<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T12:45:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ9541</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Awb 13/151</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:12:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541 Rechtbank Oost-Nederland , 29-03-2013 / Awb 13/151</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank oordeelt dat de gemeente Steenwijkerland niet handhavend hoeft op te treden, op verzoek van eiser, ten aanzien van het gebied 'de Wetering' , waarop de bestemming “Landschappelijk waardevol landbouwgebied” rust. Eiser is niet rechtstreeks bij handhaving ten aanzien van het (vermeende) strijdige gebruik betrokken en is geen belanghebbende. Gemeente verklaarde verzoek van eiser daarom terecht deels niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9541:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Uitspraak </para>
    <para> </para>
    <para>RECHTBANK OOST-NEDERLAND </para>
    <para />
    <para>Team bestuursrecht   </para>
    <para />
    <para>Zittingsplaats Zwolle   </para>
    <para />
    <para>Registratienummer: Awb 13/151 </para>
    <para />
    <para>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser], </para>
      <para>wonende te Wetering, </para>
      <para>eiser, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, </para>
      <para>verweerder.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Procesverloop </para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 30 juli 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek om handhaving niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. </para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 20 december 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit deels herroepen en het bezwaar voor dat deel ongegrond verklaard. Voor het overige heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2013. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G. Holtjer. </para>
    <para />
    <para>Overwegingen </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  De rechtbank neemt de volgende, door partijen onbetwiste, feiten als vaststaand aan: </para>
      <para>-  eiser woont op de [adres] te Wetering (perceelnummer [nummer]), waarop, evenals op de omliggende percelen, de bestemming “Landschappelijk waardevol landbouwgebied” rust; </para>
      <para>-  eiser heeft verweerder eerder verzocht hem toe te staan een mini-camping op het naastgelegen perceel (nummer [nummer]) te ontwikkelen, waarop door de gemeente een correctief en partieel bestemmingsplan is ontwikkeld waarin dit mogelijk werd gemaakt; </para>
      <para>-  gedurende de bestemmingsplanprocedure is deze mogelijkheid voor eiser komen te vervallen, waartegen eiser beroep heeft ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; </para>
      <para>-  bij uitspraak van 12 oktober 2011 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van eiser ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>2.  Eiser heeft verweerder op 3 mei 2012 en op 14 juni 2012 verzocht om handhavend op te treden, aangezien hij van mening is dat de open plekken tussen de weg en het water (de Wetering) in zijn buurt, waarop de bestemming “Landschappelijk waardevol landbouw-gebied” rust, niet als open plekken worden gebruikt (het strijdige gebruik). </para>
    <para />
    <para>Nadat verweerder het verzoek van eiser aanvankelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard (de rechtbank begrijpt: heeft afgewezen) wegens het ontbreken van belang bij het verzoek, heeft verweerder met het bestreden besluit eiser ontvankelijk verklaard ten aanzien van de percelen waarop eiser zicht heeft. Aangezien er op deze percelen volgens verweerder geen sprake is van strijdig gebruik, heeft verweerder het bezwaar voor wat betreft deze percelen ongegrond verklaard. Voor de overige percelen is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft ter zitting erkend dat er op de percelen, ten aanzien waarvan zijn verzoek ontvankelijk is verklaard, geen sprake is van strijdig gebruik en dat zijn beroep slechts ziet op het bestreden besluit, voor zover het niet-ontvankelijk is verklaard. Derhalve beoordeelt de rechtbank bij het navolgende slechts de ontvankelijkheid van eiser. </para>
    <para />
    <para>3.  De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de perceelnummers [nummers], waarop volgens eiser sprake is van het strijdige gebruik, niet zijn gelegen naast zijn perceel. Voorts heeft eiser ter zitting erkend dat hij geen zicht heeft op de schuren en (onder meer) zware beplanting, die volgens hem het strijdige gebruik vormen op die perceelnummers. Bovendien heeft eiser gesteld dat hij geen last heeft van het strijdige gebruik. </para>
    <para />
    <para>Gelet hierop is het belang van eiser niet rechtstreeks bij handhaving ten aanzien van het (vermeende) strijdige gebruik betrokken en is hij geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <para>4.  De stelling van eiser dat hij wel belanghebbende is, omdat hij ook belanghebbende was bij voornoemde bestemmingsplanprocedure, gaat niet op, aangezien bij een bestemmingsplanprocedure een ruimer begrip van belanghebbenden wordt gehanteerd dan in een situatie als de onderhavige. </para>
    <para />
    <para>Ook de niet nader onderbouwde stelling van eiser dat hij belanghebbende is, omdat de bestemming “Landschappelijk waardevol landbouwgebied” ook op zijn perceel rust, gaat niet op. Er is immers geen rechtsgrond voor deze stelling. </para>
    <para />
    <para>5.  Gelet op het voorgaande heeft verweerder het bezwaar van eiser, voor zover het beroep hierop ziet, terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>6.  Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>Beslissing </para>
    <para />
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    <para>  </para>
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, en door hem en mr. A. Landstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>