<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T13:19:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">82.171238.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:799">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T09:33:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:799 Rechtbank Oost-Brabant , 04-03-2024 / 82.171238.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:799:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betrokkene is veroordeeld voor witwassen. Betrokkene heeft een schikkingsvoorstel van de officier van justitie ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering voor een bedrag van € 191.682,-- geaccepteerd en betaald. De rechtbank verstaat dat de ontnemingsprocedure daardoor van rechtswege is geëindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:799:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="88aa686c-d25f-40f8-a028-61d2a722f8fb" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4a01246c-17d3-4e97-b18f-c7cfcf7cffcd" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummer ontneming: [82.171238.22]</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Team Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 82.171238.22 (ontnemingszaak)</para>
      <para>Datum uitspraak: 4 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1957] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 317.340,-- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 januari 2023 en 22 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schikking ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering</title>
    <para>De officier van justitie heeft op de zitting van 22 januari 2024 medegedeeld dat hij 7 december 2023 met betrokkene een schriftelijke schikking heeft getroffen op grond van het bepaalde in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie heeft deze schikkingsovereenkomst aan de rechtbank overgelegd. De schikking is door zowel de officier van justitie als betrokkene ondertekend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schikkingsovereenkomst houdt in dat betrokkene ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 191.682,-- aan de Staat der Nederlanden betaalt, te voldoen uit het saldo van het onder betrokkene gelegde beslag. Na voldoening van aan deze schikking zal de officier van justitie het resterende beslag opheffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is overeengekomen dat betrokkene uitdrukkelijk afziet van ieder mogelijk bestaand recht op een fiscale aftrekmogelijkheid en dat hij zich aan deze verklaring zal houden als de Belastingdienst zich op deze verklaring beroept. Voorts doet betrokkene afstand van iedere mogelijke aanspraak op strafvorderlijke vergoeding gebaseerd op de strafzaak met bovenstaand parketnummer uit welke hoofde dan ook, waaronder rentevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op deze schikkingsovereenkomst heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht te bepalen dat deze ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de officier van justitie een schikking als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering met betrokkene is aangegaan ter ontneming van het ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schikkingsovereenkomst door betrokkene en de officier van justitie is ondertekend. Ter terechtzitting van 22 januari 2024 heeft de officier van justitie verklaard dat betrokkene het in de schikkingsovereenkomst genoemde bedrag van € 191.682,-- heeft betaald. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het stelsel van strafvordering ligt besloten dat een eenmaal aangevangen ontnemings-procedure wordt afgesloten met een rechterlijke beslissing op de vordering. Een uitzondering hierop kan alleen worden aangenomen in die gevallen waarin de wet expliciet regelt dat deze hoofdregel niet van toepassing is. In het geval van een ontnemingsvordering geldt deze uitzondering wanneer een schikking als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering tot stand is gekomen en aan de termen van die schikking door betrokkene is voldaan. In artikel 6:4:18 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat door voldoening aan de termen van de schikking, wanneer de ontnemingsvordering al is ingediend, zoals hier het geval is, de zaak van rechtswege is geëindigd. Daarom zal de rechtbank verstaan dat de ontnemingsprocedure tegen de verdachte van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Verstaat dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.C. Palmboom, voorzitter,</para>
      <para>mr. R. van den Munckhof en mr. O.Y. Ifzaren, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 4 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>