<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T15:18:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">VR 25/003</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T15:17:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7307 Rechtbank Oost-Brabant , 15-09-2025 / VR 25/003</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VR 25/003: Verschoning, toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="8df755df-0fda-44bc-b5d7-8a9fc1824f10" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9dc2ee44-74e3-48d8-9201-6c33c0ad2f6e" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK Oost-Brabant</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschoningskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: VR 25/003</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing van 15 september 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M.J.H.M. Verhoeven </emphasis>in zijn hoedanigheid van bestuursrechter in de zaak met zaaknummers SHE 24/437 1 en SI-IE 25/422,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <parablock>
      <para>1.	De rechter heeft op 1 5 september 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een</para>
      <para>afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan partijen</para>
      <para>worden toegestuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verschoningsverzoek</title>
    <parablock>
      <para>2.	De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek - kort samengevat - ten grondslag</para>
      <para>gelegd dat hij eerder een uitspraak heeft gedaan in het geschil dat partijen verdeeld houdt.</para>
      <para>De rechter heeft namelijk, in het kader van een verzoek om voorlopige voorziening, in een</para>
      <para>uitspraak van 28 maart 2024 een voorlopig rechtmatigheidsoordeel gegeven en daarbij de</para>
      <para>bezwaargronden van eisers inhoudelijk beoordeeld. Inmiddels heeft het college van</para>
      <para>gedeputeerde staten van Noord-Brabant een beslissing op het bezwaarschrift van eisers</para>
      <para>genomen waartegen eisers in beroep zijn gegaan. De rechter is aangewezen deze zaak te</para>
      <para>behandelen. De rechter is echter van mening dat eisers, gelet op zijn oordeel als</para>
      <para>voorzieningenrechter over de bezwaargronden, die gelijk zijn aan de beroepsgronden, een</para>
      <para>gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid kunnen hebben. De rechter acht zich</para>
      <para>daarom niet Vrij om de zaak te behandelen en verzoekt de verschoningskamer om zijn</para>
      <para>verzoek toe te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak, de bij een partij bestaande vrees van onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gelet op de gronden die de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Omdat de rechter eerder in een meervoudige kamer tussen dezelfde procespartijen een uitspraak heeft gedaan over dezelfde WOZ-waarde voor hetzelfde object over hetzelfde belastingjaar, kan inderdaad diens betrokkenheid door een procespartij worden gezien als een feit of omstandigheid dat/die grond kan geven voor de objectief gerechtvaardigde vrees dat het bij de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van</para>
      <para>mr. M.J.H.M. Verhoeven toe en verstaat dat in de bovengenoemde zaken een andere rechter</para>
      <para>zal worden aangewezen.<?linebreak?></para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. M.E. Bartels en</para>
      <para>mr. V.R. de Meyere, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.E.A. Schokker</para>
      <para>Stadhouders en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 8:20, derde lid, Awb).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>