<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:5382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-15T13:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/411924 / HA ZA 25-68</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T09:16:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:5382 Rechtbank Oost-Brabant , 27-08-2025 / C/01/411924 / HA ZA 25-68</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident: geen niet ontvankelijkheid bij subjectieve cumulatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="a1034c61-b4cf-4ad8-b5b7-928ebf0f1c4c" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="07c06ab9-18ac-41a1-8a7b-aee6244ce8f3" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Civiel Recht</para>
    <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/411924 / HA ZA 25-68</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 27 augustus 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser 1] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
  </parablock>
  <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser 2] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>eiseressen in de hoofdzaak,</para>
    <para>verweersters in het incident,</para>
    <para>advocaat mr. J.M. van der Pol te Oss,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">OMG HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Uden,</para>
    <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
    <para>eiseres in het incident,</para>
    <para>advocaat mr. J. van Berk te Nijmegen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] en OMG Holding genoemd worden.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title> 1.De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van exceptief verweer,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte houdende wijziging eis tevens conclusie van antwoord in incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Over de hoofdzaak in het kort</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [A] B.V. is een familiebedrijf. Zij drijft een onderneming die is begonnen als eenmanszaak van [B] en zij richt zich op de handel in tapijten en vloerkleden. De aandelen in [A] B.V. zijn ondergebracht in [eiser 1] . Onder andere [eiser 2] en OMG Holding houden aandelen in [eiser 1] . Na het overlijden van [B] in 2021 zijn de verhoudingen tussen de aandeelhouders verslechterd. Bij dagvaarding vordert [eiser 2] op grond van een aandeelhoudersovereenkomst dat OMG Holding haar aandelen in [eiser 1] overdraagt. [eiser 1] vordert bij dagvaarding betaling door OMG Holding van een bedrag van </para>
        <para>€ 217.120,00, zijnde het saldo van de rekening-courantverhouding tussen hen beide. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>OMG Holding vordert dat de rechtbank [eiser 1] en [eiser 2] niet ontvankelijk verklaart in hun vorderingen. OMG Holding stelt dat er tussen de verschillende vorderingen niet een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Het belang van [eiser 1] is van een andere orde dan het belang van [eiser 2] . Beide eiseressen hebben niet het recht om in één procedure twee verschillende vorderingen in te stellen tegen één gedaagde.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser 1] en [eiser 2] voeren aan dat er tussen hun vorderingen op OMG Holding voldoende samenhang bestaat, zodat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Partijen zijn niet alleen binnen hetzelfde (familie-)concern actief, maar ook heeft de communicatie over zowel de aandelen als de rekening-courantverhouding in dezelfde stukken plaatsgevonden. Tijdens de onderlinge gesprekken is er altijd naar gestreefd dat er een totaaloplossing zou komen voor deze gezamenlijke problematiek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. In deze zaak is sprake van subjectieve cumulatie in die zin dat twee eiseressen ieder een eigen vordering op gedaagde hebben. Of tussen beide vorderingen voldoende samenhang bestaat kan in het midden blijven. Het ontbreken van voldoende samenhang kan namelijk niet tot niet-ontvankelijkheid leiden (HR 27 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6384, NJ 1980/102). Dat betekent dat de vordering van OMG Holding wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uit de hiervoor vermelde uitspraak van de Hoge Raad volgt ook dat indien er onvoldoende samenhang bestaat tussen de verschillende vorderingen een rechter ambtshalve of op verzoek van een partij kan besluiten de subjectieve cumulatie niet toe te staan en tot splitsing van het geding over te gaan. Geen van partijen heeft echter splitsing van het geding gevorderd en de rechtbank ziet ook geen aanleiding om daartoe ambtshalve over te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>OMG Holding is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] worden begroot op € 792,00, bestaande uit € 614,00 aan salaris advocaat en € 178,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt OMG Holding in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als OMG Holding niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt OMG Holding tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">8 oktober 2025 </emphasis>voor conclusie van antwoord en uitlating door OMG Holding over de eiswijziging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>