<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:7067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T13:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11767223 CV EXPL 25-3520</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7067">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T09:02:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:7067 Rechtbank Oost-Brabant , 06-11-2025 / 11767223 CV EXPL 25-3520</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7067:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenrecht; Ambtshalve toetsing; Buy now pay later; eindvonnis: Handelaar heeft aangetoond dat aangerekende rente en incassokosten geen deel uitmaken van verdienmodel, zodat het beroep op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW slaagt. Kantonrechter toetst ambtshalve alleen de naleving van consumentenbeschermende bepalingen met betrekking tot de koopovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:7067:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11767223 CV EXPL 25-3520</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 6 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht<emphasis role="bold"> Riverty GmbH,</emphasis></para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Verl (Duitsland),</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="154d8882-4a37-42a6-b466-f8cd8f30d71e" depth="68" width="96" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 augustus 2025 heeft de kantonrechter een tussenvonnis (hierna verder: het tussenvonnis) gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt naar het tussenvonnis verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij akte van 25 september 2025 heeft eisende partij haar vordering nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld te onderbouwen of het in deze procedure gesloten krediet al dan niet onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e van het Burgerlijk Wetboek (BW) valt, en zich in het bijzonder uit te laten over het verdienmodel van de kredietverstrekker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft aan de hand van omzetcijfers en correspondentie van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toegelicht dat het verdienmodel is gebaseerd op de ontvangen vergoeding van verkopers die de mogelijkheid om uitgesteld te betalen aanbieden aan consumenten, en niet op de verwachting dat consumenten hun verplichtingen niet nakomen en de daaraan verbonden rente en kosten van niet-nakoming. Eisende partij heeft verder inzichtelijk gemaakt dat consumenten eerst in de gelegenheid worden gesteld om hun betalingsverplichting zonder rente en kosten na te komen en dat er pas bij het niet-nakomen daarvan gaandeweg het incassotraject stapsgewijs (beperkt) wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten in rekening worden gebracht. Volgens eisende partij zijn de incassowerkzaamheden niet kostendekkend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar oordeel van de kantonrechter heeft eisende partij voldoende onderbouwd dat de bedongen rente en buitengerechtelijke incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker. Om die reden kan eisende partij een geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW en moet dus worden geoordeeld dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Aan de consumentenbeschermende bepalingen van die titel hoeft dus niet te worden getoetst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de koopovereenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het krediet vond zijn oorsprong in een consumentenkoopovereenkomst gesloten op afstand tussen gedaagde partij en de handelaar, die zijn vordering op gedaagde partij heeft overgedragen aan eisende partij. De handelaar moet in dit geval voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v BW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure moet eisende partij gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter moet vervolgens ambtshalve onderzoeken of aan de plichten is voldaan, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n informatieplicht moet de rechter een sanctie toepassen (zie het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met een bepaald percentage afhankelijk van het aantal voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bestelknop; de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als gebruik wordt gemaakt van een bestelknop of een soortgelijke functie, moet deze een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overige essentiële (pre)contractuele informatieplichten; artikel 6:230m lid 1 BW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze informeren over (in dit geval): de kenmerken van het product (sub a), de identiteit van de handelaar (sub b), de contactinformatie van de handelaar (sub c), de prijs van het product (sub e), de wijze van betaling en levering inclusief de leveringstermijn (sub g) en het recht van ontbinding van de overeenkomst (sub h). Voor zover van toepassing, moet de handelaar de consument ook informeren over de duur van de overeenkomst en de voorwaarde van opzegging (sub o) en de minimumduur waarbinnen de consument niet kan opzeggen (sub p). De handelaar moet deze informatie vervolgens bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er is niet voldaan aan de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De consument is de bestelling aangegaan door middel van een bestelknop. Eisende partij heeft niet aangetoond dat de tekst op de knop voldoet aan de eisen van de wet. Uit de tekst op de knop zelf moet namelijk blijken dat de consument uitdrukkelijk erkent dat hij met het klikken op die knop een betalingsverplichting aangaat. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. Een eventuele vermelding dat de consument een betalingsverplichting aangaat anders dan op de knop zelf, is onvoldoende. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230v lid 3 BW is geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft niet aangetoond dat voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de essentiële informatieverplichtingen is voldaan. Eisende partij heeft geen inzicht gegeven in het bestelproces dat de consument heeft doorlopen. De door haar overgelegde schermafbeeldingen (productie 1, afbeelding 1.1 tot en met 1.8) geven slechts een zeer algemeen beeld van de website en hebben geen betrekking op het bestelproces. Eisende partij heeft weliswaar verwezen naar schermafbeeldingen genummerd tot en met 1.32 die kennelijk zien op het bestelproces, maar anders dan afbeelding 1.1 tot en met 1.8 zijn die afbeeldingen niet overlegd. Daardoor kan niet worden vastgesteld of aan de essentiële informatieplichten is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bevestiging van de informatie op een duurzame gegevensdrager </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de contactgegevens van de handelaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet contactinformatie van de handelaar aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. In de bevestiging of de schriftelijke overeenkomst moet ten minste een e-mailadres, een telefoonnummer of het adres van een vestiging worden vermeld. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder c BW is geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de wijze van levering inclusief de leveringstermijn</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet de wijze van levering en de verwachte levertermijn aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Aan deze verplichting kan ook worden voldaan door het sturen van een track-and-trace-code of een hyperlink. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">het ontbindingsrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet het recht van de consument om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Uit de tekst moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst. Eisende partij heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie essentiële informatieverplichtingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 60%. Er is in dit geval namelijk sprake van drie of meer voldoende ernstige schendingen én een onjuiste bestelknop.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat gedaagde partij in totaal een bedrag van € 24,62 aan eisende partij verschuldigd is (40% van € 61,56). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft recht op buitengerechtelijke kosten op basis van de toewijsbare hoofdsom. Daarom is € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van het bedrag van € 64,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 24,62 vanaf 16 juni 2025 tot de dag van betaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, aan de kant van eisende partij tot vandaag begroot op:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 120,78 wegens dagvaardingskosten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 135,00 wegens griffierecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 40,00 wegens salaris gemachtigde (niet met btw belast);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 20,00 wegens nakosten, te vermeerderen met de eventuele explootkosten van de betekening van het vonnis;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>