<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:5181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-15T14:52:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/417623 / KG ZA 25-379</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-18T10:20:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:5181 Rechtbank Oost-Brabant , 12-08-2025 / C/01/417623 / KG ZA 25-379</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kort geding, verstek, proceshouding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:5181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6f33d76d-3c96-4e8c-a220-1dbb671417e5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="97954a36-ee01-4953-95d0-bfe1d66f13df" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold"> RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handelsrecht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/417623 / KG ZA 25-379</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 12 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	<emphasis role="bold">DE MEDEZEGGENSCHAPSRAAD VRIJESCHOOL WEERT</emphasis>, plaatselijk bekend als <emphasis role="bold">MEDEZEGGENSCHAPSRAAD BASISSCHOOL WALDORF WERTHA</emphasis></para>
    <para>gevestigd te Weert,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eiser 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. W.D. Berkhout te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING PALLAS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Uden,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna “de MR c.s.” en Pallas genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 2 augustus 2025 met producties, genummerd 1 tot en met 21;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een productie van mr. Berkhout, genummerd 22, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 11 augustus 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een productie van mr. Berkhout, genummerd 23, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 11 augustus 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 12 augustus 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van mr. Berkhout.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen als na te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter hecht eraan om op te merken dat het hem heeft verbaasd dat Pallas niet ter zitting is verschenen. Pallas heeft bovendien nagelaten om de voorzieningenrechter daarover voorafgaand aan de zitting te berichten. De proceshouding van Pallas getuigt niet van enig respect voor de MR en de ouders van de leerlingen van de school. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ook de ter versterking van de onder II gevraagde veroordeling gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. Deze zal, gelet op de proceshouding van Pallas, op de onder de beslissing weergegeven hoogte worden vastgesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Pallas zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de MR c.s. worden begroot op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>dagvaarding	€ 	148,04</para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht		714,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	715,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.577,04.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen de niet verschenen Pallas;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>schorst de werking van het besluit van Pallas zoals bekend gemaakt op 23 mei 2025 tot sluiting van Basisschool Waldorf Wertha per augustus 2025 totdat de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS uitspraak heeft gedaan over dit besluit; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Pallas om alle maatregelen en handelingen die zijn gericht op het geven van uitvoering aan het besluit zoals bekend gemaakt op 23 mei 2025, inhoudende de sluiting van Basisschool Waldorf Wertha in augustus 2025, stop te zetten en voor zover nodig terug te draaien, teneinde de school niet eerder te sluiten dan dat de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS daarover uitspraak heeft gedaan, en daartoe voldoende personeel en middelen beschikbaar te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt Pallas om de MR c.s. een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat Pallas niet aan de onder 3.3 uitgesproken veroordeling voldoet, totdat een maximum van € 100.000,00 is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt Pallas in de proceskosten, aan de zijde van de MR c.s. tot op heden begroot op € 1.577,04;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J.T.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>12 augustus 2025. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>