<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-14T15:47:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/406811 / FA RK 24-3020</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=20&amp;g=2014-07-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 20</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=204&amp;g=2023-07-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 204</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=203&amp;g=2003-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 203</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=24&amp;g=2010-10-10">Burgerlijk Wetboek Boek 1 24</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2651">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-14T15:46:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2651 Rechtbank Oost-Brabant , 25-04-2025 / C/01/406811 / FA RK 24-3020</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2651:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt vervangende toestemming voor het toevoegen van twee latere vermeldingen betreffende erkenning aan de geboorteakte van een minderjarige.</para>
        <para>Rechtbank wijst dit verzoek af. De ambtenaar kan ambtshalve een latere vermelding betreffende erkenning toevoegen aan de geboorteakte en heeft hiervoor geen toestemming nodig van de ouders of de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2651:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="c27b5dfc-3b53-491e-8b94-b48e2d694aed" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="0ca16934-93e9-48b5-b36b-04a2b1508c71" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beschikking</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: C/01/406811 / FA RK 24-3020 </para>
      <para>Uitspraak	: 25 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking betreffende artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ,</title>
    <para>hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [moeder] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. C.A.M.J.M. Joosten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [vader] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met bijlagen van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ontvangen op 10 juni 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een brief met bijlagen van de ambtenaar van de burgerlijke stand van 6 augustus 2024.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 10 april 2025. Gehoord zijn: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [vertegenwoordigster gemeente] en [vertegenwoordigster gemeente] namens de gemeente [gemeente] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door mr. Joosten,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op [geboortedatum] is [minderjarige] geboren. Op [datum] heeft de vader [minderjarige] als ongeboren vrucht erkend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt de rechtbank om toestemming te geven om twee latere vermeldingen betreffende de erkenning toe te voegen aan de geboorteakte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de ambtenaar geen toestemming van de rechter nodig heeft om twee latere vermeldingen betreffende de erkenning toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] . De rechtbank legt hierna uit waarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 1:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere vermeldingen toe van onder andere akten van erkenning. Dat doet de ambtenaar ambtshalve. In de wet staat niet dat hij daarvoor toestemming nodig heeft van de ouders of dat hij, als zij niet instemmen, vervangende toestemming nodig heeft van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder bij de aangifte van de geboorte van [minderjarige] op 	 [geboortedatum] heeft vermeld dat er geen juridisch vader is. Dit bleek echter niet juist te zijn. Op [datum] heeft namelijk een erkenning ongeboren vrucht plaatsgevonden door de vader in de gemeente [gemeente] , waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [naam] . De erkenning heeft met toestemming van de moeder plaatsgevonden. De erkenning is een rechtsfeit dat als rechtgevolg heeft dat de vader de juridisch vader is van [minderjarige] en dat de naamskeuze die de ouders hebben gedaan van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stelling van de moeder dat de vader haar onder druk heeft gezet om toestemming te geven voor de erkenning is in deze procedure niet relevant. De erkenning heeft immers plaatsgevonden en daarvan is een akte opgemaakt. De akte wordt op grond van artikel 1:20 BW door de ambtenaar als latere vermelding aan de geboorteakte toegevoegd. Overigens heeft de vader de hiervoor genoemde stelling van de moeder weersproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de moeder een beroep doet op nietigheid van de erkenning (artikel 1:204 lid 1 BW), slaagt dit beroep niet. Er is namelijk geen sprake van één van de in dat artikel genoemde redenen op grond waarvan een erkenning nietig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het argument van de moeder dat een erkenning pas rechtsgevolg krijgt als deze niet wordt ingetrokken of geblokkeerd door de moeder vindt geen grondslag in de wet. Op grond van artikel 1:203 lid 2 BW heeft een erkenning rechtsgevolg vanaf het tijdstip waarop de erkenning is gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt met zich dat de ambtenaar ambtshalve latere vermeldingen kan toevoegen aan de geboorteakte. Artikel 1:24 BW, waarop het verzoekschrift is gebaseerd, is dus niet aan de orde. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G. Aarts, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 25 april 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Conc: db</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch<?linebreak?>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak<?linebreak?>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>