<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-24T15:48:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/415994 / HA ZA 25-356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7449">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-18T10:50:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7449 Rechtbank Oost-Brabant , 12-11-2025 / C/01/415994 / HA ZA 25-356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7449:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Contradictoir. Incident. Zekerheidstelling proceskosten. Egypte. Vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7449:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Oost-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/01/415994 / HA ZA 25-356</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 12 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , </emphasis>handelend onder de naam<emphasis role="bold"> [handelsnaam eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te [plaats] ( [land] ),</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. E. El-Sharkawi,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.Th. van den Berg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met producties 1-10,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende zekerheidstelling, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert op de eerste plaats dat [eiser] wordt veroordeeld om binnen twee weken na dit vonnis zekerheid te stellen voor de proceskosten op grond van artikel 224 Rv. [gedaagde] legt daaraan ten grondslag dat [eiser] is gevestigd in [land] en er geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals genoemd in artikel 224 lid 2 Rv. [gedaagde] begroot het belang van de zekerheidstelling op in totaal € 6.837,00. Daarbij gaat [gedaagde] uit van:</para>
      <para>- € 1.374,00 aan griffierecht</para>
      <para>- € 5.463,00 aan advocaatkosten (4,5 punten à € 1.214,00 per punt liquidatietarief IV)</para>
      <para>- € 370,00 aan nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] betwist niet dat hij op grond van artikel 224 Rv de gevorderde zekerheid moet stellen. Hij stelt bezig te zijn met het regelen van zekerheid voor het door [gedaagde] genoemde totaalbedrag. Een termijn van twee weken is echter te kort, gelet op de bureaucratie in [land] . [eiser] stelt vier weken nodig te hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering tot zekerheidstelling moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. Nu geen verweer is gevoerd tegen de hoogte van de te stellen zekerheid, zal de rechtbank deze conform de vordering begroten op € 6.837,00. Gelet op artikel 616 lid 3 Rv zal de rechtbank een termijn van vier weken bepalen voor het stellen van zekerheid door [eiser] . Verder zal de rechtbank eenzelfde termijn bepalen waarbinnen [gedaagde] de gestelde zekerheid moet hebben geweigerd of aanvaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert ook dat de rechtbank bepaalt dat indien niet volledig, onvoorwaardelijk en binnen de genoemde termijn wordt voldaan aan de veroordeling tot het stellen van zekerheid, de rechtsvorderingen van [eiser] in de hoofdzaak vervallen, althans dat de bevoegdheid van [eiser] om in de hoofdzaak voort te procederen vervalt. Volgens [eiser] moet deze vordering worden afgewezen, omdat hij binnen de door de rechtbank te stellen termijn zekerheid zal stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank zal de vordering van [gedaagde] op dit onderdeel afwijzen omdat een beslissing daarover prematuur is, gelet op het verdere verloop van de procedure rond het stellen van zekerheid. Als [eiser] niet binnen de termijn zekerheid stelt, leidt dat in beginsel tot zijn niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak. De rechtbank gaat daar nu nog niet op vooruitlopen, ook niet voorwaardelijk. Indien tussen partijen naar aanleiding van dit vonnis een geschil ontstaat over de vraag of [eiser] tijdig de zekerheid heeft gesteld, dan moet dat geschil ter beoordeling aan de rechtbank (de rolrechter) worden voorgelegd. In geval van een geschil over de genoegzaamheid van de (tijdig) gestelde zekerheid wordt daarover op vordering van de meest gerede partij in kort geding beslist door de voorzieningenrechter van deze rechtbank (artikel 616 lid 1 Rv). De rechtbank wijst er verder op dat [eiser] op grond van artikel 616 lid 4 Rv om verlenging van de hiervoor onder 2.3. genoemde termijn kan vragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Tot slot wijst de rechtbank er op dat als [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn reageert op de zekerheid, dat in beginsel leidt tot het verval van haar bevoegdheid om zekerheid te eisen. De vraag of [gedaagde] de geboden zekerheid tijdig heeft geweigerd of aanvaard, moet ook ter beoordeling aan de rechtbank (de rolrechter) worden voorgelegd. Ook van deze termijn kan (door [gedaagde] ) verlening worden gevraagd op grond van artikel 616 lid 4 Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiser] verzet zich tegen de gevorderde veroordeling in de proceskosten, omdat [gedaagde] niet eerder dan met het instellen van de incidentele vordering zekerheidstelling heeft verlangd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat [eiser] zekerheid zal moeten stellen tot een bedrag van</para>
        <para>€ 6.837,00 voor de proceskosten waarin hij jegens [gedaagde] in de hoofdzaak zou kunnen worden veroordeeld,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] de zekerheid moet stellen binnen vier weken na dit vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] binnen vier weken na het stellen van zekerheid, die zekerheid moet weigeren of aanvaarden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de hoofdzaak weer op de rol van rol zal komen van <emphasis role="bold">7 januari 2026 </emphasis>voor uitlating door [eiser] en door [gedaagde] over de zekerheidstelling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>