<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:6110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-05T09:23:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR24/023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-05T09:23:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:6110 Rechtbank Oost-Brabant , 11-07-2024 / WR24/023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Verzoek niet-ontvankelijk, omdat het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden die daaraan worden gesteld, het verzoek niet is ingediend door de verplichte procesvertegenwoordiging.  Sprake van misbruik van het wrakingsinstrument.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7c56dab6-e1d9-4339-8818-2baac51dc5cf" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="aa3e3ea6-d749-4316-9945-eb7723b1b160" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK Oost-Brabant</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 24/023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing van 11 juli 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van <?linebreak?>artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] , verblijvende in [woonplaats] , </title>
    <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. A.A.M. Janssen,</title>
    <parablock>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is gedagvaard in een zaak, die is bekend is onder zaak- en rolnummer C/01/385310 / HA ZA 22-482. De mondelinge behandeling in deze zaak was op 4 juli 2024, waar verzoeker werd bijgestaan door zijn advocaat mr. M.C.G. Voogt. Tijdens deze mondelinge behandeling heeft verzoeker gezegd dat hij de rechter wraakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Met een  brief van 5 juli 2024 heeft de wrakingskamer verzoeker bericht dat zijn wrakingsverzoek niet voldoet aan de voorwaarden om het in behandeling te nemen omdat het  niet is ondertekend door een advocaat. De wrakingskamer heeft verzoeker in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek alsnog te laten ondertekenen door een advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij een begeleidende e-mail van 8 juli 2024 heeft mr. Voogt aan de wrakingskamer een door haar ondertekend proces-verbaal van de zitting van 4 juli 2024 gestuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	In het proces-verbaal van de zitting van 4 juli 2024 zitting is het volgende – voor zover hier van belang – opgenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mr. Voogt tegen [naam] : als je dit verzoek wilt doen, dan moet je zelf het woord voeren. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam] : Ik wraak u. Ik wil mijn recht. Ik wil dat u de pen neerlegt. Ik wil niet dat u verder gaat. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter: ik begrijp dat er een regeling is getroffen door [naam] , [naam] en [naam] , dat zij die vaststellingsovereenkomst nu zullen tekenen en dat de bewindvoerster voor ondertekening daarvan machtiging zal vragen aan de kantonrechter. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank zal de zaak daarom verwijzen naar de rolzitting van 31 juli 2024 voor akte uitlating door partijen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam] : ik ben het daar niet mee eens. Ik klaag u aan. Dit is een maffiapraktijk. Dit is onrechtmatig. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De wrakingskamer komt tot het oordeel dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk is en zal hierna toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In artikel 2, tweede lid, van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is bepaald dat in zaken waarin de partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, zoals in de zaak waarin verzoeker is gedagvaard, het wrakingsverzoek op straffe van niet-ontvankelijkheid moet worden ingediend door een advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Nadat de wrakingskamer aan verzoeker had  meegedeeld dat het wrakingsverzoek niet door zijn advocaat was ingediend heeft mr. Voogt een getekend exemplaar van het proces verbaal gestuurd en in een begeleidende mail vermeld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijgaand verstuur ik u het door mij ondertekende wrakingsverzoek. Wel geef ik u mee dat ik cliënt in de wrakingsprocedure niet zal bijstaan, dit is cliënt ook bekend. Om te voorkomen dat cliënt in zijn verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, heb ik het verzoek dus wel ondertekend (zie bijlage). </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ondanks dat ik graag meegenomen wordt in alle relevante correspondentie (zodat alle informatie cliënt hoe dan ook bereikt), verzoek ik u vriendelijk om alle correspondentie ook in privé naar cliënt te verzenden. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>In artikel 79, eerste lid, Rv is geregeld dat partijen in zaken voor de kantonrechter in persoon kunnen procederen. Volgens het tweede lid van dit artikel kunnen partijen in alle overige zaken niet in persoon procederen, maar slechts bij advocaat. Partijen kunnen de advocaat die zij hebben ingeschakeld niet herroepen zonder ook een andere advocaat te stellen. Uit deze bepaling volgt dat  verzoeker verplicht is om zich in de procedure waarin hij is gedagvaard  te laten bijstaan door een advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat de bedoeling van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van het wrakingsprotocol is dat in een zaak waarin gelet op artikel 79, eerste lid, Rv vertegenwoordiging door een advocaat verplicht is, deze verplichting ook geldt als in die zaak een wrakingsverzoek wordt ingediend. Mr. Voogt heeft weliswaar een handtekening gezet onder het proces-verbaal  maar heeft in een begeleidende mail vermeld dat dit niet betekent dat zij verzoeker als advocaat zal bijstaan in de wrakingsprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De wrakingskamer oordeelt dat deze situatie zich niet verhoudt met de hiervoor aangegeven bedoeling van artikel 2, tweede lid van het wrakingsprotocol, waarin de veronderstelling van een verplichte vertegenwoordiging is besloten. Er is slechts op papier sprake van vertegenwoordiging, maar feitelijk wordt verzoeker niet bijgestaan door een advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Omdat de wrakingskamer concludeert dat het verzoek niet-ontvankelijk is, bestaat voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Overigens merkt de wrakingskamer op dat verzoeker op de zitting van 4 juli 2024 geen concrete feiten heeft genoemd waaruit de wrakingskamer vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Misbruik procedure wrakingsverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Verzoeker heeft de rechter in deze procedure inmiddels twee keer gewraakt.  Beide verzoeken zijn niet gehonoreerd en hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de zaak met rolnummer C/01/385310 / HA ZA 22-482 niet meer in behandeling zal worden genomen.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter en mr. F.H.E. Boerma en  mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd deze beslissing te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>