<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:3552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T10:26:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11570505 \ EJ VERZ  25-122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-0876</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-0876</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2025/206</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:3552">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:3552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-10T13:51:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:3552 Rechtbank Oost-Brabant , 18-06-2025 / 11570505 \ EJ VERZ  25-122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:3552:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht; ontslag op staande voet; studieovereenkomst en studiekosten (BBL); ketenregeling; Werknemer meldt zich ziek en wordt uitgenodigd voor een consult bij de bedrijfsarts. In die uitnodiging is geen fysieke locatie opgenomen. De werknemer verschijnt vervolgens niet op het consult omdat hij dacht dat sprake was van een telefonisch consult zoals eerder het geval was. Daarna wordt de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij ondanks sommatie daartoe door de werkgever niet op het werk is verschenen. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven omdat het niet voorhanden zijn van een medisch oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid niet aan de werknemer kan worden tegengeworpen en de werkgever minder vergaande maatregelen had moeten treffen. Geen sprake van een dringende reden. De werknemer heeft daarom recht op een transitievergoeding, billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en correctie van de eindafrekening voor onder andere onterecht ingehouden studiekosten. Geen sprake van een keten van arbeidsovereenkomsten die leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd omdat de arbeidsovereenkomsten verband houden met de BBL-opleiding van de werknemer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:3552:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11570505 \ EJ VERZ  25-122</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 18 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.M.J. Geven,</para>
      <para>toevoeging verleend: [nummer] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KWIK-FIT NEDERLAND B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Eindhoven,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Kwik-Fit,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J. Verweij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met 17 bijlagen, ontvangen door de griffie op 28 februari 2025;</para>
      <para>- het verweerschrift met 5 bijlagen;</para>
      <para>- de aanvullende bijlage 18 van [verzoeker] ;</para>
      <para>- de aanvullende bijlagen 6 tot en met 18 van Kwik-Fit;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 21 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en de spreekaantekeningen die de gemachtigden van partijen ter gelegenheid daarvan hebben overgelegd en voorgedragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1995, is sinds 1 april 2022 in dienst bij Kwik-Fit. </para>
        <para>De eerste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van acht maanden. Daarna is de arbeidsovereenkomst meerdere keren verlengd. Dit heeft geleid tot de volgende aaneensluitende arbeidsovereenkomsten:</para>
      </parablock>
      <para>- van 1 april 2022 tot en met 30 november 2022;</para>
      <para>- van 1 december 2022 tot en met 31 juli 2023;</para>
      <para>- van 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023;</para>
      <para>- van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2024;</para>
      <para>- van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024;</para>
      <para>- van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] vervulde aanvankelijk de functie van junior monteur en per 5 september 2022 de functie van BBL EAT junior monteur. Het laatstverdiende loon bedroeg € 2.479,62 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de Banden- en Wielenbranche van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Met ingang van 5 september 2022 volgt [verzoeker] een driejarige Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) opleiding Allround technicus voertuigen en mobiele werktuigen (hierna: de BBL-opleiding). De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij Kwik-Fit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Naast de arbeidsovereenkomst hebben partijen ook een studieovereenkomst gesloten op 13 mei 2022. In die studieovereenkomst is, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende opgenomen:</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">4. Terugbetalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Werknemer is gehouden de in artikel 1 genoemde studiekosten volledig aan werkgever terug te betalen - voor zover deze kosten niet of niet volledig in mindering kunnen worden gebracht op de aan werknemer verschuldigde transitievergoeding - indien werknemer zonder gegronde reden de studie afbreekt voordat deze met een diploma is afgerond, dan wel de studie niet binnen redelijke termijn afrondt dan wel het dienstverband op initiatief van werknemer tijdens de studie is beëindigd dan wel op initiatief van de werkgever tijdens de studie is beëindigd wegens een dringende reden zoals omschreven in artikel 7:677 BW.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 18 december 2024 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld. Die dag en op 23 december 2024 heeft er contact via Whatsapp plaatsgevonden tussen [verzoeker] en filiaalmanager [A] (hierna: [A] ). [A] heeft [verzoeker] op 18 december 2024 het volgende bericht gestuurd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hoi [verzoeker] zo jij me even kunnen bellen dan weet ik ook wat er aan de hand is bedankt alvast”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] heeft op 23 december 2024 als volgt gereageerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Goedemorgen [A]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Sorry dat ik niet gereageerd heb op je telefoontjes. Ik kan het op het moment allemaal niet aan mijn hoofd zit helemaal vol. Om de kleinste dingen word ik chagrijnig en boos. Het voelt dat alles waar ik de laatste jaren hard voor gevochten heb aan het in storten is. Ik heb</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vandaag een afspraak bij de huisarts en morgen een afspraak met een hulp instantie om te kijken welke hulp ik kan krijgen om mij hier uit te krijgen. Daarna neem ik contact met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">jullie op.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [A] heeft op 23 december 2024 als volgt geantwoord:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Goedeavond [verzoeker] , ik snap wel wat er in je hoofd omgaat nu en het is belangrijk om de juiste zorg voor je te vinden kwikfit gaat je hier over berichten”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 18 december 2024 heeft de door Kwik-Fit ingeschakelde arbodienstverlener [B] (hierna: [B] ) [verzoeker] een uitnodiging gestuurd per e-mail voor een consult met een inzetbaarheidsdeskundige. In deze mail stond een linkje naar een brief. In deze brief is, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Afspraak consult</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op onderstaande datum staat het consult gepland met mevr. [C] :</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Datum:		</emphasis>
          <emphasis role="italic">maandag 6 januari 2025</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Tijd:		</emphasis>
          <emphasis role="italic">10:30 uur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Locatie:			</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kunt u niet op het consult komen? Verzet of annuleer dan uiterlijk 2 werkdagen van tevoren de afspraak via uw leidinggevende. Uw leidinggevende moet toestemming geven om de afspraak te verzetten of annuleren.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als u niet op de afspraak verschijnt zonder tijdige afmelding, dan wordt deze afspraak als een 'no show' gezien. De kosten voor het gemiste consult worden dan doorbelast aan uw werkgever.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Voorafgaand aan dit consult heeft [B] [verzoeker] op 24 december 2024 uitgenodigd op het telefonisch spreekuur van de backup inzetbaarheidsdeskundige gehouden op 27 december 2024 om 14:45 uur. Die dag heeft [verzoeker] tijdens het telefonisch spreekuur contact gehad met de backup inzetbaarheidsdeskundige [B] . Van dit contact heeft Kwik-Fit de volgende terugkoppeling gehad [B] :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ [B] heeft meneer [verzoeker] telefonisch gesproken op 27 december 2024. Tijdens dit gesprek heeft meneer aangegeven geen mededelingen te willen doen omtrent zijn verzuimmelding.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [B] kan dan ook geen advies afgeven met betrekking tot eventuele werkzaamheden voor meneer [verzoeker] , aangaande deze melding van verzuim. Inmiddels is er, op verzoek van de werkgever, een fysieke afspraak ingepland op 6 januari, bij mijn collega op lokatie te Eindhoven.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 9 januari 2025 heeft [B] een schriftelijke terugkoppeling gegeven aan Kwik-Fit over het consult van 6 januari 2025. Daarin is, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">No show consult inzetbaarheidsdeskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 06-01-2025 om 10.30 uur stond een fysiek consult voor uw medewerker ingepland met de inzetbaarheidsdeskundige. Uw medewerker was op genoemde datum en tijd niet aanwezig op het consult en wij hebben geen (tijdig) bericht van verhindering ontvangen. Het consult heeft daardoor niet plaatsgevonden. Er is daarom sprake van een no-show.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij herinneren u eraan dat een consult met de arbodienst voor uw medewerker een onderdeel is van de re-integratieverplichtingen en niet vrijblijvend is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er zal een nieuwe afspraak voor het consult worden ingepland.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Prognose met betrekking tot volledig herstel eigen werk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Prognose is niet af te geven vanwege een no show.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Vervolgafspraak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is nog geen vervolgafspraak gepland met meneer [verzoeker] , deze zal ingepland worden op aanwijzing van de werkgever.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 13 januari 2025 heeft Kwik-Fit een brief en een e-mail gestuurd aan [verzoeker] . Daarin heeft Kwik-Fit, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 18 december 2024 heb jij je ziekgemeld. Op 27 december 2024 heb je telefonisch contact gehad met onze arbodienst [B] . In dat gesprek heb je aangegeven geen mededelingen te willen doen over jouw ziekmelding (zie bijlage). Op 6 januari 2025 stond een fysiek vervolgconsult gepland voor een spreekuur op onze locatie aan [adres] in [plaats] . Je bent zonder tegenbericht niet verschenen (zie bijlage). Wij zijn ons daarom</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">genoodzaakt de gemaakte kosten van € 85,- netto met jouw eerstvolgende salarisbetaling te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verrekenen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ondertussen heeft jouw Manager de heer [A] diverse malen geprobeerd met jou</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in contact te komen. Helaas heeft bovengenoemde actie niet geleid tot het gewenste</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">resultaat.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij willen je er op wijzen dat zowel jij als KwikFit als jouw werkgever verplichtingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hebben gedurende jouw arbeidsongeschiktheid. Dit houdt in dat we contact met elkaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moeten onderhouden en je telefonisch bereikbaar dient te zijn. De afspraken hierover</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">staan ook in onze Werkwijzer artikel 8.10 en 8.11 die je terug kunt vinden in jouw Afas</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">App (Nieuws / alle/ Werkwijzer 4 januari 2024).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op dit moment is het voor onze arbodienst niet mogelijk te beoordelen of jij ziek bent. Je</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bent niet bereikbaar en niet aan het werk. Middels dit schrijven sommeren wij jou, zo</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">spoedig mogelijk na het lezen van dit schrijven, doch uiterlijk woensdag 15 januari 2025</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor 12.00 uur jouw werkzaamheden te hervatten in ons KwikFit filiaal aan [adres]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> te [plaats] . Wij willen jou erop wijzen dat het geen gehoor geven aan deze oproep</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zal worden gezien als werkweigering. KwikFit ziet zich dan ook genoodzaakt de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">doorbetaling van jouw salaris per 13 januari 2025 op te schorten.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 15 januari 2025 is [verzoeker] niet op het werk verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Diezelfde dag heeft Kwik-Fit [verzoeker] een brief en een e-mail gestuurd. Daarin heeft Kwik-Fit, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 13 januari 2025 hebben wij jou een schrijven gestuurd, waarin wij jou hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gesommeerd om jouw (aangepaste) werkzaamheden te hervatten in ons KwikFit filiaal aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [adres] te [plaats] . Helaas hebben wij niets van jou mogen vernemen. Op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maandag 13 januari 2025 is jouw Manager de heer [A] op jouw huisadres geweest. Er werd niet open gedaan. KwikFit kwalificeert het niet hervatten van jouw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkzaamheden als hardnekkige werkweigering.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij sommeren wij jou nogmaals om, na het lezen van dit schrijven, per direct doch</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uiterlijk op maandag 20 januari 2025 voor 12.00 uur, jouw werkzaamheden te hervatten in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bovengenoemd filiaal.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien je voor 20 januari 2025 12.00 uur jouw werkzaamheden niet hebt hervat zal KwikFit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zich genoodzaakt zien de arbeidsovereenkomt welke van rechtstwege eindigt op 31 juli</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2025 per direct te stoppen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Op 18 januari 2025 heeft [verzoeker] per e-mail gereageerd op deze brief. Hij heeft, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ik heb vandaag je bericht gezien over het hervatten van werk en het gemiste consult. Ik vind het heel vreemd de manier waarop er gehandeld word. Ik ben 1 keer door een meneer [B] gebeld ik heb die man toen aangegeven dat ik me niet comfortabel voel mijn privé zaken met een vreemde te delen. Ik vond die man heel opdringerig en respectloos. Ook heb ik een bericht gehad voor een consult op 6 januari om 10.30 maar er stond geen locatie bij de uitnodiging. Ik ging er van uit dat het een telefonisch consult was aangezien dat in het verleden ook zo was. Ik ben het er niet mee eens dat ik 85 euro moet betalen terwijl ik geen duidelijkheid had dat het een fysiek consult was en ook niet op de hoogte was waar het consult was. Ik stuur de uitnodiging mee waar nergens instaat waar het consult is”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Op 20 januari 2025 is [verzoeker] niet op het werk verschenen en is hij door Kwik-Fit op staande voet ontslagen. Die dag heeft Kwik-Fit [verzoeker] een brief en een e-mail gestuurd. Daarin heeft Kwik-Fit, voor zover van belang voor deze procedure, het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hierbij bevestigen wij dat je op 20 januari 2025 op staande voet bent ontslagen wegens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hardnekkige werkweigering.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tot dit ontslag is, na overleg met de Directie, besloten omdat wij ondanks onze sommaties</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van 13 en 15 januari 2025 om je werkzaamheden te hervatten in ons KwikFit filiaal aan [adres]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> te [plaats] , niets van je hebben vernomen. Je verzuimt dus in ernstige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mate je werknemersverplichtingen te vervullen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien de genoemde feiten die ieder voor zich, althans in onderling verband, reden geven</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor ontslag op staande voet, kunnen wij niets anders, dan concluderen dat u op grove</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijze misbruik heeft gemaakt van ons vertrouwen. Dit vertrouwen is onherstelbaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geschaad. Wij zien ons dan ook genoodzaakt tot het nemen van bovenstaande maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en stellen u hierbij aansprakelijk voor alle schade, die wij door uw toedoen hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geleden of nog zullen lijden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij beschouwen de hiervoor omschreven dringende reden (en) als ernstig verwijtbaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">handelen, zodat geen aanspraak bestaat op de transitievergoeding of enig andere</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vergoeding. […]”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Kwik-Fit heeft vervolgens een eindafrekening opgemaakt verdisconteerd in de loonstrook van de maand januari 2025. Op de eindafrekening heeft Kwik-Fit een bedrag van € 1.658,02 vanwege een negatief verlofsaldo, een bedrag van € 2.337,21 aan studiekosten en een bedrag van € 4.537,90 aan gefixeerde schadevergoeding in mindering gebracht. Dit heeft ertoe geleid dat Kwik-Fit niets heeft uitbetaald aan [verzoeker] over de maand januari 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Over de maand februari 2025 heeft [verzoeker] met terugwerkende kracht een bijstandsuitkering ontvangen. Met ingang van 1 maart 2025 is [verzoeker] elders in dienst getreden als monteur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft berust in het ontslag op staande voet. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is op 20 januari 2025 geëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt – samengevat – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">primair; als het ontslag ten onrechte is verleend</emphasis>
        </para>
        <para>I. voor recht te verklaren dat Kwik-Fit de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] in strijd met artikel 7:669 lid 1 in samenhang met artikel 7:671 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft opgezegd;</para>
        <para>II. Kwik-Fit te veroordelen tot betaling van de volgende bedragen en vergoedingen:</para>
        <para>- een billijke vergoeding van primair € 137.800,45 bruto en subsidiair € 17.513,76 bruto;</para>
        <para>- een transitievergoeding van primair € 2.563,56 bruto en subsidiair € 2.929,78 bruto;</para>
        <para>- een gefixeerde schadevergoeding van € 3.858,24 bruto, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair; als het ontslag terecht is verleend</emphasis>
        </para>
        <para>III. Kwik-Fit te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van primair € 2.563,56 bruto en subsidiair € 2.929,78 bruto;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in beide gevallen</emphasis>
        </para>
        <para>IV. Kwik-Fit te veroordelen tot betaling van de eindafrekening, opgebouwde en niet</para>
        <para>opgenomen vakantiedagen daaronder begrepen;</para>
        <para>V. de door Kwik-Fit gevorderde studiekosten van € 2.337,21 netto af te wijzen;</para>
        <para>VI. Kwik-Fit te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de toe te wijzen bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>met veroordeling van Kwik-Fit in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Hieraan legt [verzoeker] – samengevat – ten grondslag dat het gegeven ontslag op staande voet niet voldoet aan de eisen van artikel 7:277 BW omdat het ontslag niet onverwijld is gegeven en er geen sprake is van een dringende reden. De reden dat [verzoeker] op 20 januari 2025 niet op het werk is verschenen, is dat hij arbeidsongeschikt was en niet in staat was de bedongen werkzaamheden te verrichten. De opzegging is daardoor in strijd met artikel 7:671 BW. Daarmee is gegeven dat Kwik-Fit ernstig verwijtbaar tegenover hem heeft gehandeld en heeft hij recht op de gevorderde vergoedingen. Voor hetgeen [verzoeker] verder heeft aangevoerd en hetgeen hij aan zijn overige verzoeken ten grondslag legt, wordt verwezen naar de overwegingen onder de beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Kwik-Fit voert – samengevat – het volgende verweer dat strekt tot afwijzing van de verzoeken met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. Het ontslag is volgens Kwik-Fit terecht gegeven omdat [verzoeker] zijn werkzaamheden niet heeft hervat ondanks daartoe te zijn verzocht bij brieven van 13 en 15 januari 2025.  [verzoeker] heeft daarom geen recht op de door hem gevorderde vergoedingen. Voor hetgeen Kwik-Fit daartoe verder heeft aangevoerd, wordt verwezen naar de overwegingen onder de beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">het ontslag op staande voet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak in de kern om de vraag of er op 20 januari 2025 een rechtsgeldig ontslag op staande voet is gegeven door Kwik-Fit aan [verzoeker] . [verzoeker] heeft berust in het ontslag op staande voet. Daarom is niet in geschil tussen partijen dat de arbeidsovereenkomst op 20 januari 2025 is geëindigd. Het antwoord op de vraag of het ontslag rechtsgeldig is, is doorslaggevend voor de vraag wie van partijen aanspraak kan maken op met het ontslag samenhangende vergoedingen. Omdat het ontslag op staande voet een uiterste middel is, stelt de wet daaraan strenge eisen. Deze zijn terug te vinden in artikel 7:677 lid 1 BW: de opzegging moet onverwijld zijn en vergezeld gaan van mededeling van de reden voor ontslag, die bovendien als dringende reden moet gelden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het ter zitting gevoerde verweer dat de opzegging niet onverwijld is omdat tussen het consult van 6 januari 2025 en het ontslag op staande voet bijna twee weken zat, wordt verworpen. Zoals hieronder zal worden toegelicht, heeft Kwik-Fit de dringende reden voor het ontslag niet gegrond op het niet verschijnen van [verzoeker] op het consult op 6 januari 2025, maar op het niet verschijnen op het werk op 20 januari 2025. Evident is dat het op die dag gegeven ontslag met de mededeling van de reden daarvan onverwijld is gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">is sprake van een dringende reden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW beschouwd, zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang bezien, in aanmerking worden genomen. Hierbij moeten de aard en ernst van de aangevoerde dringende reden worden afgewogen tegen de door de werknemer aangevoerde persoonlijke omstandigheden. Relevant daarbij zijn de aard en de duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer zijn werk heeft vervuld en ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Ook als de gevolgen van een ontslag op staande voet ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst was gerechtvaardigd. De op het moment van het ontslag op staande voet meegedeelde reden fixeert in beginsel de ontslagreden. De toetsing of het ontslag al dan niet rechtsgeldig is kan in beginsel alleen plaatsvinden op basis van wat feitelijk aan de werknemer is meegedeeld – dat is de fixatie van de dringende reden – en niet op basis van later aangevoerde feiten of omstandigheden. De dringende reden moet de werknemer meteen duidelijk zijn. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen in dit geval bij de werkgever.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De dringende reden voor het ontslag is weergegeven in de brief / e-mail van 20 januari 2025 en betreft het niet hervatten van de werkzaamheden ondanks sommatie daartoe op 13 en 15 januari 2025 (vgl. rov. 2.13). Het bericht fixeert de dringende reden en dat betekent dat moet worden beoordeeld of datgene wat Kwik-Fit daarin heeft vermeld zich heeft voorgedaan en of dit vervolgens een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Vaststaat dat [verzoeker] op 20 januari 2025 niet op het werk is verschenen. De kantonrechter is van oordeel dat Kwik-Fit niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een dringende reden. [verzoeker] heeft zich namelijk op 18 december 2024 ziekgemeld en is daarna om die reden op 20 januari 2025 niet op het werk verschenen. Het niet verschijnen op het werk is objectief gezien een logisch gevolg van de daaraan voorafgegane ziekmelding. Volgens Kwik-Fit heeft de bedrijfsarts niet kunnen vaststellen dat [verzoeker] arbeidsongeschikt was omdat [verzoeker] daaraan geen medewerking heeft verleend, maar dat heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Vaststaat dat op 27 december 2024 een telefonisch consult heeft plaatsgevonden. Hierin heeft [verzoeker] geen mededelingen willen doen over zijn toestand, maar daarvoor heeft hij een uitleg gegeven die niet door Kwik-Fit is weersproken. Ook staat vast dat in de uitnodiging voor het consult op 6 januari 2025 geen locatie is genoemd. Aan de uitnodiging is verder niet af te leiden dat het consult fysiek zou plaatvinden. Voorstelbaar is dan ook dat het voor [verzoeker] niet duidelijk was dat het om een fysiek consult ging en waar hij dan naartoe zou moeten gaan. Dat [verzoeker] via een andere weg bekend is geraakt met de locatie, zoals Kwik-Fit ter zitting heeft gesteld, blijkt nergens uit. [verzoeker] heeft die stelling bovendien gemotiveerd bestreden met zijn toelichting dat hij de uitnodiging heeft ontvangen door op een link in een mail te klikken en dat daarbij verder geen begeleidende tekst in de e-mail vanuit [B] is gestuurd. Dat Kwik-Fit vervolgens direct heeft geconcludeerd dat [verzoeker] niet in staat of bereid is mee te werken aan de beoordeling van zijn ziekmelding door een bedrijfsarts is te voortvarend en onzorgvuldig geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het ontslag op staande voet is een uiterste middel dat niet lichtzinnig door de werkgever moet worden ingezet. Kwik-Fit had in deze zaak minder ingrijpende maatregelen kunnen treffen. Het had zeer voor de hand gelegen om [verzoeker] opnieuw te laten oproepen door de bedrijfsarts, zoals ook door [B] in de schriftelijke terugkoppeling van 9 januari 2025 is aangegeven. Ook had Kwik-Fit ervoor kunnen kiezen om de loonstop die in de brief van 13 januari 2025 is aangekondigd daadwerkelijk te effectueren. De keuze om [verzoeker] niet opnieuw te laten oproepen door de bedrijfsarts heeft tot gevolgd gehad dat er geen medisch oordeel voorhanden is over de ziekmelding en de (mate van) arbeidsongeschiktheid. Nu het ontbreken van een medisch oordeel niet aan [verzoeker] is te wijten, heeft Kwik-Fit onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [verzoeker] in staat was om werkzaamheden te verrichten en daarom ongeoorloofd niet op het werk is verschenen. De slotsom is dat het niet verschijnen op het werk door [verzoeker] in dit geval geen dringende reden oplevert. Van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet is daarom geen sprake, zodat Kwik-Fit de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW in combinatie met artikel 7:677 lid 1 BW. De in dit verband gevraagde verklaring voor recht zal worden gegeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">is sprake van arbeidsovereenkomst voor bepaalde of voor onbepaalde tijd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Daarmee komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van de verzochte ontslagvergoedingen. De kantonrechter ziet reden om eerst in te gaan op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die zou eindigen op 31 juli 2025 of van onbepaalde tijd, omdat dat voor de beoordeling van de verzochte ontslagvergoedingen relevant is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft gesteld dat de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025 minimaal de vierde opeenvolgende arbeidsovereenkomst is, zodat op basis van de ketenregeling van artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Kwik-Fit heeft dat bestreden en heeft gesteld dat de ketenregeling op grond van artikel 7:668a lid 10 BW niet van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan in verband met BBL-opleiding waarmee [verzoeker] per 5 september 2022 is gestart en ten tijde van het ontslag nog niet had afgerond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij in 2022 bij Kwik-Fit is gaan werken om de BBL-opleiding te gaan volgen. De arbeidsovereenkomsten houden dus verband met de BBL-opleiding. Daarmee is sprake van de uitzondering op de ketenregeling zoals bedoeld in 7:668a lid 10 BW. Dit heeft tot gevolg dat er geen keten van arbeidsovereenkomsten is ontstaan die heeft geleid tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 juli 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de transitievergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>In het geval sprake is van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 juli 2025 heeft [verzoeker] verzocht om Kwik-Fit te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 2.929,78 bruto. Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat Kwik-Fit aan [verzoeker] een transitievergoeding verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst door Kwik-Fit is opgezegd. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Volgens Kwik-Fit is hiervan sprake. Zoals hierboven is geoordeeld, is het ontslag op staande voet niet terecht gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, is het eindigen van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] vanwege de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden. Dat betekent dat Kwik-Fit de transitievergoeding verschuldigd is. Kwik-Fit heeft de hoogte van de transitievergoeding zoals die door [verzoeker] is berekend, niet betwist, zodat Kwik-Fit zal worden veroordeeld tot betaling van de verzochte transitievergoeding van € 2.929,78 bruto. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 21 februari 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vergoeding wegens onregelmatige opzegging (de gefixeerde schadevergoeding)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De gefixeerde schadevergoeding heeft een forfaitair karakter. Het is niet van belang of de werknemer daadwerkelijk schade heeft geleden als gevolg van de onregelmatigheid van de opzegging en hoe groot de schade is. Ook is niet relevant of de werknemer gedurende de opzegtermijn die in acht had moeten worden genomen nog recht had op loon. Kwik-Fit heeft opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. Op grond van artikel 7:677 lid 4 BW is Kwik-Fit een vergoeding aan [verzoeker] verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. [verzoeker] heeft een vergoeding gevorderd van € 3.858,24 bruto, zijnde het loon tot 1 maart 2025. Kwik-Fit heeft de hoogte als zodanig niet bestreden. De kantonrechter kan niet meer toewijzen dan is gevorderd, zodat dat bedrag zal worden toegewezen. De wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW wordt afgewezen omdat de gefixeerde schadevergoeding geen loon is. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 20 januari 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de billijke vergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>In het geval sprake is van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 juli 2025 heeft [verzoeker] verzocht om Kwik-Fit te veroordelen een billijke vergoeding te betalen van € 17.513,76. [verzoeker] heeft deze vergoeding gebaseerd op het loon over de periode van 21 januari tot en met 31 juli 2025 dat hij zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst niet zou zijn opgezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Omdat sprake is van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW moet worden onderzocht of er reden is een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW toe te kennen. Gelet op de wetsgeschiedenis is ook voor toekenning van de billijke vergoeding ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist, maar is in een geval als bedoeld in dat artikel reeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid, als de werkgever de voor een rechtsgeldig ontslag geldende voorschriften niet heeft nageleefd en in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Anders gezegd: een ontslag op staande voet dat niet rechtsgeldig wordt geacht, is dus al ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Omdat hiervoor al is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, moet het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding worden toegewezen. De billijke vergoeding moet vervolgens worden bepaald op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de bijzondere omstandigheden van het geval (vgl. Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 32-34, en nr. 4, p. 61). In de New Hairstyle-uitspraak (Hoge Raad, 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187) heeft de Hoge Raad enkele – niet-limitatieve – gezichtspunten genoemd die een rol kunnen spelen bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding, zoals:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vraag of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, en wat de inkomsten zijn die hij hieruit geniet;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mate waarin de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van het feit dat de opzegging niet rechtsgeldig is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vraag of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook rechtmatig had kunnen opzeggen, en op welke termijn dit had kunnen gebeuren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mate waarin de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van de keuze van de werknemer om niet voor vernietiging te kiezen maar voor een billijke vergoeding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mate waarin de werknemer zelf een verwijt valt te maken van de onrechtmatige opzegging; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vraag of de werknemer recht heeft op de transitievergoeding en op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>In deze zaak betrekt de kantonrechter de volgende feiten en omstandigheden bij het begroten van de billijke vergoeding. Er is sprake van een onterecht gegeven ontslag op staande voet van een ziekgemelde werknemer dat ertoe heeft geleid dat de arbeidsovereenkomst voortijdig is geëindigd. De arbeidsovereenkomst zou in ieder geval voortduren tot en met 31 juli 2025 en er zijn geen aanwijzingen dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Ter zitting is naar voren gekomen dat [verzoeker] sinds 1 maart 2025 een nieuwe baan heeft in de autobranche en dat hij de BBL-opleiding bij zijn nieuwe werkgever kan voortzetten. Ook is gebleken dat [verzoeker] over de maand februari 2025 met terugwerkende kracht een bijstandsuitkering heeft ontvangen. Over de hoogte van deze uitkering is niets bekend. Hoe lang het dienstverband bij Kwik-Fit nog zou hebben voortgeduurd, is afhankelijk van verschillende factoren (onder meer: de opstelling van partijen, het verlengen van de arbeidsovereenkomst, het mogelijk afronden van de BBL-opleiding en het traject van arbeidsongeschiktheid). Alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemend en de goede en kwade kansen afwegend, gaat de kantonrechter ervan uit dat het dienstverband nog zeker enige tijd zou hebben voortgeduurd. Daar staat tegenover dat [verzoeker] kort na het ontslag een nieuwe baan heeft gevonden en hij daar zijn BBL-opleiding kan voortzetten. Alles bij elkaar genomen stelt de kantonrechter de billijke vergoeding vast op het bedrag van € 7.500,- bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de overige vorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft betaling van de eindafrekening gevorderd, opgebouwde en niet opgenomen vakantiedagen daaronder begrepen. Ter zitting heeft [verzoeker] , althans zijn gemachtigde, toegelicht dat de eindafrekening op twee punten niet klopt, te weten:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>het bedrag aan gefixeerde schadevergoeding (€ 4.537,90) dat Kwik-Fit in mindering heeft gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de studiekostenvergoeding (€ 2.337,21) die Kwik-Fit in minder heeft gebracht.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>De kantonrechter begrijpt deze vordering zo dat [verzoeker] betaling vordert van een gecorrigeerde eindafrekening, waar de hiervoor genoemde bedragen niet in mindering zijn gebracht op het uit te betalen bedrag. Die vordering zal worden toegewezen. Uit de beoordeling hiervoor volgt dat het ontslag onterecht is gegeven, zodat Kwik-Fit ook geen aanspraak kan maken op een gefixeerde schadevergoeding. Hetzelfde geldt voor de studiekostenvergoeding. Van een dringende reden is geen sprake. Gesteld noch gebleken is een van de andere gronden voor terugbetaling zoals genoemd in artikel 4.1 van de studieovereenkomst zich heeft voorgedaan. De slotsom is dat Kwik-Fit deze bedragen niet in mindering had mogen brengen. De wettelijke rente over de uit te betalen eindafrekening wordt toegewezen zoals is gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>De vordering onder 3.1. V is als zodanig niet toewijsbaar omdat Kwik-Fit geen tegenvordering heeft ingesteld. Gelet op de beoordeling onder rov. 4.15 heeft deze vordering verder ook geen zelfstandige betekening meer, zodat deze zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de uitvoerbaar bij voorraadverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Kwik-Fit heeft verweer gevoerd tegen de vordering om de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Volgens Kwik-Fit is sprake van een restitutierisico en kan [verzoeker] de vergoedingen niet terugbetalen als in een eventueel hoger beroep anders wordt beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een uitvoerbaarverklaring bij voorraad moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Uitgangspunt is dat [verzoeker] in beginsel belang heeft bij de door hem gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit belang dient slechts te wijken voor het belang van Kwik-Fit indien daaraan in het licht van alle omstandigheden van het geval meer gewicht aan toekomt dan aan het belang van [verzoeker] . Gelet op de toe te wijzen vergoedingen en de daarbij meegenomen feiten en omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat [verzoeker] een nieuwe baan heeft, heeft Kwik-Fit onvoldoende onderbouwd dat [verzoeker] niet in staat zou zijn tot terugbetaling. Bij deze stand van zaken leidt afweging van de wederzijdse belangen tot het oordeel dat de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad toewijsbaar is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Kwik-Fit, omdat Kwik-Fit overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat Kwik-Fit de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] in strijd met artikel 7:669 lid 1 in samenhang met artikel 7:671 BW heeft opgezegd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Kwik-Fit tot betaling aan [verzoeker] van:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>een transitievergoeding van € 2.929,78 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 21 februari 2025 tot de dag van betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een gefixeerde schadevergoeding van € 3.858,24, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 20 januari 2025 tot de dag van betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een billijke vergoeding van € 7.500,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e gecorrigeerde eindafrekening, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het uit te betalen bedrag vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de dag van betaling;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt Kwik-Fit in de proceskosten van € 1.039,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking voor wat de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>