründe dazu sind vielfältig, letzendlich aber in den komplexen Strukturen des Falles, insbesondere in den bis heute vorliegenden Rechtsunsicherheiten u.a. bezgl. Betreibegenehmigung und Mietvertrag in Holland etc. zu suchen.</emphasis><?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?>15.  Bij gebreke van enig financieringsvoorbehoud is het afhaken van de investeerders van Retrofit geen (zelfstandige) grond voor mogelijk terugtreden door Retrofit.<?linebreak?>Volgt de vraag of de vier bepalingen, die Retrofit  aan haar overigens onvoorwaardelijk geformuleerde bieding daartoe wel mogelijkheden geven.<?linebreak?>Met Stekelenburg q.q. is de rechtbank van oordeel dat die bepalingen primair het karakter van praktische uitwerking behelzen en voor zover als (opschortende dan wel ontbindende) voorwaarde zijn te beschouwen, die een overwegend potestatief karakter dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.</nr>
      <para>Met Retrofit constateert de rechtbank echter evenzo dat op 8 augustus 2011 in ieder geval nog niet aan die vier bepalingen was voldaan en mitsdien niet van een perfecte overeenkomst kan worden gesproken in de zin dat Stekelenburg q.q. als in zijn primaire eis kan volstaan met die te stellen en het verschil met de latere verkoop als schade voor de boedel vorderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.</nr>
      <para>De subsidiaire grondslag acht de rechtbank wel relevant.<?linebreak?>Ten aanzien van de (invulling van de) vier bepalingen stelt Stekelenburg q.q. terecht:<?linebreak?>ad a: de overname van de exploitatievergunning van Boekelo Decor door Retrofit  is ingeval van doorstart van het bedrijf nagenoeg een automatische zaak, moet echter wel door Retrofit  aangevraagd worden.<?linebreak?>ad b: de overname van het huurcontract zou niet geëffectueerd kunnen worden door het afhaken van de investeerders achter Retrofit, die zelf  financieel niet “goed” genoeg zou zijn. <?linebreak?>Op die wijze zou een ieder zich achteraf van elk contract kunnen bevrijden met het enkele argument het bij nader inzien niet te kunnen financieren/betalen: potestatief, dus niet te honoreren argumentatie.<?linebreak?>ad c.: onvoldoende weersproken staat vast dat Stekelenburg q.q. eind juli 2011 met de Duitse curator in principe rond was omtrent de overname van designs etc. voor een bedrag van         € 75.000,--.<?linebreak?>ad d.: toestemming pandhouders en Rechter-commissaris zou evenmin een probleem geweest zijn, nu die in later stadium voor het lagere bedrag van € 1.375.000,-- zonder mankeren is verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft ten aanzien van de hiervoor geschetste vier bepalingen en de gang van zaken daaromheen te gelden dat die als vervuld dienen te worden gezien of zonder meer door Retrofit te vervullen, in ieder geval niet prohibitief zijn te achten voor het effectueren van de overname van de activa, na het hiertoe door Retrofit  uitgebrachte en geaccepteerde bod.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.</nr>
      <para>Zulks betekent dat op 8 augustus 2011 de onderhandelingen zover waren gevorderd, dat Retrofit  niet meer eenzijdig kon terugtreden en door dat wel te doen schadeplichtig is geworden tegenover de boedel, voor zover die daardoor is benadeeld.<?linebreak?>Dienaangaande stelt de rechtbank vast dat Retrofit  door het uitbrengen van het relatief hoge bod op de activa andere bieders terstond buiten spel heeft gezet en Stekelenburg q.q. de mogelijkheid heeft ontnomen op dat moment verdere biedingen te onderzoeken.<?linebreak?>Juist in die beginfase staan –naar de rechtbank bekend is- de beste mogelijkheden daartoe open en heeft een “afgesprongen” deal in later stadium doorgaans een waardedrukkende werking, hetgeen in ieder geval door de thans gerealiseerde opbrengst van € 1.375.000,--  tegenover de oorspronkelijke contractprijs van € 3.300.000,-- wordt geadstrueerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.</nr>
      <para>Het door de boedel geleden nadeel dient echter wel genuanceerd te worden met de eigen schuld van Stekelenburg q.q. in de zin dat Stekelenburg q.q. na het stipuleren in de biedingsvoorwaarden van een onvoorwaardelijk en onherroepelijk aanbod een relatief hoge bieding van Retrofit  heeft geaccepteerd waaraan toch vier min of meer losse eindjes zaten en –desondanks- andere potentiele bieders in eerste instantie heeft uitgesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>21.</nr>
      <para>Door echter op deze wijze de mogelijke verwerving van de activa gedurende zekere tijd te monopoliseren heeft Retrofit  naar schatting van de rechtbank de boedel zeker een 20% hogere opbrengst van de thans gerealiseerde € 1.375.000,-- onthouden.<?linebreak?>De rechtbank acht het juist –gezien het hiervoor onder (19.) gestelde- om de helft daarvan voor rekening van de boedel te laten en de andere helft ten laste van Retrofit te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>22.</nr>
      <para>Zulks betekent dat toewijzing als na te melden zal plaatsvinden en de proceskosten tussen partijen zullen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <para>I.    Veroordeelt Retrofit om aan Stekelenburg q.q. te betalen een bedrag van € 137.500,-- <?linebreak?>      vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 augustus 2011.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <para>II.   Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <para>III.  Compenseert de proceskosten, des dat iedere partij de hare drage.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <para>IV.  Wijst af enig meer of anders gevorderd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en op woensdag 26 maart 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>