<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:8962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T16:18:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/410498 / FA RK 24/4870</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T16:15:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:8962 Rechtbank Oost-Brabant , 13-11-2025 / C/01/410498 / FA RK 24/4870</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:8962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoogtechnologisch draagmoederschap. De familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de wensouders zoals die naar het toepasselijke Oekraïense recht zijn vastgesteld en neergelegd in de geboorteakte worden in Nederland niet erkend wegens onverenigbaarheid met de openbare orde. Vaststellen geboortegegevens, beëindiging gezag draagmoeder en echtgenoot, adoptie door wensouders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:8962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b536dc89-a4be-4429-98b6-2e2273e205fd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb689694-be90-4d90-9572-35e05d54b0c3" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: C/01/410498 / FA RK 24/4870</para>
      <para>Uitspraak	: 13 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van de meervoudige kamer over beëindiging van het gezag en een verzoek tot adoptie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold underline">
          [de man] </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,</para>
      <para>advocaat mr. E.P.J. Appelman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats ] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de draagmoeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [land] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de draagmoeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de echtgenoot van de draagmoeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [land] ,</para>
      <para>zijnde de echtgenoot van de draagmoeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt daarnaast, uitsluitend ten aanzien van de inschrijving van de geboorteakte dan wel het vaststellen van de geboortegegevens, als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de ambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van zijn wettelijke taak is in de procedure betrokken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold underline">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING</emphasis>, locatie [locatie] , </para>
      <para>hierna te noemen: de raad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de raad van 20 december 2024, met de mededeling dat de raad de zaak in onderzoek neemt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het raadsrapport van 24 maart 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de ambtenaar van 8 april 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het F9-formulier met bijlagen van mr. Appelman van 26 september 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het F9-formulier met bijlage van mr. Appelman van 3 oktober 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de ambtenaar van 14 oktober 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het F9-formulier van mr. Appelman van 16 oktober 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Verschenen zijn verzoekers met hun advocaat en mevrouw [vertegenwoordiger raad] namens de raad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de oproeping van de draagmoeder en haar echtgenoot in lijn met vaste rechtspraak achterwege gelaten. De draagmoeder en haar echtgenoot hebben ten overstaan van een notaris schriftelijk afstand gedaan van het gezag en ingestemd met het juridische ouderschap van verzoekers over de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekers zijn op 7 augustus 2023 met elkaar gehuwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De draagmoeder en haar echtgenoot zijn op 8 augustus 2014 met elkaar gehuwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Middels hoogtechnologisch draagmoederschap, waarbij gebruik is gemaakt van eicellen van de vrouw en zaadcellen van de man, is de draagmoeder zwanger geraakt. Deze zwangerschap is tot stand gebracht onder begeleiding van ‘International agency for accompaniment of the assisted reproductive technologies VittoriaVita’ (hierna: de kliniek) in Oekraïne. Voorafgaand aan de zwangerschap hebben de draagmoeder en verzoekers een draagmoederschapsovereenkomst getekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De draagmoeder is op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats ] bevallen van [de minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Van de geboorte van [de minderjarige] is op 6 september 2024 een akte opgemaakt door het Bureau van de burgerlijke stand in het district [district] te [plaats] , Oekraïne. Op deze akte staan verzoekers als de (juridische) ouders van [de minderjarige] vermeld. De draagmoeder staat daarop niet vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Door Verilabs B.V. is verwantschapsonderzoek uitgevoerd tussen verzoekers en [de minderjarige] . Uit de rapportage van Verilabs van 2 januari 2025 volgt dat dit onderzoek bevestigend is en dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9% is aangetoond dat verzoekers de biologische ouders van [de minderjarige] zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Duitse nationaliteit. De draagmoeder en haar echtgenoot hebben de Oekraïense nationaliteit. De nationaliteit van [de minderjarige] is onbekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekers verzoeken:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>het ouderlijk gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot te beëindigen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de adoptie uit te spreken van [de minderjarige] (de rechtbank begrijpt: de adoptie van [de minderjarige] door verzoekers). </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft internationale aspecten. De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is, en zo ja, welk recht van toepassing is op de verzoeken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter is bevoegd om op de verzoeken te beslissen omdat verzoekers hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben (op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van het adoptieverzoek en op grond van artikel 7 van de Brussel II-ter verordening ten aanzien van het verzoek over het gezag). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank zal bij de beoordeling van ieder verzoek afzonderlijk beoordelen welk recht daarop van toepassing is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vaststellen geboortegegevens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank beoordeelt in deze zaak eerst of het nodig is om de geboortegegevens van [de minderjarige] vast te stellen. De hiervoor onder 2.5 genoemde Oekraïense geboorteakte van [de minderjarige] is namelijk niet in Nederland ingeschreven. Voor de beoordeling van de verzoeken is van belang wie als juridische ouders van [de minderjarige] hebben te gelden. Een eventuele adoptie-uitspraak moet bovendien als latere vermelding aan de geboorteakte van een kind worden toegevoegd. Dat kan pas als de geboorteakte in Nederland is ingeschreven. Als er geen voor inschrijving vatbare geboorteakte is, kan de rechtbank de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen (artikel 1:25c lid 1 jo. lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De ambtenaar stelt dat de Oekraïense geboorteakte niet voor inschrijving in Nederland in aanmerking komt. Daartoe voert de ambtenaar aan dat de akte suggereert dat  [de minderjarige] is geboren uit de wensouders, hetgeen onjuist is. Een vermelding van de vrouw uit wie [de minderjarige] is geboren en de wijze waarop het ouderschap van verzoekers tot stand is gekomen ontbreekt. De geboorteakte moet alle stappen die zijn gezet binnen het draagmoederschapstraject tot uitdrukking brengen, aldus de ambtenaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Verzoekers refereren zich aan het standpunt van de ambtenaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de Oekraïense geboorteakte van [de minderjarige] niet voor inschrijving in Nederland in aanmerking komt, omdat de familierechtelijke betrekkingen tussen [de minderjarige] en verzoekers, zoals die naar het toepasselijke Oekraïense recht zijn vastgesteld en neergelegd in die geboorteakte, niet in Nederland worden erkend. Dit oordeel legt de rechtbank hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De rechtbank past de in Boek 10 BW neergelegde erkenningsregeling naar analogie toe op de afstammingsrechtelijke gevolgen van het draagmoederschap. Een in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, wordt in beginsel van rechtswege in Nederland erkend, tenzij sprake is van een weigeringsgrond (artikel 10:101 lid 1 BW). Eén van die weigeringsgronden is dat de erkenning van in die akte opgenomen rechtsfeiten in strijd met de openbare orde zou zijn (artikel 10:100 lid 1 onder c BW).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>In deze zaak is niet in geschil dat sprake is van een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte geboorteakte. Het Oekraïense recht voorziet in een regeling voor draagmoederschap, waarbij niet de draagmoeder (en haar echtgenoot) maar de genetische ouders als juridische ouders worden beschouwd (artikel 123 lid 2 van het Oekraïense Familiewetboek). Verzoekers staan in lijn met die regeling als juridische ouders op de geboorteakte van [de minderjarige] vermeld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Deze wijze van ontstaan van het juridisch ouderschap van verzoekers is echter in strijd met de Nederlandse openbare orde. In het Nederlandse afstammingsrecht (artikel 1:198 BW) is neergelegd dat een kind in ieder geval altijd in juridische zin afstamt van de vrouw uit wie het is geboren, het zogenaamde ‘<emphasis role="italic">mater semper certa est’-</emphasis>beginsel. Dit is een beginsel van juridische en sociale aard dat in de Nederlandse samenleving als fundamenteel wordt beschouwd. Gelezen in samenhang met artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), waarin is bepaald dat een kind het recht heeft om zijn afstamming te kennen, is dit beginsel van openbare orde. Een kind moet daarom, indien mogelijk, op basis van de geboorteakte in staat worden gesteld zijn ontstaansgeschiedenis te kennen. Daarom moet de geboorteakte tot uitdrukking brengen welke stappen zijn gezet binnen het draagmoederschapstraject. Dat is in deze zaak niet het geval, omdat uit de geboorteakte niet valt af te leiden dat [de minderjarige] uit de draagmoeder is geboren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Nu er geen voor inschrijving vatbare geboorteakte van [de minderjarige] is, zal de rechtbank overgaan tot het vaststellen van de geboortegegevens. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Op de vraag wie bij het vaststellen van de geboortegegevens als juridische ouders hebben te gelden past de rechtbank de verwijzingsregels in Boek 10 BW naar analogie toe. Of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind (artikel 10:92 lid 1 BW). De draagmoeder en haar echtgenoot hebben beide de Oekraïense nationaliteit. Oekraïens recht is daarom in beginsel van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Op grond van het toepasselijke Oekraïense recht worden in geval van hoogtechnologisch draagmoederschap de genetische ouders als de juridische ouders beschouwd. Het moet daarbij gaan om een echtpaar (echtgenoot en echtgenote) dat een embryo heeft verwekt, welk embryo met behulp van voortplantingstechnieken is teruggeplaatst in het lichaam van een andere vrouw (artikel 123 lid 2 van het Oekraïense Familiewetboek). De rechtbank heeft hiervoor onder 4.10 al geoordeeld dat het op deze manier aanwijzen van verzoekers (als echtpaar) als de juridische ouders onverenigbaar is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank zal artikel 123 lid 2 van het Oekraïense Familiewetboek daarom buiten toepassing laten en in plaats daarvan Nederlands recht toepassen bij het vaststellen van de geboortegegevens (artikel 10:6 BW). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vast te stellen geboortegegevens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:198 lid 1 onder a BW is de draagmoeder, als de vrouw uit wie het kind is geboren, de juridische moeder van [de minderjarige] . Op grond van artikel 1:199 onder a BW is de echtgenoot van de draagmoeder, als degene die op het tijdstip van de geboorte met de draagmoeder was gehuwd, de juridische vader van [de minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De ambtenaar is van oordeel dat de geboortegegevens als volgt moeten worden vastgesteld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>KIND</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: [geboortedatum]</para>
        <para>Geslacht			: vrouwelijk</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VADER</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: [geboortedatum]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>MOEDER</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: [geboortedatum]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Verzoekers hebben geen bezwaren geuit tegen dit voorstel van de ambtenaar en hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>De rechtbank zal gelet op het voorgaande de voor het opmaken van de geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen zoals hierna onder de beslissing is vermeld. De ambtenaar dient hiervan, na het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing, een akte van inschrijving op te maken die geldt als een geboorteakte (artikel 1:25f lid 2 BW). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beëindiging gezag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wie heeft het gezag over [de minderjarige] ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Om tot beëindiging van het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot over te kunnen gaan, dient eerst vast komen te staan dat zij het gezag over [de minderjarige] hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Verzoekers stellen dat de draagmoeder en haar echtgenoot op grond van Oekraïens recht (artikel 141 van het Oekraïense Familiewetboek) het gezag hebben. De rechtbank volgt verzoekers niet in dit standpunt dat Oekraïens recht van toepassing is op de vraag wie het gezag over [de minderjarige] heeft. Dit legt de rechtbank hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>Op het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijk gezag is het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind van toepassing (artikel 16 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996). De rechtbank is van oordeel dat de eerste gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, zodat naar Nederlands recht moet worden beoordeeld wie van rechtswege het gezag over haar heeft. Dit oordeel legt de rechtbank als volgt uit. Op grond van vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie maakt een zuigeling deel uit van de sociale en familiale omgeving van de kring van mensen van wie hij afhankelijk is, zodat de integratie van die mensen in hun sociale en familiale omgeving moet worden beoordeeld (HvJ EU 22 december 2010, ECLI:EU:C:2010:829). [de minderjarige] is weliswaar uit de draagmoeder geboren, maar zij is vanaf haar geboorte verzorgd door verzoekers en is van hen afhankelijk. Het is van meet af aan ieders intentie geweest dat [de minderjarige] bij verzoekers in Nederland zal opgroeien. Verzoekers verbleven net als [de minderjarige] tijdens en na de geboorte in Oekraïne, maar dit verblijf was slechts tijdelijk en verzoekers hadden niet het oog op een duurzaam verblijf aldaar. Van geografische en/of familiale wortels van verzoekers in Oekraïne is bovendien geen sprake. Dit brengt de rechtbank tot te conclusie dat [de minderjarige] bij aankomst in Nederland aldaar haar eerste gewone verblijfplaats heeft verkregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de vraag wie van rechtswege het gezag over [de minderjarige] heeft. Daarbij is van belang dat de draagmoeder en haar echtgenoot als juridische ouders van [de minderjarige] hebben te gelden. Op grond van artikel 1:251 BW hebben zij van rechtswege gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>De rechtbank zal hierna beoordelen of het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot kan worden beëindigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek strekkende tot beëindiging van het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot te beslissen, zal Nederlands recht worden toegepast bij de beoordeling van dat verzoek (artikel 16 <?linebreak?>Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>De wet kent een rangorde als het gaat om de vraag wie een verzoek tot beëindiging van het gezag ex artikel 1:266 BW kunnen doen. Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Alleen als de raad niet tot een verzoek overgaat, is degene die niet de ouder is en het kind gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van een verzoek (artikel 1:267 lid 1 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>De raad is niet overgegaan tot het doen van een verzoek. Verzoekers verzorgen [de minderjarige] als behorende tot hun gezin, maar op het moment van indiening van hun verzoek was aan de hiervoor genoemde verzorgingstermijn van een jaar nog niet voldaan. De rechtbank ziet desondanks aanleiding om verzoekers in hun verzoek te ontvangen, omdat die termijn in deze zaak geen redelijk doel dient. Het was immers al voor de geboorte van [de minderjarige] ieders intentie dat zij tot het gezin van verzoekers zou behoren, aan welke intentie sindsdien ook uitvoering wordt gegeven. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de wensouders op het moment van de mondelinge behandeling wel ten minste een jaar voor [de minderjarige] hebben gezorgd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <para>De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind niet binnen een aanvaardbare termijn kan dragen. Ook kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen als die ouder het gezag misbruikt (artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de eerste twee vereisten voor beëindiging van het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot is voldaan. De draagmoeder en haar echtgenoot hebben namelijk nimmer de intentie gehad om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen. [de minderjarige] is gedragen met de intentie dat verzoekers haar zullen verzorgen en opvoeden. Hierover zijn duidelijke afspraken gemaakt en zowel de draagmoeder als haar echtgenoot hebben uitdrukkelijk afstand gedaan van het ouderschap en het gezag over [de minderjarige] . Naar het oordeel van de rechtbank is de bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] erin gelegen dat de draagouders, gegeven hun intenties met het draagouderschap, in ieder geval emotioneel niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] binnen een voor haar aanvaardbare termijn op zich te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <para>De rechtbank zal het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot daarom beëindigen. Dat betekent dat een gezagsvoorziening over [de minderjarige] komt te ontbreken. De raad stelt voor om, mocht de adoptie vooralsnog niet worden uitgesproken, verzoekers tot voogd over [de minderjarige] te benoemen. Het verzoek van verzoekers strekt daar, zo begrijpt de rechtbank, ook toe. De rechtbank acht het ook in het belang van [de minderjarige] dat verzoekers, als degenen die [de minderjarige] verzorgen en opvoeden, de beslissingen over haar kunnen nemen. De rechtbank zal verzoekers daarom tot voogden benoemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <para>De rechtbank zal de beslissing over het gezag en de voogdij uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de voogdij begint op de dag na de dag waarop deze beschikking is verstrekt of verzonden (artikel 1:280 aanhef en onder b BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Adoptie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <parablock>
        <para>Op een in Nederland uit te spreken adoptie is het Nederlandse recht van toepassing, behoudens op de toestemming dan wel raadpleging of voorlichting van de ouder(s) van het kind (artikel 10:105 lid 1 BW). Op die toestemming dan wel raadpleging of voorlichting is </para>
        <para>het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit heeft van toepassing (artikel 10:105 lid 2 BW).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <para>De nationaliteit van [de minderjarige] is onbekend. Als haar nationale recht geldt daarom het recht van de staat waar zij haar gewone verblijfplaats heeft (artikel 10:16 lid 1 BW), zijnde Nederlands recht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.32.</nr>
      <para>Een verzoek tot adoptie door twee personen samen kan slechts worden gedaan als zij ten minste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd (artikel 1:227 lid 2 BW). De rechtbank stelt vast dat niet aan deze termijn is voldaan. Verzoekers wonen sinds augustus 2022 samen en het verzoek is ingediend in november 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.33.</nr>
      <para>De rechtbank ziet desondanks aanleiding om verzoekers te ontvangen in hun adoptieverzoek, omdat in deze zaak sprake is van een bijzonder geval waarbij de genoemde termijn geen redelijk doel dient. [de minderjarige] stamt genetisch gezien af van verzoekers. Het is steeds de intentie geweest dat [de minderjarige] door verzoekers zou worden geadopteerd. [de minderjarige] wordt vanaf haar geboorte verzorgd en opgevoed door verzoekers en de rechtbank acht aannemelijk dat dit zo blijft. Op het moment van deze beslissing wonen verzoekers bovendien meer dan drie jaar samen. Onder deze omstandigheden levert het vasthouden aan voornoemde termijn naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigde inbreuk op het door artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven en verbod op discriminatie op.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.34.</nr>
      <para>Een adoptieverzoek kan alleen worden toegewezen als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en als daarnaast aan de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 1:227 lid 2 en 1:228 BW): </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat het kind geen kleinkind van een adoptant is; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat iedere de adoptant ten minste achttien jaren ouder dan het kind is; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>at geen van de ouders het verzoek tegenspreekt; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>(niet van toepassing); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de ouder of ouders niet langer het gezag over het kind hebben. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.35.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de adoptie van [de minderjarige] door verzoekers in haar kennelijk belang is en dat vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat zij niets meer van de draagmoeder en haar echtgenoot in de hoedanigheid van ouders te verwachten heeft. [de minderjarige] stamt genetisch gezien af van verzoekers en zij wordt sinds het verlaten van het ziekenhuis kort na haar geboorte door hen verzorgd en opgevoed. De draagmoeder en haar echtgenoot hebben nimmer de intentie gehad om een ouderrol in het leven van [de minderjarige] te vervullen en zij hebben uitdrukkelijk afstand gedaan van iedere aanspraak op het ouderschap. De rechtbank heeft wel zorgen over de commerciële aard van het draagmoederschapstraject en het feit dat verzoekers [de minderjarige] zonder beginseltoestemming van de minister van justitie en veiligheid naar Nederland hebben overgebracht en in hun gezin hebben opgenomen. De rechtbank is echter van oordeel dat deze zorgen in dit geval niet aan de adoptie van [de minderjarige] door verzoekers in de weg mogen staan, gelet op het zwaarwegende belang van [de minderjarige] bij de adoptie nu zij genetisch gezien van hen afstamt en feitelijk gezien al haar hele leven bij hen opgroeit. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat zij er op basis van de overgelegde stukken van overtuigd is dat alle betrokkenen een weloverwogen beslissing hebben genomen en dat ondanks de commerciële aard een zorgvuldig traject is doorlopen, zoals de raad ook heeft geconcludeerd in zijn rapport. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.36.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat aan de hierboven onder a tot en met d, f en g  genoemde voorwaarden is voldaan of binnenkort is voldaan. Dat laatste legt de rechtbank hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.37.</nr>
      <para>Aan de hierboven onder g genoemde voorwaarde is pas voldaan als de beslissing om het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot te beëindigen definitief is. De rechtbank zal de beslissing over het gezag uitvoerbaar bij voorraad verklaren, maar de belanghebbenden hebben dan nog steeds drie maanden de mogelijkheid om tegen die beslissing in hoger beroep te gaan. Na afloop van die drie maanden gaat de beslissing over het gezag in kracht van gewijsde en daarmee is deze definitief. De rechtbank zal de adoptie daarom uitspreken onder de opschortende voorwaarde dat de beslissing tot beëindiging van het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot in kracht van gewijsde is gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.38.</nr>
      <parablock>
        <para>De adoptie heeft haar gevolgen vanaf de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:230 lid 1 BW). Dat betekent dat het niet mogelijk is de   </para>
        <para>adoptie-uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezagsregister </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.39.</nr>
      <para>Na de adoptie zijn verzoekers op grond van artikel 1:251 BW van rechtswege gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] belast. De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2 lid 1 aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters aan de griffier verzoeken om, wanneer de adoptie-uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, daarvan aantekening te doen in het gezagsregister.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geslachtsnaam</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.40.</nr>
      <para>De adoptie heeft mogelijk gevolgen voor de geslachtsnaam van [de minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.41.</nr>
      <para>De geslachtsnaam van een vreemdeling wordt in beginsel bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft (artikel 10:19 BW). De adoptie door de man, die de Nederlandse nationaliteit bezit, vormt een grondslag voor verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door [de minderjarige] . Die grondslag ontstaat echter pas als de adoptie-uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De nationaliteit van [de minderjarige] is op dit moment echter onbekend. Als haar nationale recht geldt daarom het recht van de staat waar zij haar gewone verblijfplaats heeft (artikel 10:16 BW). De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland. Op de geslachtsnaam is daarom Nederlands recht van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.42.</nr>
      <para>Als een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot beide adoptanten van verschillend geslacht, die met elkaar zijn gehuwd, heeft het kind de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind een andere geslachtsnaam zal hebben (artikel 1:5 lid 3 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.43.</nr>
      <para>Verzoekers hebben verklaard dat [de minderjarige] na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal behouden. De rechtbank zal deze verklaring opnemen in het dictum van deze beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast: <?linebreak?></para>
        <para>KIND</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: [geboortedatum]</para>
        <para>Geslacht			: vrouwelijk</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VADER</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: 14-07-1990</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>MOEDER</para>
        <para>Geslachtsnaam		: [geslachtsnaam]</para>
        <para>Voornamen		: [voornamen]</para>
        <para>Plaats van geboorte	: [geboorteplaats ]</para>
        <para>Dag van geboorte		: [geboortedatum]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag over te gaan tot inschrijving van de hierboven vastgestelde geboortegegevens van de minderjarige in de daarvoor bestemde registers;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>beëindigt het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot over [de minderjarige] en benoemt verzoekers tot voogden over [de minderjarige] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart de beslissing onder 5.4 uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>spreekt – onder de opschortende voorwaarde dat de beslissing onder 5.4 in kracht van gewijsde is gegaan – de adoptie uit van [de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] , door [de man] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] en [de vrouw] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>verstaat dat [de minderjarige] na de adoptie de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam] ’ zal behouden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>draagt de griffier op een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin direct aantekening te doen van de beslissing onder 5.4 en om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld – aantekening te doen van de beslissing onder 5.6. </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="1">
          <colspec colname="colA" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Vries, voorzitter, mr. J. van Kesteren en <?linebreak?>mr. J. Pijper, leden, allen tevens kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Schoot als griffier op 13 november 2025.<?linebreak?></para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Conc: MvdS</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch<?linebreak?>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak<?linebreak?>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>