<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2025:2399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T11:18:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/1857</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2399">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T11:17:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2399 Rechtbank Oost-Brabant , 23-04-2025 / 24/1857</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2399:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wet WOZ, woning.</para>
        <para>Eiser stelt beroep in namens de erfgenamen en overlegt een verklaring van erfrecht. Daaruit blijkt wel wie de erfgenamen zijn, maar niet dat eiser bevoegd is mede namens de andere erfgenaam beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar. De rechtbank stelt eiser in de gelegenheid dit verzuim te herstellen en alsnog een machtiging over te leggen (artikelen 8:24 en 6:6 van de Awb), maar eiser maakt van die gelegenheid geen gebruik. Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2025:2399:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SHE 24/1857 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant</emphasis>, de heffingsambtenaar </para>
      <para>(gemachtigde: [naam] en [naam] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ<footnote-ref linkend="_05f56db9-bd37-46db-ae9a-2adb8dcb9746" />-waarde van een woning aan de [adres] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 2 februari 2024 op het bezwaar van eiser is de heffingsambtenaar bij dat besluit gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 10 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser is niet naar de zitting gekomen. Hij heeft zich ook niet afgemeld voor de zitting. Eiser procedeert digitaal. De griffier van de rechtbank heeft de uitnodiging voor de zitting op 9 oktober 2024 in het digitale dossier van eiser geplaatst. Eiser heeft vervolgens toegang gekregen tot de uitnodiging. Op hetzelfde moment is een kennisgeving gestuurd naar het e-mailadres dat eiser voor dit doel heeft opgegeven. Het moment waarop de toegang tot de uitnodiging is verleend, is geregistreerd en daarvan is een schermprint gemaakt. De uitnodiging voor de zitting is dus op tijd en op de juiste manier aan eiser verstuurd en de rechtbank heeft de zitting daarom laten doorgaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek heropend en eiser bij brief van 17 januari 2025 verzocht nog een stuk over te leggen. Eiser heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen bij brief van 10 februari 2025 laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben vervolgens stilzwijgend toestemming gegeven om de zaak zonder een nadere mondelinge behandeling af te doen. Daarom heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De onroerende zaak betreft een vrijstaande woning in [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij aanslagbiljet van 22 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar [naam] aangeslagen voor (onder andere) de onroerende zaakbelasting. Tevens is de WOZ-waarde van de woning bepaald op € 544.000. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Namens [naam] is op 29 maart 2023 bezwaar gemaakt. De uitspraak op bezwaar dateert van 2 februari 2024 en is gericht aan de gemachtigde van [naam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 18 februari 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank moet de ontvankelijkheid van het beroep ambtshalve toetsen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>4. Op 9 december 2024 heeft de rechtbank per brief aan eiser gevraagd aan te geven of hij in de beroepsprocedure enkel voor hemzelf of mede namens de erfgenamen optreedt. Verder staat in de brief dat als eiser namens de erfgenamen optreedt hij een machtiging moet overleggen waarin hij gemachtigd wordt om de procedure namens de mede-erfgenaam te voeren. Op 23 december 2024 heeft eiser een verklaring van erfrecht van 31 mei 2023 overgelegd. Daarin staat dat eiser en de heer [naam] erfgenamen zijn van [naam] . Laatstgenoemde was de echtgenote van [naam] . Zij is op 16 april 2023 overleden en was tot haar overlijden woonachtig in de woning. </para>
    <para />
    <para>5. Op 17 januari 2025 heeft de rechtbank eiser per brief laten weten dat uit de verklaring van erfrecht niet blijkt dat hij bevoegd is om mede namens [naam] beroep in te stellen. Eiser heeft een termijn van drie weken gekregen om een machtiging toe te sturen waaruit blijkt dat hij bevoegd is namens [naam] in de procedure op te treden. In de brief staat dat als eiser de machtiging niet of niet tijdig toestuurt, hij niet-ontvankelijk kan worden verklaard in het beroep en dat inhoudt dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Eiser heeft geen nadere stukken ingediend. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank overweegt dat artikel 26a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) bepaalt (voor zover hier van belang) dat beroep kan worden ingesteld door (onder andere) de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd en degene tot wie de beschikking zich richt. Artikel 26a, tweede lid, van de AWR bepaalt vervolgens dat ook degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp van de belasting waarop de aanslag of de voor bezwaar vatbare beschikking betrekking heeft, beroep kan instellen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Hieruit volgt dat in een geval als het onderhavige zowel de erfgenamen gezamenlijk als één van de erfgenamen tegen de beschikking kunnen opkomen. Wanneer in dit eerste geval een individuele erfgenaam namens de erven optreedt, zal deze moeten beschikken over een volmacht van alle erfgenamen, wil hij geen risico lopen op niet-ontvankelijkverklaring wegens een ontoereikende volmacht. Die situatie moet worden onderscheiden van de situatie, dat een erfgenaam (uitsluitend) namens zichzelf rechtsmiddelen aanwendt tegen de aanslag. In dat geval is hij, ontvankelijk in bezwaar en beroep, ook zonder te beschikken over een volmacht van de andere erfgenamen. De belastingplichtige moet hierin wel een keuze maken en kan niet in de bezwaarfase optreden namens de gezamenlijke erfgenamen om vervolgens als individuele erfgenaam beroep aan te tekenen. Een belanghebbende die beroep wil instellen, moet namelijk op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb eerst bezwaar maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft uit het toezenden door eiser van de verklaring van erfrecht afgeleid dat hij bedoeld heeft beroep in te stellen namens de erfgenamen. Nu eiser niet op de zitting is verschenen, heeft de rechtbank dit niet bij eiser kunnen verifiëren. In het navolgende zal de rechtbank daar echter wel vanuit gaan. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat als eiser bedoeld heeft enkel beroep in te stellen als individuele erfgenaam hij (eveneens) niet in het beroep kan worden ontvangen, omdat hij niet als individuele erfgenaam bezwaar heeft gemaakt. </para>
      <para />
      <para>7. De rechtbank kan op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Awb van de gemachtigde, niet zijnde een advocaat of procureur, een schriftelijke machtiging verlangen. Op grond van artikel 6:6 van de Awb kan een beroepschrift niet-ontvankelijk worden verklaard als hieraan niet wordt voldaan, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</para>
      <para />
      <para>8. In het onderhavige geval is door eiser beroep ingesteld namens ‘de erven’. Eiser heeft echter geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd was mede namens [naam] beroep in te stellen tegen de bestreden uitspraak. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, is dit gebrek niet hersteld. Het beroep van eiser is dan ook niet ontvankelijk en voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van mr. C.J. Kroon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is buiten staat de uitspraak </para>
      <para>mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_05f56db9-bd37-46db-ae9a-2adb8dcb9746" label="1">
    <para> Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>