<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:5570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T09:37:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/2068</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5570">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T09:31:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:5570 Rechtbank Oost-Brabant , 29-08-2025 / 25/2068</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5570:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het college heeft op 7 augustus 2025  een evenementenvergunning en een geluidsontheffing verleend voor het evenement Out Of the Box Festival. Verzoeker heeft tegen de evenementenvergunning bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd deze in te trekken.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter merkt verzoeker, hoewel hij op 1,2 km van de locatie van het festival woont, aan als een belanghebbende. De voorzieningenrechter overweegt dat de Algemene Plaatselijke Verordening de mogelijkheid biedt een vergunning te weigeren vanwege bescherming van het milieu en vanwege de bescherming van natuurwaarden, flora en fauna, maar dat het college heeft kunnen overwegen dat bescherming van deze waarden voldoende zijn geborgd en dat er daarom geen reden is de evenementenvergunning te weigeren.  </para>
        <para>Voor wat betreft het aspect geluid overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat de uit het evenementenbeleid van de gemeente volgende geluidsnormen onredelijk hoog zijn of dat het college deze normen om een andere reden niet zou mogen hanteren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5570:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SHE 25/2068</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 augustus 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigden: [naam], [naam], [naam]).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: <emphasis role="bold">Stichting [naam]</emphasis> uit [vestigingsplaats] (de stichting)</para>
      <para>(gemachtigden: [naam], [naam], [naam]).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Het college heeft op 12 juni 2024 aan de stichting een omgevingsvergunning verleend voor de duur van drie jaar om maximaal één driedaags evenement per jaar te houden inclusief een op- en afbouwfase vanaf het weekend voor het evenement tot de woensdag daarna. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het bestreden besluit van het college van 7 augustus 2025 tot het verlenen van een evenementenvergunning voor het evenement Out Of the Box Festival (het festival) op de locatie Fazantenweg 16 te Langenboom dat plaatsvindt van vrijdag 5 september 2025 tot en met zondag 7 september 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht de evenementenvergunning te schorsen totdat het college op het bezwaar heeft beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigden van het college en de gemachtigden van de stichting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Belanghebbende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het college stelt dat verzoeker geen belanghebbende is. Hij woont op meer dan 1,2 km van de locatie waar het festival plaatsvindt en tussen de locatie en de woning bevinden zich meerdere huizen en bomen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Onder belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende bij een besluit in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. In vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS)<footnote-ref linkend="_017d5b64-fb43-4182-bffd-1083993c8162" /> wordt als uitgangspunt gehanteerd: degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een omgevingsrechtelijke activiteit die een besluit toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon, leef-, of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Hoewel tussen de woning van verzoeker en de festivallocatie een geruime afstand is gelegen, heeft de voorzieningenrechter verzoeker het voordeel van de twijfel gegeven en heeft hij verzoeker aangemerkt als belanghebbende. Op die afstand kan niet worden uitgesloten dat geluid afkomstig van het festival hoorbaar zal zijn voor verzoeker en daarom is niet uitgesloten dat hij op die afstand gevolgen van enige betekenis kan ondervinden.<footnote-ref linkend="_b90fe472-a77c-413c-bd3b-1d8982265e60" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omvang van het geding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Naast de evenementenvergunning heeft het college bij bestreden besluit een geluidsontheffing, een alcoholontheffing, een zondagswetontheffing en een ontheffing van de Verordening Recreatieplassen “De Kuilen” en “Radioplassen” verleend. De voorzieningenrechter beperkt haar oordeel tot de verleende evenementenvergunning en de geluidsontheffing aangezien uit het bezwaarschrift blijkt dat dit gericht is tegen deze besluitonderdelen, zoals zojuist ook ter zitting is bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Late vergunningverlening en publicatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Verzoeker voert aan dat de vergunning voor het evenement zo kort voor het evenement bekend is gemaakt dat het besluit op bezwaar daartegen als mosterd na de maaltijd komt, waarin de voorzieningenrechter leest dat verzoeker stelt geen effectieve rechtsbescherming heeft tegen de besluitvorming. Hij stelt daartoe dat er aan het festival en de vergunningverlening, buiten de publicatie op 13 augustus 2025 in het gemeenteblad, geen enkele ruchtbaarheid gegeven. Verzoeker is ervan overtuigd dat er bij het college sprake is van opzettelijk gedrag om het maken van bezwaar te ontmoedigen en te bewerkstelligen dat mensen te laat bezwaar maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de wens van verzoeker om tijdig rechtsmiddelen te kunnen aanwenden, is daarin geen reden gelegen het besluit te schorsen. Ook bij een late vergunningverlening staat de weg naar de voorzieningenrechter open en die weg is hier ook benut. Niet is gebleken dat het college een effectieve rechtsbescherming belemmert.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbreken van een omgevingsvergunning </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. In tegenstelling tot hetgeen verzoeker stelt, is er een omgevingsvergunning verleend. Die is op 12 juni 2024 verleend voor de duur van drie jaren en inmiddels onherroepelijk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strijd met de Algemene plaatselijke verordening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>9. Verzoeker voert aan dat het besluit in strijd met de Algemene plaatselijke verordening (APV) is, omdat uit artikel 1.8, onder d en e van de APV blijkt dat een vergunning kan worden geweigerd vanwege de bescherming van het milieu en vanwege de bescherming van natuurwaarden, flora en fauna. </para>
      <para />
      <para>10. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de verlening op 12 juni 2024 van de omgevingsvergunning ten behoeve van het evenement om af te wijken van omgevingsplan een onderzoek naar flora en fauna heeft plaatsgevonden en aan deze vergunning is een aantal voorschriften verbonden ter borging van de flora en fauna. Deze afweging heeft plaatsgevonden in de reeds onherroepelijke vergunning. De voorzieningenrechter ziet op het onderdeel van het milieu en de flora en fauna geen gebrek in het besluit van het college. Het is een bevoegdheid van het college om een vergunning te weigeren op grond van artikel 1.8, onder d en e van de APV. De voorzieningenrechter kan dat alleen terughoudend toetsen. Het college heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen overwegen dat de waarden voldoende geborgd zijn door de voorschriften uit de omgevingsvergunning en dat er daarom geen reden is de vergunning te weigeren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geluid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>11. Verzoeker is van mening dat de geluidsnormen die in de vergunning zijn opgenomen te hoog zijn, temeer omdat het festival nabij een natuurgebied plaatsvindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>De geluidsnormen volgen - zoals het college ter zitting heeft toegelicht - uit het evenementenbeleid van de gemeente. Verder blijkt uit de Quickscan Flora en Fauna die bij het verweerschrift is overgelegd dat geluid is beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de normen onredelijk hoog zouden zijn in dit geval of dat het college de normen uit het eigen beleid om een andere reden niet zou mogen hanteren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>12. De voorzieningenrechter ziet in de aangevoerde gronden geen aanleiding te veronderstellen dat het besluit in de bezwaarfase niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor toewijzing van het verzoek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het Out Of the Box Festival door mag gaan. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>14. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2025 door mr. M. Kleijn Hesselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.G. van de Korput, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_017d5b64-fb43-4182-bffd-1083993c8162" label="1">
    <para> ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1434, r.o. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b90fe472-a77c-413c-bd3b-1d8982265e60" label="2">
    <para> Vergelijk ook een uitspraak van de voorzieningenrechter van rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4554.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>