<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:6108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-05T08:39:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR24/021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6108">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-05T08:39:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:6108 Rechtbank Oost-Brabant , 08-07-2024 / WR24/021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6108:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Verzoek afgewezen, processuele beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:6108:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="563d8a22-f1dd-4f2b-9442-70aa2f9eead6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2733195b-e5d5-4a64-aa74-cebef32af9b4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 24-021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 8 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Uden,</para>
      <para>raadsvrouw mr. F. van Baarlen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. E.C.P.M. Valckx</emphasis>,</para>
      <para>rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen voorafgaand aan het verhoor van de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juni 2024 in de strafzaak met parketnummer 01 .322491.20, waarin het mondelinge wrakingsverzoek van verzoeker en de gronden daarvoor zijn vermeld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van mr. F. Van Baarlen aan de rechter van 14juni 2024, te 14.02 uur, houdende een nieuwe wrakingsgrond;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek van 18 juni 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van mr. Van Baarlen, betreffende haar aanvulling/commentaar op het proces-verbaal van bevindingen voorafgaand aan het verhoor;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van mr. Van Baarlen, overgelegd op de mondelinge behandeling van de wrakingskamer op 27juni 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Voorts heeft de wrakingskamer de beschikking over e-mail correspondentie tussen <?linebreak?>mr. Van Baarlen en de rechter voorafgaand aan het wrakingsverzoek, te weten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> de e-mail van mr. Van Baarlen van 13 juni 2024, te 14:35 uur;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de e-mail van de rechter in antwoord daarop van 13 juni 2024, te 16:42;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de e-mail van mr. Van Baarlen van 13 juni 2024, te 17:41.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 27 juni 2024 zijn</para>
        <para>verschenen:</para>
      </parablock>
      <para>- de raadsvrouw van verzoeker, mr. Van Baarlen.</para>
      <para>- de rechter.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter, in haar hoedanigheid van rechter-commissaris in de strafzaak tegen verzoeker (verdachte) met parketnummer 01.322491.20.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek, zakelijk weergegeven, het volgende ten</para>
        <para>grondslag gelegd.</para>
        <para>Op 14 en 27 juni 2024 waren er getuigenverhoren gepland bij de rechter-commissaris.</para>
        <para>Verzoeker heeft de raadsvrouw kort daarvoor, op 13 juni 2024, aangezocht om hem te</para>
        <para>verdedigen in de strafzaak. De raadsvrouw heeft zich daarop gesteld. Op het moment van de</para>
        <para>geplande verhoren heeft de raadsvrouw nog geen kennis kunnen nemen van het dossier, het</para>
        <para>dossier dus ook niet met verzoeker kunnen bespreken en zich niet adequaat op de</para>
        <para>getuigenverhoren kunnen voorbereiden. Daardoor kon zij tijdens de getuigenverhoren ook</para>
        <para>geen effectieve verdediging voeren. De raadsvrouw heeft de rechter daarom gevraagd de</para>
        <para>getuigenverhoren aan te houden. Dit verzoek is niet gehonoreerd door de rechter. Daarop</para>
        <para>heeft de raadsvrouw de rechter voor de tweede keer gemotiveerd verzocht de</para>
        <para>getuigenverhoren aan te houden.</para>
        <para>Het afwijzen van het tweede verzoek om aanhouding en het aansluitend doorzetten van een</para>
        <para>aantal getuigenverhoren, terwijl de raadsvrouw zich daar niet op heeft kunnen voorbereiden,</para>
        <para>is voor de raadsvrouw van verzoeker aanleiding geweest de rechter te wraken.</para>
        <para>De rechter is na de wraking doorgegaan met het verrichten van inhoudelijke</para>
        <para>werkzaamheden in de zaak door enkele getuigen te horen, terwijl het wrakingsprotocol de</para>
        <para>rechter gebiedt bij een wraking alle inhoudelijke werkzaamheden in de zaak te staken.</para>
        <para>Het handelen van de rechter – het ondanks het verzoek daartoe niet aanhouden van de</para>
        <para>getuigenverhoren en het, ondanks het wrakingsverzoek, horen van enkele getuigen – levert</para>
        <para>een zwaarwegende aanwijzing op voor het aannemen van (minst genomen) de schijn van</para>
        <para>partijdigheid. Die vrees voor vooringenomenheid is, aldus de raadsvrouw, objectief</para>
        <para>gerechtvaardigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten. Zij heeft -samengevat- aangevoerd dat de afwijzing van het verzoek tot uitstel van de getuigenverhoren een</para>
        <para>processuele beslissing is. Dit levert geen grond voor wraking op. De rechter heeft zich</para>
        <para>vervolgens genoodzaakt gezien om de verhoren van de eerste drie getuigen door te laten</para>
        <para>gaan, omdat dit werkzaamheden betroffen die geen uitstel duIdden. Het ging om kwetsbare</para>
        <para>getuigen, die tevens als slachtoffer dienen te worden beschouwd en waardoor de rechter zich</para>
        <para>op grond van de EU-Slachtofferrichtlijn genoodzaakt voelde hun ondervraging geen</para>
        <para>onnodige vertraging te laten oplopen. De beslissing om getuigen te horen is een</para>
        <para>(proces)beslissing en levert geen grond voor wraking op.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 5 12 Sv kan een rechter alleen gewraakt worden als zich</para>
        <para>omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen</para>
        <para>lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als</para>
        <para>de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter</para>
        <para>wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel</para>
        <para>dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van</para>
        <para>bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen</para>
        <para>van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat beide wrakingsgronden zien op processuele</para>
        <para>beslissingen van de rechter, te weten een afwijzing van een verzoek om uitstel van het horen</para>
        <para>van getuigen en de beslissing tot het verrichten van werkzaamheden na gewraakt te zijn. Het</para>
        <para>gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken brengt mee dat een rechterlijke</para>
        <para>(tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen</para>
        <para>verkapt rechtsmiddel. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de</para>
        <para>(tussen)beslissing. Het is dus niet aan de wrakingskamer om de juistheid van de beslissing</para>
        <para>tot het afwijzen van het uitstellen van de getuigenverhoren te beoordelen. Evenmin is het</para>
        <para>aan de wrakingskamer om te beoordelen of het horen van getuigen een beslissing is die geen</para>
        <para>uitstel duldde en waarbij de beslissing op het wrakingsverzoek niet kon worden afgewacht.</para>
        <para>Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een</para>
        <para>rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Wat betreft de motivering van de beslissing geldt evenzeer dat het gesloten stelsel</para>
        <para>van rechtsmiddelen zich ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking,</para>
        <para>ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te</para>
        <para>summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend</para>
        <para>anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden</para>
        <para>van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de</para>
        <para>motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van</para>
        <para>vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. (HR 25 september 2018,</para>
        <para>ECLI:NL:HR:2018:1770, r.o. 4.2.4.) </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De vraag is of de beslissingen, vanwege hun motivering, blijk geven van</para>
        <para>vooringenomenheid. Verzoeker heeft over de beslissing tot afwijzing van het verzoek om</para>
        <para>uitstel van het horen van getuigen niet met voldoende feiten en omstandigheden</para>
        <para>onderbouwd dat daarvan sprake is. Voor wat betreft de beslissing van de rechter om</para>
        <para>getuigen te horen na gewraakt te zijn, geldt dat de rechter heeft gemotiveerd dat de die</para>
        <para>ochtend te horen getuigen kwetsbare getuigen zijn voor wie een verhoor bij de rechter</para>
        <para>commissaris zeer spannend is. Omdat één van de getuigen al was gearriveerd bij de</para>
        <para>rechtbank en de twee overige getuigen (waarschijnlijk) al onderweg waren kon de beslissing</para>
        <para>op het wrakingsverzoek in het belang van deze getuigen niet kon worden afgewacht, aldus</para>
        <para>de rechter. Deze motivering geeft geen blijk van vooringenomenheid van de rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De verwijzing van verzoeker naar een uitspraak van de wrakingskamer van de</para>
        <para>rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2018:1830) maakt dit oordeel niet anders, omdat</para>
        <para>de feiten en omstandigheden in die zaak wezenlijk anders zijn dan onderhavige feiten en</para>
        <para>omstandigheden. In die zaak ging het om een procedurele beslissing, namelijk het uitstellen</para>
        <para>van een getuigenverhoor nadat de advocaat had laten weten ziek te zijn en de verhoren niet</para>
        <para>bij te kunnen wonen. In onderhavige zaak heeft de raadsvrouw de verhoren wel kunnen</para>
        <para>bijwonen. Bovendien gaat het anders dan de zaak waar verzoeker naar verwijst in</para>
        <para>onderhavige zaak om volgens de rechter kwetsbare getuigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie is dat geen vooringenomenheid van de rechter kan worden</para>
        <para>aangenomen en dat evenmin de daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het</para>
        <para>wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. Mandemakers, voorzitter, mr. J.H. Wiggers en mr.</para>
      <para>F. Kooijman, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en is in het openbaar uitgesproken</para>
      <para>op 8 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>