<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T12:25:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 25/002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7204">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T12:24:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7204 Rechtbank Oost-Brabant , 29-01-2025 / WR 25/002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7204:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WR 25/002: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat niet gebleken is van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7204:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="54c93e7a-caaa-44e9-a9b8-f5ec3c642b38" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="d1367056-36bc-4228-ad73-36b3ae1b8216" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK Oost-Brabant</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Wrakingskamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: WR 25/002</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van 29 januari 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 512 </para>
    <para>van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [verzoeker] ,</emphasis>
    </para>
    <para>wonende te [adres]</para>
    <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    <para>raadsvrouwen mr. J.N. de Boer en mr. S.H. Çelik, advocaten te Amsterdam,</para>
    <para>hierna te noemen: de verdediging,<?linebreak?></para>
    <para>strekkende tot de wraking van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>mr. H. Slaar en mr. R. van den Munckhof, in hun hoedanigheid van respectievelijk voorzitter en oudste rechter van de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de ontnemingszaak met het parketnummer 82.198261.22.<?linebreak?>hierna gezamenlijk te noemen: de rechters. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">De procedure</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer voor de behandeling van</para>
  <parablock>
    <para>     strafzaken van 29januari 2025, waarin liet mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor</para>
    <para>     zijn vermeld (hierna: het proces-verbaal);</para>
  </parablock>
  <para>- de schriftelijke reactie van de rechters;</para>
  <para>- het vonnis van 14 mei 2024 in de hoofdzaak</para>
  <para>- liet dossier in de ontnemingszaak.</para>
  <parablock>
    <para>
      <?linebreak?>Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 29januari 2025 (hierna: de mondelinge</para>
    <para>behandeling) zijn verschenen de hiervoor genoemde raadsvrouwen van verzoeker en de officier van</para>
    <para>justitie mr. C.J.A. van der Maas. De rechters hebben in een schriftelijke reactie hun gezamenlijke</para>
    <para>standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht en zijn niet bij de mondelinge</para>
    <para>behandeling verschenen. De verdediging heeft tijdens de mondelinge behandeling het</para>
    <para>wrakingsverzoek nader toegelicht overeenkomstig een overgelegde schriftelijke notitie. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Na de sluiting van het onderzoek en beraad heeft de wrakingskamer op 29 januari 2025 haar beslissing en de motivering daarvan aanstonds mondeling medegedeeld. Een en ander is nadien op schrift</para>
    <para>gesteld. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechters daarop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de ontnemingszaak met het parketnummer</para>
        <para>82.19826 1.22. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Namens verzoeker heeft de verdediging blijkens het proces-verbaal en zoals nader toegelicht</para>
        <para>bij de mondelinge behandeling in de kern het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is schijn van partijdigheid vanwege het feit dat de rechters in het vonnis in de hoofdzaak hebben</para>
        <para>geoordeeld dat sprake is van voor verbeurdverklaring vatbare voorwerpen die door een strafbaar feit</para>
        <para>zijn verkregen en nu dezelfde vraag aan de orde is in de ontnemingsprocedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De rechters hebben in hun gezamenlijke schriftelijke reactie aangegeven niet in de wraking te</para>
        <para>berusten en de grondslag voor de wraking te bestrijden. <emphasis role="italic">(aangehecht)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 512 Sv kan een rechter gewraakt worden als zich feiten of omstandigheden</para>
        <para>voordoen, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als</para>
        <para>de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief</para>
        <para>gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn,</para>
        <para>omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch</para>
        <para>schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere feiten of omstandigheden die een</para>
        <para>zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn</para>
        <para>van) partijdigheid.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat in deze geen sprake is van bijzondere feiten of</para>
        <para>omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Het enkele feit dat de rechters in het onderliggende strafvonnis hebben geoordeeld dat</para>
        <para>verbeurdverklaring aan de orde is. omdat sprake is van door een strafbaar feit verkregen</para>
        <para>voorwerpen, brengt niet mee dat sprake is van een gebrek aan onpartijdigheid in de</para>
        <para>ontnemingsprocedure. Immers, in die ontnemingsprocedure staat in de kern een andere vraag</para>
        <para>centraal, namelijk of sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel van verzoeker.</para>
        <para>
          <?linebreak?>De wrakingskamer acht in de geschetste gang van zaken dan ook geen grond gelegen voor de</para>
        <para>conclusie dat de rechters een (objectiveerbare dan wel subjectieve) schijn van partijdigheid</para>
        <para>hebben gewekt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie van het voorgaande is dan ook dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zal</para>
        <para>afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek tot wraking van de rechters mr. H. Slaar en mr. R. van den Munckhof af.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze beslissing is gegeven door mr. EM. Vermeulen, voorzitter, mr. H.M. Hettinga en mr. S.A.E.M.</para>
      <para>Rampaart. leden, in tegenwoordigheid van de griffier en is in het openbaar uitgesproken op 29 januari</para>
      <para>2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>