<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:6449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T14:57:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/127122-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6449">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T14:21:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:6449 Rechtbank Oost-Brabant , 19-12-2024 / 01/127122-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6449:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsbeslissing in het onderzoek Vladimir Hennep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6449:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="81a75c83-e550-48f7-8738-b973f929da7c" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="f32d1832-b58a-4925-b6de-b48156333289" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01.127122.22 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna: “de veroordeelde”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak:</title>
    <para>De vordering van de officieren van justitie van 20 november 2023 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 36.295,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben bij conclusie van eis van 13 september 2024 de vordering gewijzigd in die zin dat een bedrag van € 181.475,00 wordt gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft daarop bij conclusie van antwoord van 28 oktober 2024 gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben ter terechtzitting van 21 november 2024 bij requisitoir de vordering gewijzigd in die zin dat nu een bedrag van € 154.936,00 wordt gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 december 2023 en 21 november 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officieren van justitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben ter terechtzitting van 21 november 2024 bij requisitoir de vordering gewijzigd in die zin dat nu een bedrag van € 154.936,00 wordt gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting van 21 november 2024 de gronden zoals vermeld in de conclusie van antwoord van 22 oktober 2024 herhaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair heeft de verdediging betoogd dat het bedrag van € 20.710,00 (€ 14.830,00 + </para>
      <para>€ 5.880,00) niet kan worden meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vanwege de rechtsregels uit het Geerings-arrest<footnote-ref linkend="_94a9fc24-ae33-48cd-8a9a-d2f0e1eb62cc" />. Volgens de verdediging resteren dan twee betalingen: die van 4 april 2020 (€ 540,00) en 15 april 2020 (€ 812,20). In totaal € 1.352,20. De verdediging gaat uit van een bruto voordeel van € 1.352,20. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat – indien de rechtbank de officieren van justitie volgt dat extrapoleren mogelijk is – uitgegaan dient te worden van de volgende berekening. Het gemiddelde van de bedragen over 4 en 15 april 2020 is € 676,10 (1.352,20 / 2). Uit de inhoud van het Excelbestand met de peilbakengegevens, blijkt dat op de data 6 december 2020, 16 januari 2020 en 24 maart 2020 geen stop is geweest. Er staat namelijk geen ‘stop’ achter de datum, maar juist 'move'. Om deze reden kan niet uitgesloten worden dat vermoedelijk [persoon 1] (of iemand anders) alleen door de Heggestraat is gereden. Dan zouden er mogelijk in totaal zeventien betalingen overblijven. Indien er geëxtrapoleerd zou kunnen worden, dan geeft dit over zeventien betalingen de navolgende berekening: € 11.493,70 bruto (17 x € 676,10). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de strafzaak bewezen verklaard dat de veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd </emphasis>en <emphasis role="bold">deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet</emphasis>.<footnote-ref linkend="_13ce5691-278b-4ffa-b93a-60618040d167" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna wordt verwezen naar processen-verbaal uit het dossier van de strafzaak (hierna: het dossier).<footnote-ref linkend="_ec61b4a0-348d-46b5-8c21-5ada7f68c969" /> In de zaak van de veroordeelde is geen rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel opgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is veroordeeld voor onder meer het verkopen en afleveren van ongeveer 1.200 hennepstekken en ongeveer 360 hennepstekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Voordeel uit strafbare feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.200 hennepstekken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 23 juli 2024 overwogen dat de veroordeelde met betrekking tot de 1.200 hennepstekken een bedrag van € 4.500,00 betaald heeft gekregen van [persoon 2] . Voor de berekening van het netto verkregen voordeel heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij berichten omtrent een andere (latere) partij van 1.200 hennepstekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit een gesprek van 15 april 2020 tussen [persoon 2] en [verdachte] blijkt dat 1200 stekken ‘4500’ (rechtbank: € 4.500,00) hebben opgeleverd en dat daarvan ‘2250’ (rechtbank: € 2.250,00) voor ‘venlo’ en ‘1000’ (rechtbank: € 1.000,00) voor ‘yooo’ is. Er blijft dan ‘1250’ (rechtbank: € 1.250,00) over voor de veroordeelde en [persoon 2] , wat neerkomt op ‘625’ (rechtbank: € 625,00) ‘de man’.<footnote-ref linkend="_2d563c4b-2689-489a-8b9b-50821bac1055" /> Oftewel, de veroordeelde heeft aan die latere partij van 1.200 hennepstekken een bedrag van <emphasis role="bold">€ 625,00</emphasis> verdiend. De rechtbank acht het aannemelijk dat de veroordeelde eenzelfde bedrag heeft verdiend aan de bewezenverklaarde verkoop en levering van 1200 hennepstekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">360 hennepstekken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit berichten van 15 april 2020<footnote-ref linkend="_bdd82c1b-85f7-4353-b484-511115e740fe" /> leidt de rechtbank af dat [persoon 2] via [persoon 1] € 1.620,00 (€ 8645,00 - € 7.025,00) heeft laten afgeven aan veroordeelde voor bewezenverklaarde verkoop en levering van 360 hennepstekken. In het voordeel van veroordeelde gaat de rechtbank ervan uit dat dit een brutobedrag is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hiervoor overwogen, blijkt dat de veroordeelde met betrekking tot de verkoop en levering van 1.200 hennepstekken een bedrag overhield van € 625,00 netto. Dat is ongeveer € 0,52 per hennepstek (€ 625,00 / 1.200 hennepstekken). De rechtbank acht het op basis daarvan aannemelijk dat de veroordeelde aan het bewezenverklaarde verkopen en afleveren van 360 hennepstekken een bedrag van <emphasis role="bold">€ 187,50</emphasis> (€ 625,00 / 1200 x 360) heeft verdiend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewezenverklaarde strafbare feiten heeft veroordeelde dus een voordeel genoten van <emphasis role="bold">€ 812,50 </emphasis>(€ 625,00 + € 187,50). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Voordeel uit andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door veroordeelde zijn begaan</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen beletsel voor ontneming van voordeel uit andere strafbare feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank staat het Geerings-arrest<footnote-ref linkend="_2210c2e4-fec7-48b3-9334-1dba94568164" /> er niet aan in de weg om de hierna genoemde bedragen te ontnemen. De rechtbank heeft de veroordeelde bij vonnis van 23 juli 2024 uitsluitend vrijgesproken van het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verstrekken, vervoeren en opzettelijk aanwezig hebben van specifiek een grote hoeveelheid van ongeveer 1200 hennepstekken en ongeveer 360 hennepstekken. Anders dan de verdediging stelt, heeft de rechtbank de veroordeelde niet vrijgesproken van alle handelingen die in de tenlastegelegde periode zouden hebben plaatsgevonden ten aanzien van andere hoeveelheden verdovende middelen. Handelingen, zoals bijvoorbeeld het regelen van knippers, zijn niet ten laste gelegd en daar is dus ook geen vrijspraak op gevolgd. Het verweer wordt dan ook verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het regelen van knippers ten behoeve van 195,2 kilogram hennep. </emphasis>
      </para>
      <para>Bij vonnis van 23 juli 2024 heeft de rechtbank ook overwogen dat uit het dossier blijkt dat de veroordeelde knippers regelde; onder meer voor de kweek van 195,2 kilogram hennep van medeveroordeelde [medeverdachte] in april 2020. Dit is beschreven in proces-verbaal AMB-133, paragraaf 3.3.<footnote-ref linkend="_5ba5f09e-543b-4286-a1e5-1ebaa25b53b2" /> Uit de in dat proces-verbaal opgenomen chatberichten volgt dat de veroordeelde in de vroege ochtend van 8 april 2020 aan [persoon 2] liet weten dat de knipwerkzaamheden waren afgerond. Een paar uur later gaf [persoon 2] de opdracht aan [persoon 1] om ‘5880’ (rechtbank: € 5.880,00) in de brievenbus van ‘ [alias verdachte] ’ (rechtbank: een bijnaam van de veroordeelde) te doen.<footnote-ref linkend="_b5d01be0-9104-472c-b74e-8cd8cebfb940" /> De rechtbank acht op basis van voorgaande aannemelijk dat de veroordeelde<emphasis role="bold"> € 5.880,00 </emphasis>heeft gekregen voor het regelen van knippers, althans zijn bemoeienis met de oogst van 195,2 kilogram hennep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Concrete betalingen die verband houden met de hennephandel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vonnis in de strafzaak en de bewijsmiddelen ten aanzien van de bewezenverklaarde deelneming aan een criminele organisatie volgt dat veroordeelde betalingen van [persoon 2] ontving voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de illegale hennephandel. [persoon 1] was degene die het geld afgaf bij de woning van veroordeelde aan de [adres] . Gezien deze gang van zaken acht de rechtbank aannemelijk dat de volgende concrete betalingen moeten worden beschouwd als voordeel uit andere strafbare feiten die door veroordeelde zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Betaling van 31 maart 2020</emphasis>.<footnote-ref linkend="_4ba4d285-be8c-4208-862a-25018a4a4edd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 maart 2020 vraagt [persoon 2] aan [persoon 1] of [persoon 1] morgen rond 930 uur (rechtbank: 09:30 uur) <emphasis role="bold">€ 2.440,00</emphasis> in de bus van [alias verdachte] (rechtbank: de veroordeelde) wil duwen. Volgens de peilbakengegevens is de auto van [persoon 1] op 31 maart 2020 omstreeks 09.33 uur bij de [adres] , waar veroordeelde woont.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Betaling van 15 april 2020</emphasis>.<footnote-ref linkend="_dda6d011-8dc6-42ea-8437-e8ed4dd12e08" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit berichten van 15 april 2020 volgt dat [persoon 1] van [persoon 2] ‘8645’ (rechtbank: € 8.645,00) moet afgeven bij de veroordeelde. Dit bedrag is kennelijk de optelsom van vier bedragen: € 625,00, € 1.000,00, € 5.400,00 en € 1.620. [persoon 2] geeft deze opdracht om 14:50 uur. Volgens de peilbakengegevens is de auto van [persoon 1] vervolgens omstreeks 15.30 uur bij de [adres] , waar veroordeelde woont. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht aannemelijk dat het bedrag van € 625,00 de netto opbrengst is van de verkoop en levering van 1200 hennepstekken, niet zijnde de verkoop en levering die bewezen is verklaard (het voordeel uit de bewezenverklaarde verkoop en levering is hiervoor al besproken). Dit volgt rechtstreeks uit de chatberichten. Het kan naar het oordeel van de rechtbank voorts niet anders dan dat de bedragen € 1.000,00 en € 5.400,00 eveneens betrekking hebben op werkzaamheden ten behoeve van de hennephandel. Dat er kosten in aftrek moeten worden genomen met betrekking tot deze bedragen, is niet gebleken. Het bedrag van € 1.620,00 heeft betrekking op de bewezen verklaarde verkoop en levering van 360 hennepstekken. Het netto voordeel dat verdachte daaruit heeft genoten, is hiervoor al berekend. De rechtbank zal dit bedrag daarom nu buiten beschouwing laten. Kortom, de rechtbank rekent een bedrag van <emphasis role="bold">€ 7.025,00</emphasis> (€8.645,00 – €1.620,00) aan wederrechtelijk verkregen voordeel toe aan veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Betaling van 10 juni 2020</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1f0d7347-e9d0-4a54-85c5-2277bd6d9bd1" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit berichten van 10 juni 2020 volgt dat [persoon 1] in opdracht [persoon 2] die dag om 16.00 uur ‘14830’ (rechtbank:<emphasis role="bold"> € 14.830,00</emphasis>) moet afgeven bij de veroordeelde. Volgens de bakengegeven is de auto van [persoon 1] omstreeks 15.55 uur inderdaad bij de [adres] , waar veroordeelde woont.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Extrapolatie?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank lenen de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden onvoldoende basis voor extrapolatie over een langere periode, gelet op de variëteit in activiteiten verricht door de veroordeelde (levering van hennepstekken versus diensten ten behoeve van de oogst van hennep) en de omvang van de betalingen per activiteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Resumé: berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande blijkt dat de veroordeelde bij de vijf hiervoor genoemde betalingen in de </para>
      <para>in totaal een bedrag van <emphasis role="bold underline">€ 30.987,50</emphasis> (€ 812,50 + € 5.880 + € 2.440 + € 7.025,00 + € 14.830) heeft ontvangen. Dit is het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft genoten. Niet is gebleken van meer kostenposten voor rekening van de veroordeelde dan hiervoor genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Bij vonnis van 23 juli 2024 heeft de rechtbank de veroordeelde in de strafzaak reeds gecompenseerd voor deze overschrijding. De rechtbank zal gelet daarop de veroordeelde niet opnieuw compenseren voor de overschrijding (vgl. HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:167). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">€ 30.987,50</emphasis> (dertigduizend en negenhonderdzevenentachtig euro en vijftig cent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van <emphasis role="bold underline">€ 30.987,50</emphasis> (dertigduizend en negenhonderdzevenentachtig euro en vijftig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat zij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan zij is veroordeeld, heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 619 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. R. van den Munckhof, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.W.H. Houg en mr. S.H.C. Merkx, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 19 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_94a9fc24-ae33-48cd-8a9a-d2f0e1eb62cc" label="1">
    <para> EHRM 1 maart 2007, ECLI:NL:XX:2007:BA1112.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_13ce5691-278b-4ffa-b93a-60618040d167" label="2">
    <para> Het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer van 23 juli 2024, met parketnummer 01.127122.22. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec61b4a0-348d-46b5-8c21-5ada7f68c969" label="3">
    <para> Het procesdossier van de FIOD/Belastingdienst met nr. 61761 (onderzoek Vladimir Hennephandel), aantal pagina’s 5017). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d563c4b-2689-489a-8b9b-50821bac1055" label="4">
    <para> AMB-133, p.554 van het dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bdd82c1b-85f7-4353-b484-511115e740fe" label="5">
    <para>AMB-134, p. 566 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2210c2e4-fec7-48b3-9334-1dba94568164" label="6">
    <para>EHRM 1 maart 2007, ECLI:NL:XX:2007:BA1112.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ba5f09e-543b-4286-a1e5-1ebaa25b53b2" label="7">
    <para> AMB-133, p.547 e.v. van het dossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5d01be0-9104-472c-b74e-8cd8cebfb940" label="8">
    <para> AMB-133, p. 550 van het dossier</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ba4d285-be8c-4208-862a-25018a4a4edd" label="9">
    <para>AMB-134, p. 560 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dda6d011-8dc6-42ea-8437-e8ed4dd12e08" label="10">
    <para>AMB-134, p. 566 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f0d7347-e9d0-4a54-85c5-2277bd6d9bd1" label="11">
    <para>AMB-134, p. 568 e.v.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>