<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-18T10:50:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/3670</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-18T10:49:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2439 Rechtbank Oost-Brabant , 25-04-2025 / 24/3670</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet open overheid. Beroep niet tijdig beslissen (ntb) en beroep tegen alsnog genomen beslissing op bezwaar (bob). Beroep ntb is niet-ontvankelijk, omdat het college inmiddels heeft beslist op het bezwaar van eiseres. Beroep tegen bob is ook niet-ontvankelijk. Eiseres stelt alleen dat de bob te laat is genomen en hekelt de rol en status van het regionale regieteam (RRT) bij de besluitvorming. Bij de beoordeling van deze stellingen heeft eiseres geen rechtens te respecteren belang (meer). Het college moet wel het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden, omdat het college te laat was met het beslissen op bezwaar en eiseres om die reden beroep moest instellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SHE 24/3670 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad</emphasis>, het college,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L.A. Muller en [naam] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo-verzoek). Eiseres heeft een beroep niet tijdig beslissen ingediend bij de rechtbank omdat de beslissing van het college op het bezwaar van eiseres uitbleef. Hangende dat beroep heeft het college alsnog een beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) genomen. Eiseres heeft gesteld dat zij zich niet kan verenigen met het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zowel het beroep niet tijdig beslissen als het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is<emphasis role="italic">.</emphasis> Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 8 maart 2024 een Woo-verzoek ingediend bij de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Daarin heeft eiseres het volgende vermeld:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Hierbij doe ik een WOO-verzoek in. Blijkens uw website bent u in het bezit van een geactualiseerd regioplan. URL https://www.vrbn .nl/opvang-vluchtelingen/</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het bestaan van een dergelijk plan blijkt naast deze alinea ook uit andere stukken. Middels dit WOO verzoek, wil ik verzoeken dit plan ASAP ons te doen toekomen. Gelet op het bestaan ervan lijkt het ons niet onmogelijk deze binnen enkele dagen ons te verstrekken</emphasis>.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. In een bericht van 12 maart 2024 heeft eiseres haar Woo-verzoek als volgt aangevuld: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Hierbij doe ik een aanvullend dan wel nieuw WOO-verzoek in relatie tot Regioplan</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mbt. Opvang van Asielzoekers, statushouders en opvang Oekraïners.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wil graag ontvangen alle communicatie (email, apps, rapporten, vergadering</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verslagen, rapportages, onderliggende rapporten etc. ) mbt. De totstandkoming van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het rapport / plan regioplan en de verdeling van de mensen op de boven genoemde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onderdelen van het plan uit 2023 en daarnaast van het plan voor 2024</emphasis>.” [sic]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft het Woo-verzoek doorgestuurd aan het college. Met het besluit van 10 april 2024 heeft het college aan eiseres het Regioplan opvang vluchtelingen verstrekt en het Woo-verzoek afgewezen, voor zover dit betrekking heeft op de onderliggende communicatiestukken om tot het regioplan te komen. </para>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft op 11 april 2024 een concept-dagvaarding aan het college gestuurd, dat het college heeft aangemerkt als een bezwaarschrift tegen het besluit van 10 april 2024. </para>
    <para />
    <para>6. In een besluit van 18 april 2024 heeft het college een aanvullende motivering gegeven op het besluit van 10 april 2024. </para>
    <para />
    <para>7. Eiseres heeft op 25 april 2024 een aanvullend bezwaarschrift ingestuurd. </para>
    <para />
    <para>8. Op 19 augustus 2024 is eiseres naar aanleiding van haar bezwaar gehoord door de Commissie Rechtsbescherming Meijerijstad (de Commissie), die daarop een advies aan het college heeft uitgebracht. </para>
    <para />
    <para>9. Eiseres heeft het college op 3 oktober 2024 in gebreke gesteld omdat het college nog niet op haar bezwaar heeft beslist.  </para>
    <para />
    <para>10. Op 23 oktober 2024 heeft eiseres bij de rechtbank een beroep niet tijdig ingediend  omdat het college niet tijdig heeft beslist op het bezwaar. </para>
    <para />
    <para>11. Op 1 november 2024 heeft het college het besluit op het bezwaarschrift van eiseres genomen (het bestreden besluit). Daarin is besloten om het verzoek van eiseres alsnog toe te wijzen en aan haar alle verzochte stukken – geanonimiseerd – verstrekken. </para>
    <para />
    <para>12. De rechtbank heeft eiseres op 5 december 2024 gevraagd of zij het eens is met het bestreden besluit en het beroep intrekt of dat eiseres het niet eens is met het bestreden besluit en gronden hiertegen wil indienen. </para>
    <para />
    <para>13. Op 30 december 2024 heeft eiseres bericht dat zij het beroep wil voorzetten en heeft zij gronden van beroep tegen het bestreden besluit vermeld. </para>
    <para />
    <para>14. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres  heeft met een e-mail bericht van 27 maart 2025 opnieuw stukken ingestuurd. </para>
    <para />
    <para>15. De rechtbank heeft de beroepen op 8 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep niet tijdig beslissen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>16. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een bezwaar kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    <para />
    <para>17. Vaststaat dat het college niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van eiseres. Eiseres heeft het college op 3 oktober 2024 in gebreke gesteld. Eiseres heeft op 23 oktober 2024, en daarmee meer dan twee weken nadat zij het college in gebreke heeft gesteld, beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. </para>
    <para />
    <para>18. Het college heeft bij besluit van 1 november 2024 alsnog op het bezwaar van eiseres beslist. Gelet hierop heeft eiseres geen procesbelang meer bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het besluit op bezwaar van 1 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>19. Bij het besluit op bezwaar van 1 november 2024 heeft het college, met inachtneming van het advies van de Commissie, het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en naar aanleiding van het Woo-verzoek alsnog alle verzochte stukken in geanonimiseerde vorm geopenbaard en aan eiseres verstrekt.</para>
    <para />
    <para>20. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Desgevraagd heeft eiseres heeft in haar brief van 30 december 2024  aan de rechtbank bericht dat zij het niet eens is met het besluit van </para>
    <para>1 november 2024. In die brief heeft eiseres het volgende vermeld: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Bij deze laat ik u weten dat ik de zaak graag wil voortzetten. Willen en wetens heeft het bestuursorgaan de zaak op talloze momenten vertraagd en verdaagd. Ook speelt het RRT (Regionale Regie Team) een zeer bepalende rol. Tevens kan objectief worden vastgesteld dat men te laat was. Zoals ik al eerder liet weten aan u rechtbank maakt met geen GEBRUIK maar MISBRUIK van de wettelijke bepalingen. Zo is nooit enige vertraging gemotiveerd en/of afdoende onderbouwd. Het is klip en klaar dat de redelijkheid en billijkheid ver te zoek zijn.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gevraagde informatie zijn veel te laat geleverd en men heeft van dag 1 de strategie gehad van vertragen omdat hoe dan ook, niets mag openbaar gemaakt worden tot 1 nov. hiermee heeft men willens en wetens mij de mogelijkheid ontnomen voor gemotiveerd bezwaar en/of discussie tegen bijv. de regio plannen. Ik beschouw dit als een democratische misdaad.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bovendien heeft men het RRT gebruikt als ECHT besluit orgaan dan wel als adviseur, zonder daarbij de wettelijke bepalingen ( bijv. naam adviseur) in acht te nemen. Het RRT heeft geen enkele bestuursrechtelijke status, nog een bedrijf status en is een schimmig geheel van bijeenkomsten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook zijn ABBB beginselen niet in acht genomen, bijv. Fair Play (maar niet beperkt tot). Onder voorbehoud van nog later aan te leveren stukken ter onderbouwing wil ik primair hierbij aan geven dat deze zaak wat mij betreft niet over is. Het is cruciaal dat er kristal heldere richtlijnen komen. Immers regionplannen voor komende jaren staan weer voor de deur en zo als Thorbecke in 1848 al aangaf “verborgen is duisternis, openbaarheid is licht</emphasis>”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>21. De rechtbank stelt vast dat eiseres in haar brief van 30 december 2024 als grief aanvoert dat het college de besluitvorming heeft vertraagd en te laat heeft beslist. Eiseres stelt dat de te late aanlevering van de gevraagde Woo-stukken in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook bekritiseert eiseres de rol en de status van het RRT bij de besluitvorming.  </para>
    <para />
    <para>22. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een rechtsmiddel om ervoor te zorgen dat het college een besluit neemt op het bezwaar van eiseres. Dat doel heeft eiseres bereikt nadat zij van dit rechtsmiddel gebruik heeft gemaakt en het college met het bestreden besluit van 1 november 2024 alsnog op haar bezwaar heeft beslist. Zoals hiervoor is overwogen is niet in geschil en oordeelt ook de rechtbank dat dat besluit te laat is genomen. Voor zover eiseres in de brief van 30 december 2024 stelt dat het college de zaak heeft vertraagd, levert een herhaalde vaststelling daarvan geen rechtens te respecteren belang op. Eiseres heeft ook niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt schade te hebben geleden die voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen. </para>
    <para />
    <para>23. Voor zover eiseres met haar brief van 30 december 2024 heeft bedoeld een principiële uitspraak van de rechtbank te ontvangen over de door haar gestelde rol en functie van het RRT, ziet de rechtbank daar binnen haar beoordelingskader van het bestreden besluit geen ruimte voor. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank ook dat dat bij de bepaling van de reikwijdte van een Woo-verzoek de daarin gebruikte bewoordingen het uitgangspunt zijn. Uitbreiding of aanvulling van een Woo-verzoek in de bezwaar- of beroepsfase verdraagt zich niet met het wettelijk stelsel, waarbij een bestuursorgaan een besluit op een Woo-verzoek neemt en een eventueel gemaakt bezwaar nog steeds op het oorspronkelijke verzoek betrekking heeft. </para>
    <para />
    <para>24. Reeds gelet op de voorgaande overwegingen oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is. Mede gelet op wat eiseres tijdens de zitting heeft aangevoerd overweegt de rechtbank nog het volgende.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strijd met goede procesorde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>25. Eiseres heeft niet eerder dan op de zitting aangevoerd dat er meer binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek vallende documenten onder het college moeten berusten dan de documenten die bij het besluit van 1 november 2024 aan haar zijn verstrekt.</para>
    <para />
    <para>26. In een bestuursrechtelijk beroep kunnen nieuwe argumenten worden aangevoerd ter motivering van een beroepsgrond, tenzij dat in strijd is met een goede procesorde. Dat is het geval als die argumenten verwijtbaar zo laat worden ingediend dat de andere partijen worden belemmerd om daarop voldoende te reageren of de goede voortgang van de procedure daardoor op andere wijze wordt belemmerd.</para>
    <para />
    <para>27. In haar brieven van 30 december 2024 en 27 maart 2025 heeft eiseres niet vermeld dat het college bij het besluit van 1 november 2024 niet alle documenten heeft verstrekt die binnen de reikwijdte van haar Woo-verzoek vallen.  </para>
    <para />
    <para>28. De rechtbank ziet aanleiding om de tijdens de zitting aangevoerde argumenten van eiseres vanwege strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank dat het college bezwaar heeft gemaakt dat eiseres deze argumenten eerst op de zitting heeft aangevoerd en gesteld heeft dat eiseres deze eerder naar voren heeft kunnen brengen. Al eerder, in het verweerschrift van 6 maart 2025, heeft het college gevraagd naar het procesbelang voor eiseres, gelet op de in haar brief van 30 december 2024 aangevoerde beroepsgronden. De eerst op zitting aangevulde argumenten zijn zo laat ingediend dat het college is belemmerd om daar adequaat op te reageren en ook de rechtbank is belemmerd in haar voorbereiding van de zitting.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Misbruik van recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>29. In het verweerschrift heeft het college verwezen naar een e-mail van eiseres, die zij op 6 november 2024 heeft verstuurd. In die e-mail heeft eiseres vermeld: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Vandaag 6 november heb ik per aangetekende brief het besluit ontvangen van uw bestuursorgaan. U begrijpt dat ik de datum, die in de brief wordt genoemd, direct naar het rijk der fabelen verwijs. Deze mail is enerzijds bedoeld als vastlegging immers de zaak is intussen bij de rechter en ik wacht daarvan de berichten af tenzij u mijn schikkingsvoorstel accepteert voor alle lopende zaken tussen Meierijstad en [eiseres] van 3000 euro te vermeerderen met de griffie kosten tegen finale kwijting en stoppen van de lopende zaken. De termijn van 14 dagen lijkt me redelijk (uw besluit dus voor 20 november). Vanaf 20 november vervalt dit schikkingsvoorstel, niet reageren wordt beschouwd als het niet accepteren van het voorstel.“</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>30. Het college heeft de rechtbank verzocht om het in de e-mail door eiseres verwoorde schikkingsvoorstel te betrekken bij de beoordeling en heeft gesteld dat dit mogelijk wijst op misbruik van recht. </para>
    <para />
    <para>31. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling kan op grond van artikel 3:13, gelezen in verbinding met artikel 3:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt.https://pi.rechtspraak.minjus.nl/ - _47fb4885-842d-4263-8611-b1e0abec69c5 Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. Dit uitgangspunt geldt ook voor verzoeken op grond van de Woo. Het aantal malen dat een bepaald recht of een bepaalde bevoegdheid wordt aangewend kan, in combinatie met andere omstandigheden, bijdragen aan de conclusie dat sprake is van misbruik van recht.  </para>
    <para />
    <para>32. De rechtbank ziet in het schikkingsvoorstel dat eiseres in haar e-mail heeft gedaan een aanwijzing dat zij niet (langer) een actueel en feitelijk belang heeft bij het beroep omdat zij bereid is om alle lopende procedures in te trekken tegen betaling door het college. In deze enkele aanwijzing ziet de rechtbank echter nog onvoldoende aanleiding om te concluderen dat sprake is van misbruik van recht en dat het beroep ook om die reden niet-ontvankelijk is. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>33. Het beroep tegen het besluit niet tijdig beslissen en het beroep tegen het bestreden besluit zijn niet-ontvankelijk. Het college moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Dit omdat het college te laat was met het nemen van het bestreden besluit en eiseres om die reden beroep heeft moeten indienen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat eiseres geen proceskosten heeft gemaakt die volgens de wet voor vergoeding in aanmerking komen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- 	verklaart het beroep tegen het besluit niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;</para>
      <para>-           verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk;</para>
      <para>- 	bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.M.H. de Koning, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. V.A.C.M. Vonk, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>de griffier is verhinderd om de uitspraak</para>
              <para>te ondertekenen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>