<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T13:30:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 25/018</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T13:29:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7296 Rechtbank Oost-Brabant , 07-07-2025 / WR 25/018</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WR 25/018: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het is gericht tegen een processuele beslissing. Anti-misbruikmaatregel opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="622ed8f3-aabb-41f1-b250-f2d21c529970" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="e03f2bf8-3950-4064-b41a-86b5fcf8bccb" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK Oost-Brabant</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 25/018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing van 7 juli 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker],</title>
    <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. A.E. de Kryger,</title>
    <parablock>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is belanghebbende in de zaak met raadkamernummer 25/005401 (parketnummer 01-106977-23). In deze zaak gaat het over de beoordeling van een bezwaarschrift van verzoeker tegen het bepalen en het verwerken van zijn DNA-profiel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van deze zaak is gepland op de zitting van 8 juli 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft de rechter gewraakt nadat deze zijn verzoek om digitaal aanwezig te zijn tijdens de zitting op 8 juli 2025 heeft afgewezen. Dit wrakingsverzoek, met kenmerk WR25/017, is met de beslissing van 7 juli 2025 afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker heeft, na ontvangst van de beslissing van 7 juli 2025 van de wrakingskamer, in een op 7 juli 2025 om 14.35 verzonden e-mailbericht de rechter opnieuw gewraakt. In dit tweede  wrakingsverzoek schrijft verzoeker: “<emphasis role="italic">tevens wraak ik de rechter opnieuw daar ik niet gehoord ben in deze kwestie en de “onafhankelijkheid” van de wrakingskamer in het geding is met deze hand boven het hoofd houdende manier van handelen richting de bevriende rechter.</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit de reactie van de rechter van 7 juli 2025 op het wrakingsverzoek blijkt dat zij niet berust in het wrakingsverzoek. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter richting een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees daarover objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting direct afwijzen indien het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder f, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant). De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De door verzoeker in zijn emailbericht van 7 juli 2025 genoemde gronden zien  niet op het handelen of nalaten van de rechter. Ook overigens is de wrakingskamer niet gebleken van concrete feiten of omstandigheden die zijn voorgevallen ná het eerste wrakingsverzoek (dat heeft geleid tot de beslissing met kenmerk WR25/017) en waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Overigens merkt de wrakingskamer op dat tegen de vorige wrakingsbeslissing en de daarin opgenomen overwegingen geen rechtsmiddel openstaat. Daarom oordeelt de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek van 7 juli 2025 geen grond biedt voor wraking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Verzoeker heeft in deze procedure al eerder een wrakingsverzoek ingediend dat niet is gehonoreerd. De verzoeken dreigen te leiden tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de zaak met raadkamernummer 25/005401 (en parketnummer 01-106977-23) niet meer in behandeling wordt genomen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. C.A. Mandemakers en mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 515, vijfde lid, Sv).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>