<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:8960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-26T06:49:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">408053__fa_rk_24-3614</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=231&amp;g=1998-10-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 231</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBV0001000&amp;artikel=8&amp;g=1998-11-01">Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 8</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=232&amp;g=1998-04-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 232</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=230&amp;g=2025-07-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 230</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/358</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8960">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-15T14:38:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:8960 Rechtbank Oost-Brabant , 31-10-2025 / 408053__fa_rk_24-3614</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:8960:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie. Verzoekster is ontvankelijk ondanks ruimschootse overschrijding van de wettelijke termijn voor indiening van het verzoek. Artikel 8 EVRM. Adoptievader is niet in de procedure verschenen en er zijn aanwijzingen dat hij niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn eigen belangen behoorlijk waar te nemen. De rechtbank wijst het verzoek toe omdat het belang van verzoekster bij herroeping zwaarder weegt dan het eventuele belang van de adoptievader om de familierechtelijke betrekking in stand te laten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:8960:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="880eb7c8-e545-4345-9ec0-6fa5a9a8c43c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ebd21831-35fe-4996-8500-0c0fb285cf45" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: C/01/408053 / FA RK 24-3614 </para>
      <para>Uitspraak	: 31 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van de meervoudige kamer over herroeping van een adoptie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [verzoekster] </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. E.P.J. Appelman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder] </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] , Frankrijk,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de adoptievader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de adoptievader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen door de griffie op 22 juli 2024;</para>
      <para>- de correspondentie, waaronder met name: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een e-mailbericht van [bewindvoerder/mentor 1] en [bewindvoerder/mentor 2] , zijnde de bewindvoerders en mentoren van de adoptievader, ontvangen door de griffie op 15 juli 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een e-mailbericht van de moeder, ontvangen door de griffie op 19 augustus 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 2 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verzoekster met haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder, via een Teams-audioverbinding.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De adoptievader is niet verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de adoptievader correct is opgeroepen. De bewindvoerders/mentoren van de adoptievader hebben de rechtbank bij voornoemd e-mailbericht van 14 juli 2025 meegedeeld dat de adoptievader niet in staat is te verschijnen, omdat hij dementie en Korsakov heeft en in een zorginstelling verblijft. Zij hebben daarbij ook aangegeven dat zij, als bewindvoerders en mentoren van de adoptievader, akkoord geven op het verzoek. De rechtbank heeft hen, in reactie hierop, bericht dat zij niet bevoegd zijn om de adoptievader in deze procedure te vertegenwoordigen en dat de adoptievader zich desgewenst kan laten vertegenwoordigen door een advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster is op 12 augustus 1981 als [geboortenaam verzoekster] geboren uit het huwelijk van de moeder en [de man] (hierna: [de man] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het huwelijk tussen de moeder en [de man] is op 29 september 1983 door echtscheiding ontbonden. Daarna is de moeder gehuwd met de adoptievader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 16 augustus 1988 is de adoptie van verzoekster door de moeder en de adoptievader als echtpaar uitgesproken. De adoptie is na het onherroepelijk worden van deze uitspraak op 16 februari 1989 tot stand gekomen en als latere vermelding aan de geboorteakte van verzoekster toegevoegd. Verzoekster draagt sindsdien de geslachtsnaam [achternaam adoptievader] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het huwelijk tussen de moeder en de adoptievader is op 18 oktober 1995 door echtscheiding ontbonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [de man] is op 13 december 2009 overleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt de adoptie-uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (de rechtbank begrijpt: de rechtbank ‘s-Hertogenbosch) van 16 augustus 1988 te herroepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Een adoptie kan door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Dit verzoek kan alleen worden toegewezen als de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechtbank van de redelijkheid van de herroeping is overtuigd en het verzoek niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden is ingediend (artikel 1:231 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de in artikel 1:231 lid 2 BW genoemde termijn voor indiening van het verzoek ruimschoots is overschreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Verzoekster stelt dat het vasthouden aan deze termijn in haar geval strijd oplevert met het door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank volgt verzoekster in dit standpunt en zal verzoekster daarom ondanks de termijnoverschrijding ontvangen in haar verzoek. Dit oordeel legt de rechtbank hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat herroeping van de adoptie betrekking heeft op de uitoefening van het recht op eerbiediging van het privé- familie- en gezinsleven van verzoekster. Verzoekster legt aan haar verzoek beweegredenen ten grondslag die te maken hebben met haar identiteitsvorming en dit valt onder het door artikel 8 EVRM beschermde privéleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8 EVRM is inmenging in de uitoefening van het recht op eerbiediging van het privéleven niet toegestaan, tenzij de inmenging bij wet is voorzien en noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het stellen van een termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van een adoptie moet worden ingediend is op zichzelf dus niet in strijd met artikel 8 EVRM, omdat deze bij wet is voorzien. De termijn moet wel een legitiem doel dienen. De termijn van artikel 1:231 lid 2 heeft blijkens de parlementaire geschiedenis als doel te voorkomen dat alleen materiële of onedele motieven een rol spelen bij een verzoek tot herroeping<emphasis role="italic">. </emphasis>Verzoekster heeft gemotiveerd gesteld dat daar geen sprake van is, nu haar motieven zijn gelegen in haar identiteitsvorming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het belang van de nationale of openbare veiligheid, het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten of de bescherming van de gezondheid of goede zeden vereist de beperking in tijd van de mogelijkheid tot herroeping van de adoptie ook niet. Vervolgens is het de vraag of de termijnstelling van artikel 1:231 lid 2 BW moet worden beschouwd als een inmenging die noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De rechtbank vindt dat dit niet het geval is, omdat die belangen niet uitsluitend gewaarborgd kunnen worden door het stellen van een termijn waarbinnen een herroeping mogelijk is. Immers kunnen die belangen ook op een later moment gewogen worden en neemt de rechtbank die belangenafweging expliciet mee als onderdeel van haar inhoudelijke beoordeling van het herroepingsverzoek. Dat de termijnoverschrijding zeer ruim is, doet aan dat oordeel niet af. Verzoekster heeft namelijk goede redenen aangevoerd waarom zij het verzoek niet eerder heeft gedaan of had kunnen doen. Die redenen zijn dat zij niet wist dat herroeping van een adoptie wettelijk gezien mogelijk was, dat zij zich ook niet eerder in die mogelijkheid had verdiept omdat zij lange tijd in beslag werd genomen door persoonlijke problematiek, en dat zij - nu zij haar leven op de rit heeft - haar adoptieverleden wil afsluiten om met therapie aan de slag te kunnen gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek tot herroeping van de adoptie. De rechtbank komt hierna toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De rechtbank is op basis van het verzoekschrift en de toelichting ter zitting van oordeel dat herroeping van de adoptie van verzoekster door de adoptievader in het kennelijk belang van verzoekster is en de rechtbank is ook van de redelijkheid van de herroeping overtuigd. Dit oordeel legt de rechtbank hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de gevolgen van herroeping van een adoptie verstrekkend zijn. Door herroeping is de geadopteerde niet langer het kind van de adoptiefouder. Alle familierechtelijke betrekkingen tussen de geadopteerde en diens kinderen enerzijds, en de adoptiefouder en diens bloedverwanten anderzijds, houden op te bestaan. De familierechtelijke betrekkingen die door de adoptie waren beëindigd zullen herleven. Verzoekster heeft gesteld en onderbouwd dat zij geen enkel belang heeft bij het in stand laten van de familierechtelijke betrekking met de adoptievader, daar waar zij er juist wel belang bij heeft dat de familierechtelijke betrekking met [de man] herleeft. Zij geeft aan dat zij als kind niet gekend is in de adoptieprocedure en nooit zelf voor de adoptie zou hebben gekozen, dat zij het bestaan van de juridische band met de adoptievader en het dragen van zijn achternaam als belastend ervaart en dat zij haar verleden wil afsluiten om aan de slag te kunnen gaan met therapie. Het herstellen van de juridische band met [de man] vormt daar voor haar een belangrijk onderdeel van. Verzoekster heeft verder onweersproken gesteld dat zij slechts enkele jaren met de adoptievader in gezinsverband heeft samengeleefd, dat hij haar nadien slechts belastte met drank- en geldproblemen en dat zij sinds ongeveer haar 22e levensjaar geen enkel contact meer met elkaar hebben. Met [de man] daarentegen had verzoekster zowel voor als na de adoptie een prettig contact; een paar keer per jaar verbleef zij bij [de man] en zijn ouders, of bij zijn zus op de camping. Dit contact is nadien verwaterd omdat verzoekster in beslag werd genomen door persoonlijke problematiek, maar zij heeft nu nog contact met de zus van [de man] , neefjes en nichtjes en een oom van die kant van de familie. Voor verzoekster is het in emotioneel opzicht van groot belang dat zij weer een juridische band heeft met [de man] en onderdeel uitmaakt van zijn familie en dat zij weer de persoon is die op haar geboortekaartje staat. De rechtbank is van oordeel dat herroeping een belangrijk onderdeel vormt voor de verdere ontwikkeling van verzoekster en acht de herroeping daarom in het kennelijk belang van verzoekster. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Bij het beoordelen van de redelijkheid van de herroeping betrekt de rechtbank de belangen van anderen bij het in stand laten van de familierechtelijke betrekking tussen het kind en de adoptiefouder. [de man] is overleden, zodat de rechtbank met zijn belang geen rekening kan houden. Voor wat betreft de adoptievader is de rechtbank van oordeel dat voornoemd belang van verzoekster bij de herroeping zwaarder weegt dan het eventuele belang van de adoptievader om de familierechtelijke betrekking in stand te laten. Dit ondanks het feit dat de adoptievader niet ter zitting is verschenen en er aanwijzingen zijn dat hij niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Verzoekster en de adoptievader hebben namelijk slechts enkele jaren in gezinsverband samengeleefd, waarna de adoptievader geen vaderrol meer heeft vervuld. Ook is er inmiddels al ruim twintig jaar geen contact meer tussen verzoekster en de adoptievader. Tot slot hebben zowel [de man] als de adoptievader geen andere kinderen voor wie de herroeping rechtstreekse gevolgen zou hebben. Verder is niet gebleken dat de kinderen van verzoekster zelf door de herroeping in hun belangen zouden worden geschaad. De rechtbank is daarom van de redelijkheid van de herroeping overtuigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van verzoekster door de adoptievader herroepen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevolgen van de herroeping </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De herroeping heeft haar gevolgen vanaf de dag waarop deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:232 lid 3 in verbinding met artikel 1:230 lid 1 BW). Door de herroeping houdt de familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en de adoptievader op te bestaan en herleeft de familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en [de man] <?linebreak?>[de man] . Verzoekster zal dezelfde geslachtsnaam dragen als voor de adoptie, zijnde [naam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>herroept de adoptie van [verzoekster] , [geboortedatum] , door [de adoptievader] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 3] een latere vermelding van de herroeping van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking, mits daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan toe te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 3] .</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Kesteren, voorzitter, mr. M. de Vries en <?linebreak?>mr. F. Douwenga, leden, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. M.J. van der Schoot als griffier op 31 oktober 2025.<?linebreak?></para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch<?linebreak?>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak<?linebreak?>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="1">
          <colspec colname="colA" />
          <tbody>
            <row>
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>