<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:6446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T15:01:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/249282-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6446">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T13:55:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:6446 Rechtbank Oost-Brabant , 19-12-2024 / 01/249282-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6446:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsbeslissing in het onderzoek Vladimir Hennep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6446:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="c14ed926-9877-4564-b665-a46b2ba9ea10" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="483a8aa8-5c06-4552-a67e-fa7568e548b9" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01.249282.21 (ontneming) </para>
      <para>Datum uitspraak: 19 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna: “de veroordeelde”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak:</title>
    <para>De vordering van de officieren van justitie van 21 november 2023 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.050.018,75 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben de vordering bij conclusie van eis van 13 september 2024 gewijzigd in die zin dat een bedrag van € 1.994.380,98 wordt gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft daarop bij conclusie van antwoord van 22 oktober 2024 gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben bij conclusie van repliek van 19 november 2024 de vordering gewijzigd in die zin dat een bedrag van € 1.994.378,75 wordt gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 20 december 2023 en 21 november 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officieren van justitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben op gronden zoals vermeld in conclusie van repliek gepersisteerd bij de vordering van een bedrag van € 1.994.378,75.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting van 21 november 2024 op gronden zoals vermeld in de pleitnota (en zoals vermeld in de conclusie van antwoord van 22 oktober 2024) – kort weergegeven – het volgende betoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair heeft de verdediging om bewijsuitsluiting gevraagd gelet op gronden die betrekking hebben op de rechtmatigheid en/of de betrouwbaarheid van (de verkrijging van) het EncroChatbewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair concludeert de verdediging dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel hooguit kan vaststellen op het bedrag dat past bij hetgeen is verdiend met de bewezenverklaarde hoeveelheden verdovende middelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsuitsluiting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat de verdediging bij het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer met betrekking tot de onrechtmatige (of onvoldoende toetsbare) vergaring van EncroChatgegevens, in de kern - en enkele malen woordelijk - hetzelfde heeft aangevoerd als in de strafzaak<footnote-ref linkend="_d798905e-df9d-41a9-b0c3-dd4d4e0c7e3a" /> tegen de veroordeelde. De rechtbank heeft hier bij vonnis van 23 juli 2024 reeds op gereageerd in het licht van een aanhoudingsverzoek en in de bewijsoverwegingen. De rechtbank ziet in het betoog van de raadsman in de ontnemingszaak geen aanknopingspunten voor een hernieuwd oordeel. De rechtbank volstaat met een verwijzing naar de motiveringen in de strafzaak en wijst het verweer af.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de veroordeelde in de strafzaak<footnote-ref linkend="_b840a328-9eeb-465a-8b83-67866a32a3d2" /> veroordeeld voor het <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd</emphasis> en <emphasis role="bold">deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna wordt verwezen naar processen-verbaal uit het dossier van de strafzaak (hierna: het dossier)<footnote-ref linkend="_83fe32f4-962d-4a87-99a3-7ea5e8e88a13" />, alsmede naar het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel met nr. RAP-V-022 (hierna: het ontnemingsrapport)<footnote-ref linkend="_3b2783cd-40ac-4814-be92-5d79384bb4c7" />.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voordeel uit strafbare feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 23 juli 2024 bewezenverklaard dat de veroordeelde in de bewezenverklaarde periode in totaal (ongeveer) 641,01 kilogram hennep en 18,10 kilogram hasjiesj heeft bewerkt, verkocht, afgeleverd en/of vervoerd. De rechtbank heeft telkens per hoeveelheid hennep/hasjiesj uiteengezet welke specifieke handelingen de veroordeelde ten aanzien van die hoeveelheden heeft verricht. Aan de hand van de rekeningoverzichten die [medeverdachte] in chatberichten met de veroordeelde heeft gedeeld, heeft de rechtbank een berekening gemaakt van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennephandel. De rechtbank heeft haar bevindingen ten behoeve van de leesbaarheid in een schema verwerkt.<footnote-ref linkend="_6990c61c-98ec-41b3-bd5f-2732b6c0ac69" /> Dit schema is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en moet in samenhang met het vonnis van de rechtbank van 23 juli 2024 worden gelezen. Hierna zal worden verwezen naar het schema. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Droogkosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit een chatbericht tussen [medeverdachte] en de veroordeelde van 5 april 2020 volgt dat de veroordeelde een vergoeding van <emphasis role="bold">€ 735,00</emphasis> heeft ontvangen voor het drogen van 4,9 kilo hennep.<footnote-ref linkend="_ecad3cea-9194-4cf5-a31b-22b7a35776a6" /> Daarnaast volgt uit een chatbericht tussen [medeverdachte] en de veroordeelde van 9 juni 2020 dat de veroordeelde een vergoeding heeft ontvangen voor het drogen van 5,8 kilo hennep, namelijk € 150 per kilo, per saldo <emphasis role="bold">€ 870,00</emphasis>.<footnote-ref linkend="_453788d7-3d17-425e-b477-c288b75b5679" /> Dit levert samen een wederrechtelijk verkregen voordeel op van <emphasis role="bold">€ 1.605,00</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inkoop natte hennep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat één kilogram natte hennep, omgerekend ongeveer 0,25 kilogram droge hennep (een drogingspercentage van een vierde) oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het schema (bijlage I) zijn de hennepinkopen van de veroordeelde onder elkaar gezet. De optelsom laat zien dat de veroordeelde 563,88 kilogram natte hennep heeft ingekocht voor in totaal <emphasis role="bold">€ 414.541,75</emphasis>.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze hoeveelheid van 563,88 kilogram natte hennep levert omgerekend 140,97 kilogram droge hennep op. Om de hennep te drogen, moet de veroordeelde droogkosten hebben gemaakt. Hoewel uit het dossier slechts de droogkosten voor 17,36 kilogram kunnen worden afgeleid, acht de rechtbank het redelijk om de droogkosten voor de hele partij te berekenen. Uitgaande van € 150,00 droogkosten per kilogram hennep, waren die kosten <emphasis role="bold">€ 84.582,00</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderzoek is gebleken dat in de tussenhandel van hennep een verkoopprijs wordt gehanteerd van € 4.200,00 tot € 4300,00 per kilo. De rechtbank gaat in het voordeel van de veroordeelde uit van € 4200,00.<footnote-ref linkend="_a520b617-676e-4d4b-81ec-ff90796de772" /> De totale verkopen van de veroordeelde bedragen daarmee <emphasis role="bold">€ 592.074,00</emphasis>‬ (140,97 kg x € 4.200,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van de ingekochte natte hennep is dan per saldo <emphasis role="bold">€ 92.950,25 </emphasis>(€ 592.074,00 - € 414.541,75 - € 84.582,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inkoop droge hennep en gruis van [medeverdachte]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft in totaal 38,04 kg droge hennep en gruis ingekocht van [medeverdachte] . In totaal bedroegen de kosten voor de inkoop van deze hennep en gruis <emphasis role="bold">€ 155.124,00</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderzoek is gebleken dat in de tussenhandel van hennep een verkoopprijs van € 4.200,00 / € 4.300,00 wordt gehanteerd. De rechtbank zal in het voordeel van de veroordeelde uitgaan van een verkoopprijs van € 4.200,00.<footnote-ref linkend="_d8daf72e-b995-4d8b-af79-65c64bf7e2f2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De totale verkopen van de veroordeelde bedragen daarmee <emphasis role="bold">€ 159.768‬,00</emphasis>‬ (38,04 kg x </para>
      <para>€ 4.200,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van de ingekochte droge hennep en gruis is dan per saldo <emphasis role="bold">€ 4.644,00</emphasis>‬ (€ 159.768‬,00 - € 155.124,00<emphasis role="bold">).</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verkoop hennep aan [medeverdachte]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft in totaal 39,10 kilogram hennep verkocht aan [medeverdachte] voor een bedrag van in totaal <emphasis role="bold">€ 146.045,00</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit Encrochatgesprekken blijkt dat de veroordeelde voor de inkoop van hennep € 3.500,00 per kilogram betaalde. In totaal heeft de veroordeelde voor de inkoop van deze hennep <emphasis role="bold">€ 136.850‬,00</emphasis> (39,10 kg x 3.500,00) betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van hennep aan [medeverdachte] is dan per saldo <emphasis role="bold">€ 9.195,00</emphasis> (€ 146.045,00 - € 136.850‬,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verkoop hasj aan [medeverdachte]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het schema volgt dat de veroordeelde in totaal 18,10 kilogram hasj heeft verkocht aan [medeverdachte] voor een bedrag van in totaal <emphasis role="bold">€ 64.090,00</emphasis>. De inkoopkosten voor deze hasj bedroegen in totaal <emphasis role="bold">€ 54.300,00</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van hasj aan [medeverdachte] is dan per saldo <emphasis role="bold">€ 9.790‬,00</emphasis> (€ 64.090,00 - € 54.300,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Resume </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het hiervoor overwogene (en gelet op het schema in bijlage I), schat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op <emphasis role="bold">€ 118.184,25</emphasis> (€ 1.605,00 +  € 92.950,25 + € 4.644,00 +  € 9.195,00 + € 9.790‬,00).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> <emphasis role="bold">Voordeel uit andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door veroordeelde zijn begaan</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officieren van justitie hebben aangevoerd dat buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de veroordeelde al jarenlang handelde in verdovende middelen en daar miljoenen aan heeft verdiend. De rechtbank constateert met de officieren van justitie dat er aanwijzingen zijn dat de veroordeelde, voorafgaand aan de bewezenverklaarde periode, al vele jaren in de hennephandel zat. Over de omvang en intensiteit van die handel is echter geen informatie beschikbaar. Er is daarom onvoldoende basis om de resultaten uit een periode van een paar maanden te extrapoleren over vele jaren. De rechtbank ziet daar dan ook vanaf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorwaardelijk verzoek tot horen van medeverdachte [medeverdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft bij pleidooi een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van medeverdachte [medeverdachte] , en eventueel [persoon] , voor het geval de rechtbank tot extrapolatie zou overgaan. Gelet op het voorgaande, dat de rechtbank geen wederrechtelijk verkregen voordeel ontneemt op grond van extrapolatie, is niet aan de voorwaarde van het verzoek voldaan en beschouwt de rechtbank dit verzoek als vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overschrijding redelijke termijn.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Bij vonnis van 23 juli 2024 heeft de rechtbank de veroordeelde in de strafzaak reeds gecompenseerd voor deze overschrijding. De rechtbank zal gelet daarop de veroordeelde niet opnieuw compenseren voor de overschrijding (vgl. HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:167). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Draagkracht</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat de draagkracht aan de orde wordt gesteld in de executiefase. In deze fase van de procedure heeft een draagkrachtverweer in beginsel alleen kans van slagen indien duidelijk is dat de veroordeelde nu geen draagkracht heeft en in de toekomst niet zal hebben. De rechtbank is van oordeel dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde naar redelijke verwachting ook in de toekomst geen draagkracht zal hebben. De rechtbank verwerpt daarom het gevoerde draagkrachtverweer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">€ 118.184,25 ‬</emphasis>(honderdachttienduizend honderdvierentachtig euro en vijfentwintig cent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van <emphasis role="bold underline">€ 118.184,25‬</emphasis> (honderdachttienduizend honderdvierentachtig euro en vijfentwintig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. R. van den Munckhof, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.W.H. Houg en mr. S.H.C. Merkx, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 19 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d798905e-df9d-41a9-b0c3-dd4d4e0c7e3a" label="1">
    <para>Het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer van 23 juli 2024, met parketnummer 01.249282.21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b840a328-9eeb-465a-8b83-67866a32a3d2" label="2">
    <para>Het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer van 23 juli 2024, met parketnummer 01.249282.21. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_83fe32f4-962d-4a87-99a3-7ea5e8e88a13" label="3">
    <para>Het procesdossier van de FIOD/Belastingdienst met nr. 61761 (onderzoek Vladimir Hennephandel), aantal pagina’s 5017). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b2783cd-40ac-4814-be92-5d79384bb4c7" label="4">
    <para>Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel met nr. RAP-V-022, pagina’s 1-7547).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6990c61c-98ec-41b3-bd5f-2732b6c0ac69" label="5">
    <para>Bron van het schema: het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer van 23 juli 2024, met parketnummer 01.249282.21, tenzij anders vermeld</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ecad3cea-9194-4cf5-a31b-22b7a35776a6" label="6">
    <para>AMB-139, p. 662 van het dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_453788d7-3d17-425e-b477-c288b75b5679" label="7">
    <para>AMB-139, p. 701 van het dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a520b617-676e-4d4b-81ec-ff90796de772" label="8">
    <para> PVB-036, p. 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8daf72e-b995-4d8b-af79-65c64bf7e2f2" label="9">
    <para> PVB-036, p. 9</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>