<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2026:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T12:04:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11412240 \ CV EXPL  24-8324</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:63">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:63</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T12:03:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2026:63 Rechtbank Oost-Brabant , 08-01-2026 / 11412240 \ CV EXPL  24-8324</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2026:63:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze zaak gaat over het (niet) betalen van facturen van een advocatenkantoor. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat de vorderingen rechtsgeldig zijn overgedragen rust op het advocatenkantoor, omdat zij zich beroept op het rechtsgevolg hiervan, namelijk dat zij rechtsgeldig eigenaar is geworden van de vorderingen op gedaagde. Gelet op de betwistingen van gedaagde had het op de weg van het advocatenkantoor gelegen om onderbouwd te stellen dat sprake is geweest van (1) een rechtsgeldige akte van cessie en (2) een mededeling daarvan aan gedaagde, zeker nu het advocatenkantoor daartoe na de mondelinge behandeling nog in de gelegenheid is gesteld. Het advocatenkantoor heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat aan de eerste voorwaarde is voldaan. Daarmee is de rechtsgeldige overdracht van de vorderingen, en dus het vorderingsrecht van het advocatenkantoor, niet komen vast te staan in deze procedure. Daarom wordt de vordering van het advocatenkantoor, om gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 14.610,01 in hoofdsom, afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2026:63:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11412240 \ CV EXPL  24-8324</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOOGLANDER B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Helmond,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Hooglander,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.C.F. van Stiphout (CollactiveBMK Incasso B.V.),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend bij monde van haar directeur-eigenaar [A] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 5 november 2024 met producties 1 tot en met 9;<?linebreak?>- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 28 november 2024 en het (tijdens de rolzitting overgelegde) schriftelijk antwoord van 25 november 2024 met bijlagen 1 tot en met 3;<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      <para>- de akte vermeerdering van eis met producties 1 tot en met 5<footnote-ref linkend="_7688ee48-0c2e-4ebc-8350-bb56d1f48060" /> van Hooglander, ingekomen bij de griffie op 20 maart 2025;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 21 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Hooglander een procesvolmacht overgelegd;<?linebreak?>- de akte overleggen bescheiden met producties 1 en 2<footnote-ref linkend="_779e49b7-6245-4b75-9dad-6ba30930a833" /> van Hooglander, ingekomen bij de griffie op 10 april 2025;<?linebreak?>- de akte van [gedaagde] , ingekomen bij de griffie op 6 mei 2025;<?linebreak?>- de antwoordakte van Hooglander met één productie<footnote-ref linkend="_6d867885-b6bb-481d-b2eb-bcf87677b250" />, ingekomen bij de griffie op 5 juni 2025;</para>
      <para>- de antwoordakte van [gedaagde] , ingekomen bij de griffie op 19 juni 2025; <?linebreak?>- de antwoordakte van Hooglander, ingekomen bij de griffie op 16 september 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Hooglander is een advocatenkantoor. [gedaagde] is een bedrijf dat zich bezighoudt met het beheren van vermogen alsmede het adviseren en ondersteunen van ondernemingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 15 februari 2023 is een opdrachtbevestiging overeengekomen. In die opdrachtbevestiging staat, voor zover van belang, het volgende:</para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="15eb1137-50c6-4453-b5c8-96e7cf64bc46" depth="294" width="342" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bb7366ee-6976-489f-96cd-3f16f8aee312" depth="251" width="346" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [naam vof] vof heeft juridische advieswerkzaamheden verricht en daarvoor declaraties met declaratiespecificaties verstuurd aan: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] : declaratie- en dossiernummer [nummer 1] – [B] van 13 juli 2023 ad € 3.798,37 (productie 2 bij dagvaarding), </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [C] B.V.: declaratie- en dossiernummer [nummer 2] – [C] B.V. / Opheffen beslag van 3 mei 2023 ad € 631,62 (productie 10 bij dagvaarding), </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [B] B.V.: declaratie- en dossiernummers [nummer 3] – [B] B.V. / [D] van 3 mei 2023 ad € 203,28 (productie 11 bij dagvaarding), [nummer 4] – [B] van 4 mei 2023 ad € 8.029,92 (productie 12 bij dagvaarding) en [nummer 5] – [B] B.V. / [E] van 23 augustus 2023 ad € 580,80 (productie 13 bij dagvaarding), en </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [F] B.V.: declaratie- en dossiernummer [nummer 6] – [F] B.V. / Hypothecaire lening van 23 augustus 2023 ad € 210,54 (productie 14 bij dagvaarding). </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 6 juni 2023 zijn de ondernemingen [B] B.V. en [C] B.V. in staat van faillissement verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 12 juni 2023 heeft [naam vof] vof een declaratie met declaratie- en dossiernummer [nummer 7] – [B] B.V. / [E] aan [gedaagde] gestuurd. Bij e-mail van 22 juni 2023 heeft de heer [A] (hierna: [A] ) namens [gedaagde] aan [naam vof] vof bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)Bijgaande factuur is niet akkoord, de tenaamstelling is niet juist, de werkzaamheden zijn uitgevoerd voor [B] B.V. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 20 juni 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [G] (hierna: [G] ) namens [naam vof] vof en [A] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 6 juli 2023 heeft [G] aan [A] , voor zover van belang, bericht: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Opdracht vanuit [gedaagde] B.V.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijvoorbeeld dat de opdracht in dossier [nummer 1] ook uit naam van [gedaagde] B.V. is gegeven. De reden dat dit zo is afgesproken is onder andere geweest vanwege het voornemen om het faillissement aan te vragen voor [B] B.V.. [gedaagde] B.V. is dus wel degelijk gehouden tot betaling van de openstaande facturen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hoe nu verder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Alhoewel ik nog steeds van mening ben dat jij (bijvoorbeeld vanuit [gedaagde] B.V.) gehouden bent tot volledige betaling van de facturen, wil ik graag me je mee te denken zodat we de kwestie beide kunnen afsluiten. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 7 augustus 2023 heeft [A] namens [gedaagde] aan [G] ( [naam vof] vof), voor zover van belang, bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Zoals eerder aangegeven hebben de ontvangen facturen ( [nummer 7] / [nummer 1] / [nummer 8] een onjuiste tenaamstelling (en sluit de tenaamstelling ook niet aan op eerdere gestuurde facturen). De daarop gedeclareerde werkzaamheden zijn niet uitgevoerd voor (óf in opdracht van) [gedaagde] BV. [gedaagde] BV zal deze facturen dan ook niet betalen. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de declaraties van [naam vof] vof niet voldaan, ook niet nadat er betalingsherinneringen door [naam vof] vof zijn gestuurd. Op 1 september 2023 heeft de gemachtigde van Hooglander een (eerste) sommatiebrief aan [gedaagde] gestuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 4 september 2023 heeft [A] namens [gedaagde] aan de gemachtigde van Hooglander bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)Aan crediteur ( [naam vof] vof) is reeds eerder het volgende aangegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontvangen factuur ( [nummer 1] ) heeft een onjuiste tenaamstelling (en deze tenaamstelling sluit ook niet aan op eerdere gestuurde facturen). De op deze factuur gedeclareerde werkzaamheden zijn niet uitgevoerd voor (óf in opdracht van) [gedaagde] BV. [gedaagde] BV zal deze factuur dan ook niet betalen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het dossiernummer en de beweerdelijke uitgevoerde werkzaamheden behoren toe aan [B] BV.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten overvloede wijs ik u er ook op dat [gedaagde] BV zich niet sterk heeft gemaakt voor facturen gestuurd aan andere vennootschappen en/of werkzaamheden uitgevoerd voor een andere vennootschap. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 9 november 2023 heeft [A] namens [gedaagde] aan de gemachtigde van Hooglander bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) De door u aan mij gestuurde opdrachtbevestiging ziet op de opdracht van: [gedaagde] BV tekens </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">namens</emphasis>
          <emphasis role="italic"> opdrachtgever [B] BV aangezien [gedaagde] BV de</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">bestuurder</emphasis>
          <emphasis role="italic"> is. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 13 december 2023 heeft de gemachtigde van Hooglander aan [A] bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Immers op uw verzoek is een aangepaste opdrachtbevestiging opgemaakt ten name van u. U staat als partij in de opdracht, de opdrachtbevestiging is aan u gericht en u heeft getekend. U bent dan ook gehouden om de factuur te voldoen. Het enkele feit dat eerdere facturen betaald zijn door een andere partij doet daar niks af. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 5 januari 2024 heeft de gemachtigde van Hooglander aan [A] bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) In de opdrachtbevestiging worden een viertal partijen genoemd namens wie cliënte optreedt, waaronder [gedaagde] B.V. Het mailadres wat cliënte gebruikt voor de communicatie betreft [e-mailadres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de ondertekening tekent u expliciet namens opdrachtgever, zijnde [gedaagde] B.V. Zulks staat simpelweg in de overeenkomst.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tevens is er een bespreking tussen partijen geweest ten kantore van cliënte. Hier waren mr. Korver en mr. Van den Broek aanwezig. Daarbij is expliciet de afspraak gemaakt zoals boven weergegeven. U wilde het faillissement aanvragen voor [B] B.V., en om te zorgen dat er geen “gedoe” omtrent de betaling van de factuur zou komen is besloten om de opdrachtbevestiging op [gedaagde] B.V. te zetten. (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 10 januari 2024 heeft [A] aan de gemachtigde van Hooglander bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat [naam vof] ook ervan uit ging dat voor de ondertekening </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">namens</emphasis>
          <emphasis role="italic"> [B] BV de correspondentie via [e-mailadres] liep. (…) Voorts heb ik u al eerder aangegeven dat [gedaagde] BV de door u aangehaalde opdrachtbevestiging</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">namens</emphasis>
          <emphasis role="italic"> opdrachtgever [B] BV tekende aangezien [gedaagde] BV </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">bestuurder</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van [B] BV is (via [C] BV)</emphasis>. <emphasis role="italic">(…).”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de declaraties van [naam vof] vof niet voldaan, ook niet nadat er sommaties door de gemachtigde van Hooglander zijn gestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 29 december 2024 heeft [gedaagde] een brief van 28 december 2024 van Hooglander ontvangen, waarin voor zover van belang, het volgende is vermeld:  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) in 2024 gaat [naam vof] verder onder de naam Hooglander. (…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hooglander</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Per 1 januari 2024 is onze bedrijfsnaam Hooglander.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uw zaak wordt behandeld door de advocaten van Hooglander B.V. Er vindt een contractovername plaats van [naam vof] V.O.F. naar Hooglander B.V.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uw factuur zal u dan ook vanuit deze vennootschap ontvangen. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hooglander Dienstverlening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Vanwege de omvang van deze contractovernames, gaan wij er vanuit dat u met deze samenwerking akkoord bent.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Namens [naam vof] /Hooglander</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Helmond, 28 december 2024.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Hooglander vordert - samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en na vermeerdering van eis, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 14.610,01 (€ 3.798,37 in hoofdsom, € 585,73 verschenen rente en € 569,76 buitengerechtelijke incassokosten bij dagvaarding plus € 9.656,15 na vermeerdering van eis), vermeerderd met primair de contractuele en subsidiair de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 28 oktober 2024 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Hooglander legt aan de vordering - samengevat - het volgende ten grondslag. Tussen [naam vof] vof en [gedaagde] is op 15 februari 2023 een opdrachtbevestiging (hierna: de overeenkomst) tot stand gekomen, waarop haar algemene voorwaarden en privacyverklaring van toepassing zijn. Op grond van de overeenkomst heeft [naam vof] vof in de periode van april 2023 tot en met juni 2023 juridische (advies)werkzaamheden verricht, waarvoor zij declaraties met declaratiespecificaties heeft verzonden. [gedaagde] laat zes declaraties onbetaald (zie r.o. 2.3). Het gaat – verkort weergegeven – om de declaraties met declaratie- en dossiernummers:</para>
      <para>- [nummer 1] ad € 3.798,37;</para>
      <para>- [nummer 2] ad € 631,62;</para>
      <para>- [nummer 3] ad € 203,28;</para>
      <para>- [nummer 4] ad € 8.029,92;</para>
      <para>- [nummer 5] ad € 580,80;</para>
      <para>- [nummer 6] ad € 210,54.</para>
      <para>Hooglander stelt dat zij middels contractsoverneming de vordering van Hooglander vof heeft overgenomen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hooglander verklaard dat abusievelijk Hooglander vof is opgenomen in de dagvaarding en dat dit [naam vof] vof hoort te zijn (zie ook r.o. 2.16). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van Hooglander. [gedaagde] voert - samengevat - aan dat i) een rechtsgeldige cessie van de vorderingen nergens uit blijkt en dat een dergelijke cessie niet bekend is gemaakt aan [gedaagde] ; ii) niet [gedaagde] , maar [B] B.V. partij is bij de overeenkomst en [gedaagde] dus niet gehouden is tot betaling van de openstaande declaraties; iii) [gedaagde] zich niet sterk heeft gemaakt om de declaraties namens [B] B.V. te voldoen; en iv) [A] namens [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt tegen de tenaamstelling van de declaraties over de periode vanaf 1 mei 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overdracht van de vorderingsrechten is niet komen vast te staan</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat de overdracht van vorderingsrechten, waarop Hooglander zich beroept, dient te geschieden door middel van een levering (cessie) conform het bepaalde in artikel 3:94 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), door een beschikkingsbevoegde en op grond van een rechtsverhouding (titel) die aan de overdracht ten grondslag ligt en die deze rechtvaardigt. Voor een geldige cessie is vereist dat (1) een daartoe bestemde akte wordt opgemaakt en dat van die cessie (2) mededeling wordt gedaan aan de schuldenaar. Pas als aan beide vereisten is voldaan, is de levering voltooid. In artikel 3:94 lid 4 BW is bepaald dat de personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel ter hand wordt gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit de akte van cessie moet blijken dat zij is bestemd tot levering van de desbetreffende vorderingen. De akte dient, gelet op het bepaalde in artikel 3:84 lid 2 BW, zodanige gegevens te bevatten dat de over te dragen vorderingen daardoor in voldoende mate worden bepaald. Aan de mededeling van de cessie worden geen vormvereisten gesteld. Zij kan zowel door de vervreemder van de vorderingsrechten als door de verkrijger ervan geschieden. De mededeling kan niet worden vervangen door, bijvoorbeeld, de (al dan niet stilzwijgende) erkenning van de cessie door de schuldenaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De stelplicht en bewijslast van de stelling dat de vorderingen rechtsgeldig zijn overgedragen rust op Hooglander, die zich beroept op het rechtsgevolg hiervan, namelijk dat zij rechtsgeldig eigenaar is geworden van de vorderingen op [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In haar conclusie van antwoord heeft [gedaagde] onder meer de (gestelde) rechtsgeldige overdracht van de vorderingen betwist en heeft zij aangevoerd dat uit de brief van 28 december 2024 (ontvangen op 29 december 2024) van Hooglander (zie r.o. 2.16) geen rechtsgeldige overdracht van de vorderingen blijkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hooglander het standpunt ingenomen dat sprake is geweest van een daartoe bestemde akte van cessie en dat daarvan mededeling is gedaan aan [gedaagde] , maar dat zij heeft nagelaten de desbetreffende stukken in het geding te brengen. Hooglander heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeboden de desbetreffende stukken alsnog in het geding te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling betwist dat een rechtsgeldige akte van cessie is opgemaakt, althans dat de cessie aan haar is bekend gemaakt. Volgens [gedaagde] is ook aan de voorwaarde dat mededeling moet worden gedaan van de cessie niet voldaan, omdat de akte van cessie niet in de procedure is overgelegd en daardoor niet aan [gedaagde] bekend is gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft Hooglander in de gelegenheid gesteld om de akte van cessie en de mededeling van de cessie na de mondelinge behandeling alsnog in het geding te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op de betwistingen van [gedaagde] (zie r.o. 4.4 en r.o. 4.6), had het op de weg van Hooglander gelegen om onderbouwd te stellen dat sprake is geweest van (1) een rechtsgeldige akte van cessie en (2) een mededeling daarvan aan [gedaagde] , zeker nu zij daartoe na de mondelinge behandeling nog in de gelegenheid is gesteld. Hooglander heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat aan de eerste voorwaarde is voldaan. De kantonrechter licht dit toe.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Hooglander heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de vorderingen, waarvan zij in deze procedure betaling vordert, rechtsgeldig zijn overgedragen aan Hooglander, allereerst een opdrachtbevestiging van 15 februari 2023 van [naam vof] vof in het geding gebracht (zie r.o. 2.2). Vervolgens heeft Hooglander in de akte van 10 april 2025 gesteld dat [naam vof] vof door een juridische fusie is opgehouden te bestaan, omdat een van de vennoten van [naam vof] vof, te weten [J] B.V., een verdwijnende vennootschap was en als gevolg daarvan de andere vennoot, [naam vof] B.V., onder algemene titel van rechtswege de verkrijgende vennootschap is van [naam vof] vof, waardoor [naam vof] B.V. de eigenaar is geworden van de vorderingen op [gedaagde] . Ter onderbouwing hiervan heeft Hooglander de akte van fusie van 15 november 2023 overgelegd (productie 17 bij dagvaarding). Uit die akte van fusie volgt echter dat sprake is geweest van een statutenwijziging en naamswijziging naar [G] en [K] B.V. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Vervolgens heeft Hooglander in haar akte van 10 april 2025 gesteld dat [naam vof] B.V. (in tegenstelling tot [G] en [K] B.V., zie r.o. 4.9) door middel van bedrijfsfusie is uitgezakt naar Hooglander en dat de vorderingen op [gedaagde] als gevolg daarvan zijn overgedragen aan Hooglander. Ter onderbouwing hiervan heeft Hooglander een akte van inbreng van 16 november 2023 overgelegd (productie 16 bij dagvaarding). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Hierna heeft Hooglander in de antwoordakte van 16 september 2025 gesteld dat er een naamswijziging heeft plaatsgevonden van [naam vof] B.V. (dus niet [G] en [K] B.V., zie r.o. 4.9) naar Hooglander Dienstverlening B.V. Hooglander heeft nagelaten deze stelling te onderbouwen met stukken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Bovendien stelt Hooglander in de antwoordakte van 16 september 2025, en dit doet zij eveneens in productie 15 bij de dagvaarding, dat Hooglander Dienstverlening B.V. de vordering op 16 november 2023 heeft gecedeerd aan Hooglander door middel van de akte van cessie van 16 november 2023 (naar de kantonrechter begrijpt, de akte van inbreng van 16 november 2023, productie 16 bij dagvaarding). De kantonrechter constateert dat dit tegenstrijdig is met de stelling van Hooglander in haar akte van 10 april 2025 dat [naam vof] B.V. door middel van bedrijfsfusie is uitgezakt naar Hooglander en dat Hooglander als gevolg daarvan eigenaar is van de vorderingen op [gedaagde] (zie r.o. 4.10). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Daarnaast heeft Hooglander weliswaar een akte van inbreng (productie 16 bij dagvaarding) overgelegd, maar zij heeft nagelaten om haar (eerdere) stelling, dat door middel van een bedrijfsfusie de onderneming [naam vof] BV is uitgezakt naar Hooglander, te onderbouwen. Zo heeft Hooglander de akte van oprichting van Hooglander – waarnaar wordt verwezen in de akte van inbreng – niet overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Hooglander, hoewel daartoe uitvoerig in de gelegenheid gesteld, onvoldoende onderbouwd heeft gesteld of en hoe de vorderingen van [naam vof] vof op [gedaagde] (uiteindelijk) zijn overgegaan op Hooglander. Dat betekent dat de rechtsgeldige overdracht van de vorderingen, en dus het vorderingsrecht van Hooglander, niet is komen vast te staan in deze procedure. Daarom zal de kantonrechter de vordering van Hooglander, om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 14.610,01, afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De kantonrechter komt gelet op het voorgaande niet toe aan de vraag of de juiste partij in rechte is betrokken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De overige nevenvorderingen worden afgewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>De door Hooglander gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de contractuele rente dan wel wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de hoofdsom volgen het lot van de hoofdvordering en worden dus ook afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hooglander moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Omdat de vorderingen van Hooglander worden afgewezen, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Op 28 november 2024 is [A] naar de rechtbank gekomen voor een mondeling antwoord op de dagvaarding en op 21 maart 2025 is [A] naar de rechtbank gekomen om tijdens de mondelinge behandeling (nader) verweer te voeren. Op 6 februari 2023 heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) aanbevolen dat indien een gedaagde die in persoon procedeert een forfaitair bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten wordt toegekend. De kantonrechter volgt deze aanbeveling en zal Hooglander veroordelen tot het betalen van <?linebreak?>€ 100,00 (2* € 50,00) aan proceskosten aan [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Hooglander af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Hooglander tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 100,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hooglander niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7688ee48-0c2e-4ebc-8350-bb56d1f48060" label="1">
    <para>Op basis van doornummering betreft het producties 10 tot en met 14. In het vonnis zullen de doorgenummerde producties (zie ook voetnoten 2 en 3) worden vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_779e49b7-6245-4b75-9dad-6ba30930a833" label="2">
    <para>Op basis van doornummering betreft het producties 15 en 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d867885-b6bb-481d-b2eb-bcf87677b250" label="3">
    <para>Op basis van doornummering betreft het productie 17.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>