<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T11:56:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 25/017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T11:55:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7265 Rechtbank Oost-Brabant , 07-07-2025 / WR 25/017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WR 25/017: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het is gericht tegen een processuele beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="c3cfd929-21b7-4190-9112-5c56a14c5b2a" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="8e14f0e3-66e4-43ba-91c7-5592ef0a5670" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK Oost-Brabant</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 25/017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing van 7 juli 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] ,</title>
    <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. A.E. de Kryger,</title>
    <parablock>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is belanghebbende in de zaak met raadkamernummer 25/005401 (parketnummer 01-106977-23). In deze zaak gaat het over de beoordeling van een bezwaarschrift van verzoeker tegen het bepalen en het verwerken van zijn DNA-profiel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van deze zaak (zitting) is gepland op 8 juli 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker wraakt de rechter nadat deze zijn verzoek om digitaal aanwezig te zijn tijdens de zitting op 8 juli 2025 heeft afgewezen. Verzoeker schrijft in zijn wrakingsverzoek dat hij in het verleden meerdere malen digitaal aanwezig is geweest bij zittingen. De starre en eenzijdige behandeling van de rechter maakt dat hij de rechter wraakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit de reactie van de rechter van 1 juli 2025 op het wrakingsverzoek blijkt dat zij niet berust in het wrakingsverzoek. Het is de rechter niet duidelijk waaruit valt af te leiden dat zij vooringenomen zou zijn. Zij gaat ervan uit dat de wraking het gevolg is van haar afwijzende beslissing op het verzoek van verzoeker om de zitting digitaal bij te wonen. Zo een beslissing kan volgens de rechter geen grond vormen voor wraking. Bovendien kan uit de door haar genomen voorzittersbeslissing op geen enkele wijze worden afgeleid dat zij niet onpartijdig zou zijn of dat bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde vrees hiervoor zou kunnen bestaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter richting een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees daarover objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting direct afwijzen indien het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant). De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat zij heeft beslist dat verzoeker niet digitaal aanwezig mag zijn tijdens de zitting op 8 juli 2025. Uit deze beslissingen blijkt volgens verzoeker de schijn van partijdigheid. Een wrakingsgrond moet echter liggen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter of rechters van wie wraking is verzocht. Het instituut van de wraking is niet bedoeld als rechtsmiddel tegen (procedurele of inhoudelijke) beslissingen van de rechter(s) die de zaak behandelen, zoals hier het geval is. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Een zodanige beslissing kan alleen leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen – niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (vgl. HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413, rov. 3.3 en 3.4). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Van zulke omstandigheden is volgens de wrakingskamer echter geen sprake. Uit de e-mailwisseling blijkt dat verzoeker heeft verzocht om een Teams-link om digitaal aanwezig bij de zitting aanwezig te kunnen zijn. De rechter heeft dit verzoek afgewezen. Verzoeker heeft vervolgens verzocht dit verzoek in heroverweging te nemen en heeft daarbij zijn verzoek nader onderbouwd. De rechter heeft in de redenen die verzoeker heeft opgegeven om digitaal aanwezig te zijn onvoldoende aanleiding gezien om dit verzoek in te willigen. </para>
        <para>Uit deze gang van zaken kan de wrakingskamer op geen enkele manier opmaken dat de rechter vooringenomen was of de schijn van partijdigheid tegen haar had. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bij het wrakingsverzoek zijn ook overigens geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Gelet op voorgaande overwegingen is de wrakingskamer van oordeel dat er geen grond is voor wraking. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek tot wraking van de rechter af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. F. Kooijman en mr. N. Flikkenschild, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 515, vijfde lid, Sv).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>