<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:4960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-08T15:40:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">82/172702-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie HSE 2024/93</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4960">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-22T10:58:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4960 Rechtbank Oost-Brabant , 22-10-2024 / 82/172702-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4960:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geldboete van 70.000 euro waarvan 25.000 euro voorwaardelijk na noodlottig bedrijfsongeval.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4960:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="49ceee04-6229-42f6-9559-d2879529d371" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="358821fb-8cc8-4f17-be52-58e1468ed803" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>Locatie 's-Hertogenbosch</para>
  <para>Strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 82.172702.22 </para>
    <para>Datum uitspraak: 22 oktober 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <para>gevestigd te [adres] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging.</emphasis>
      </para>
      <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 juli 2024. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 2 september 2021 in de gemeente Eindhoven, op een bouwlocatie aan de Otterstraat aldaar, als werkgever, bij het verrichten bouwwerkzaamheden bestaande uit het realiseren van betonnen wanden en/of het plaatsen en/of demonteren van stel- en/of sluitkisten, al dan niet opzettelijk, handelingen heeft verricht en/of nagelaten in strijd met de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Arbeidsomstandighedenwet en/of de daarop rustende bepalingen door in strijd met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">artikel:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-5, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet bij het voeren van het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> arbeidsomstandighedenbeleid niet in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> te leggen welke risico’s de arbeid met betrekking tot genoemde werkzaamheden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> met zich brengt en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-8, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet er niet voor te zorgen dat de werknemer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> [slachtoffer] en/of andere werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> werkzaamheden en/of de daaraan verbonden risico’s en/of de maatregelen die erop gericht</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> waren deze risico’s te voorkomen en/of te beperken en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-8, vierde lid van de Arbeidsomstandighedenwet niet toe te zien op de naleving van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> instructies en/of voorschriften gericht op het voorkomen en/of beperken van de in artikel 8,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> eerste lid van genoemde wet bedoelde risico’s en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-3.16, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit bij het verrichten van die arbeid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> waarbij valgevaar bestond, terwijl zulks mogelijk was, geen veilige steiger, stelling, bordes</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of werkvloer aan te brengen en/of valgevaar tegen te gaan door het aanbrengen van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> doelmatige hekwerken, leuningen en/of andere dergelijke voorzieningen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.4 derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit een arbeidsmiddel, te weten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> een of meer stel- en/of sluitkist(en) niet zodanig te plaatsen, bevestigen en/of inrichten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of niet zodanig te gebruiken dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis voordeed</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> zoals verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen worden door het arbeidsmiddel of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> onderdelen daarvan, zoveel mogelijk werd voorkomen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.5, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit de montage en/of demontage van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> arbeidsmiddel, te weten een of meer wand- en/of sluitkist(en) niet op veilige wijze te laten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> plaats vinden met inachtneming van de aanwijzingen van de fabrikant (immers werd een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> andere demontagevolgorde gehanteerd dan door de fabrikant van de stel- en of sluitkisten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> voorgeschreven dan wel geadviseerd) en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.11a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenbesluit een bij een arbeidsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> behorende gebruiksaanwijzing niet in begrijpelijke vorm ter kennis te brengen van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> betrokken werknemers.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl daardoor naar zij wist of redelijkerwijs moest weten levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers, te weten [slachtoffer] en/of (een) ander(en), ontstond of te verwachten was;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 2 september 2021 in de gemeente Eindhoven, op een bouwlocatie aan de Otterstraat aldaar, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig heeft gehandeld door werknemer(s) van [verdachte] , bouwwerkzaamheden te laten verrichten, bestaande uit het realiseren van betonnen wanden en/of het plaatsen en/of demonteren van stel- en/of sluitkisten, terwijl zij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-geen schriftelijke inventarisatie en/of evaluatie heeft gemaakt van de mogelijke risico’s die</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> bovengenoemde werkzaamheden met zich mee zou kunnen brengen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-er niet voor heeft gezorgd dat de werknemer [slachtoffer] en/of andere werknemers</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> doeltreffend werd(en) ingelicht over die te verrichten werkzaamheden, en/of de hieraan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> verboden risico’s en/of gevaren, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> risico's te voorkomen en/of te beperken en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-niet heeft toegezien op de naleving van instructies en/of voorschriften gericht op het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> voorkomen en/of beperken van risico’s en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-geen veilige steiger, stellig, bordes en/of werkvloer heeft aangebracht en/of valgevaar tegen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> gegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen en/of andere </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> voorzieningen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-een arbeidsmiddel, te weten een of meer stel- en/of sluitkist(en) niet zodanig heeft</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> geplaatst, bevestigd en/of ingericht en/of niet zodanig heeft gebruikt dat het gevaar dat zich</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> een ongewilde gebeurtenis voordeed zoals verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> worden door het arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, zoveel mogelijk werd voorkomen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-de montage en/of demontage van een arbeidsmiddel, te weten een of meer wand- en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> sluitkist(en) niet of veilige wijze heeft laten plaatsvinden met inachtneming van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> aanwijzingen van de fabrikant (immers werd een andere demontagevolgorde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> gehanteerd dan door de fabrikant van de stel- en of sluitkisten voorgeschreven dan wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> geadviseerd) en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-een bij een arbeidsmiddel behorende gebruiksaanwijzing niet in begrijpelijke vorm ter</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> kennis heeft gebracht bij de betrokken werknemers. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor het aan haar schuld te wijten is dat de werknemer [slachtoffer] is getroffen door een stel en/of sluitkist waardoor hij zodanig (zwaar lichamelijk) letsel heeft bekomen dat hij daardoor, op 2 september 2021, is overleden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsvraag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>.</para>
      <para>De officier van justitie heeft op gronden als verwoord in haar schriftelijk requisitoir tot een integrale bewezenverklaring van feit 1 en feit 2 gerekwireerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van verdachte heeft op gronden als verwoord in zijn schriftelijke pleitnota </para>
      <para>een integrale vrijspraak van feit 1 en feit 2 bepleit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De toedracht van het ongeval</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 2 september 2021 op een bouwplaats aan de Otterstraat in Eindhoven een ongeval heeft plaatsgevonden </para>
      <para>bij het demonteren van een element van de sluitkist, zijnde een bekistingswand aan de buitenzijde van de betonconstructie. Toen de heer [persoon] (de zoon van het uiteindelijke slachtoffer) tegen de bekistingswand omhoogklom, is de betreffende wandkist met een gewicht van ongeveer 1.500 kilogram omgevallen en bovenop de heer [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer] ) terechtgekomen. [slachtoffer] is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt verder op grond van de bewijsmiddelen vast dat ten tijde van het </para>
      <para>ongeval de stelkist reeds van de betonconstructie was verwijderd en dat het betreffende element van de sluitkist niet (langer) met een centerpen tegen de betonwand was geborgd tegen omvallen. Verder staat vast dat de klemmen waarmee de volledige sluitkist horizontaal in verband werd gehouden waren verwijderd. Daarmee was er tussen het onderwerpelijke element van de sluitkist en de overige delen van de sluitkist - die wél nog tegen de wand waren geborgd - geen verband meer. Tot slot waren er geen schoren tegen de sluitkist geplaatst om omvallen te voorkomen. In gewone mensentaal: het betreffende element van de sluitkist was ten tijde van het ongeval geheel losstaand en op geen enkele wijze tegen omvallen beveiligd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het staat niet ter discussie dat bij het demonteren van de wandbekisting een andere volgorde is gevolgd dan geïnstrueerd door [fabrikant] . De fabrikant instrueert in haar gebruikershandleiding namelijk dat eerst de niet geschoorde sluitkist moet worden verwijderd alvorens de geschoorde stelkist te verwijderen. De door medewerkers van verdachte gehanteerde werkwijze was andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beschuldigingen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte al dan niet opzettelijk heeft nagelaten bepaalde maatregelen te treffen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en daarop gebaseerde regelgeving, terwijl hierdoor – naar zij wist of redelijkerwijs moest weten – levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstond of te verwachten was. Ook moet de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte in strafrechtelijke zin schuld heeft aan de dood van [slachtoffer] .   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De arbeidsrechtelijke relatie </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank leidt uit de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is door hoofdaannemer [bedrijf] benaderd voor het project [projectnaam] te Eindhoven en wel voor het uitvoeren van het betonwerk. Verdachte heeft dit werk - wat een specifiek en afgebakend onderdeel is van het totale project - aangenomen. Hiertoe is een contract opgesteld en ondertekend op 19 augustus 2020 met als specificatie van het Werk: ‘Het vervaardigen, uitvoeren, verwerken, monteren, demonteren, afwerken, gebruiksklaar afleveren en garanderen van het complete betonwerk’. (p. 4077-4093)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft vervolgens [slachtoffer] , als zzp’er, benaderd om voor haar de klus feitelijk uit te voeren. [slachtoffer] ging hiermee akkoord en heeft daartoe zelf een ploeg samengesteld. De door [slachtoffer] samengestelde ploeg bestond uit vijf personen, waaronder diens zoon, allen werkzaam als zzp’er voor verdachte. Hiertoe zijn afzonderlijke overeenkomsten met verdachte afgesloten. Hierin staat als werk vermeld: ‘2.1 ‘aannemer heeft opgedragen aan onderaannemer, die het werk aanvaard, het tot stand brengen en opleveren van het volgende werk van stoffelijke aard: betoncasco bouw. Plaats project: [projectnaam] te Eindhoven.’ (p. 4094 ev., p. 4277 ev). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte was naar eigen zeggen 2 á 3 keer per week circa 90 minuten op de bouwlocatie ter plaatse en sprak dan onder meer met [slachtoffer] en de verdere door verdachte ingehuurde ploeg. Richting [bedrijf] was en bleef verdachte het aanspreekpunt, zo heeft verdachte ook ter terechtzitting verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 september 2021 waren enkel zzp’ers namens verdachte op de bouwlocatie werkzaam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande genoegzaam dat er tussen verdachte en de door haar ingehuurde ploeg op de bouwlocatie aan de Otterstraat te Eindhoven sprake was van een arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemers in de zin </para>
      <para>van artikel 1, tweede lid, onder a, sub 1 en van artikel 1, tweede lid, onder b, van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: de Arbowet) met de daarvoor vereiste gezagsrelatie.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit wordt ook bevestigd door de reactie van verdachte op de vraag wie eind-verantwoordelijk was voor de ploeg, inhoudende: ‘Ik denk ik. Ik ben wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk. Ik neem het werk aan. Dus op het moment dat wij iets neerzetten wat voor geen meter klopt, dan ben ik degene die moet gaan aftikken.’ (p. 1020)   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het andersluidende standpunt van de verdediging omtrent de arbeidsrelatie wordt door de rechtbank verworpen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veiligheidsvoorschriften werkgever</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is onderworpen aan de veiligheidsregels zoals die onder meer voortvloeien uit de Arbowet en het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: het Arbobesluit). De rechtbank stelt vast dat de plaats van het ongeval een arbeidsplaats was als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbowet en dat, zoals hiervoor reeds is geoordeeld, dat [slachtoffer] en de overige leden van de door verdachte ingehuurde ploeg als werknemers in de zin van de Arbowet voor verdachte (werkgever) werkzaam waren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de Arbowet is verankerd dat werknemers recht hebben op een veilige en gezonde werkplek. De verantwoordelijkheid voor een zodanige werkplek ligt primair bij de werkgever. Daartoe rust op de werkgever de verplichting een deugdelijk arbobeleid, </para>
      <para>gericht op de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers, te voeren. </para>
      <para>Die zorgplicht houdt mede in dat de werkgever zijn werknemers moet beschermen tegen eigen fouten of onvoorzichtigheden. Voor de onderhavige zaak brengt dit mee dat de omstandigheid dat het betreffende element van de sluitkist ten onrechte niet was geborgd, geklemd of geschoord, verdachte niet disculpeert. Het hierop betrekking hebbende verweer van de verdediging wordt dan ook door de rechtbank verworpen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de concreet in de tenlastelegging genoemde veiligheidsvoorschriften </para>
      <para>die verdachte zou hebben overtreden, kan de rechtbank kort zijn. De rechtbank acht op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte deze overtredingen heeft begaan zoals hierna onder het kopje ‘De bewezenverklaring’ is uitgeschreven. De verdediging heeft op dit punt geen verweer gevoerd en uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt ondubbelzinnig dat verdachte de uitvoering van het aangenomen werk feitelijk op al haar onderdelen, waaronder het toezicht en de naleving van veiligheidsvoorschriften op de bouwplaats, volledig in handen van [slachtoffer] heeft gelegd. Verdachte vertrouwde hierbij blind op  diens 40 jaar lange ervaring en deskundigheid in de betonbouw. Zo mocht [slachtoffer] zelf zijn ploeg samenstellen. Verdachte was in zoverre dan ook onbekend met de samenstelling van de door hem ingehuurde ploeg en daarmee ook onbekend met de aanwezige ervaring en deskundigheid in de betonbouw bij deze ploeg en hun bekendheid met de risico’s van het werken in de betonbouw op een bouwlocatie.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er was op dit zeer belangrijke punt geen beleid geschreven en geen inventarisatie en evaluatie van risico’s op schrift gesteld. Verdachte heeft  de voor haar werkzaam zijnde werknemers niet op aanwezige risico’s op de bouwplaats gewezen, noch hen ingelicht over de maatregelen om de bestaande risico’s te ondervangen, niet voorafgaand aan, noch tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Dit terwijl een bouwlocatie bij uitstek een risicovolle werkplek betreft. Er is door verdachte geen enkel toezicht op de naleving van veiligheids-voorschriften uitgeoefend, zoals de naleving van de werkwijze als beschreven in de gebruiksinstructies van de gebruikte bekisting. Zo verklaren de door verdachte ten behoeve van deze klus ingehuurde werknemers niet bekend te zijn een inventarisatie van risico’s of een gegeven instructie met betrekking tot de gebruikte bekisting. Door verdachte is zowel tijdens het opsporingsonderzoek als op de terechtzitting de in strijd met de gebruiks-aanwijzing gehanteerde werkwijze met betrekking tot het demonteren van de bekisting verdedigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toerekening</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de verboden gedraging.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 3 september 2021 betreffende verdachte staan als activiteiten van verdachte vermeld: ‘Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw’ en ‘Uitleenbureaus. Klussenbedrijf. Bouwen in natte en prefab beton. Ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ (p. 4044) .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hiervoor reeds is vastgesteld heeft verdachte in opdracht van hoofdaannemer [bedrijf] betonwerk voor het project [projectnaam] te Eindhoven uitgevoerd. Daartoe had zij [slachtoffer] en de door hem samengestelde ploeg ingehuurd. Deze werknemers hebben voor verdachte betonwerkzaamheden verricht. Verdachte was op 2 september 2021 dus bezig met de reguliere uitoefening van haar bedrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het treffen van maatregelen met het oog op de gezondheid en veiligheid van haar werknemers, in casu betonwerkers op een bouwlocatie, was de verantwoordelijkheid </para>
      <para>van verdachte als werkgever. Verdachte was onder meer verplicht om de risico’s van het specifieke werk te inventariseren, toezicht te houden op de naleving van veiligheids-instructies en de voorgeschreven uitvoering van (de)montagevoorschriften van de geleverde bekisting en de betreffende gebruiksaanwijzing in een voor de werknemers begrijpelijke taal ter beschikking te stellen. Verdachte is op al deze punten tekortgeschoten, waardoor gezondheids- en levensgevaar voor zijn werknemers ontstond. Het levensgevaar heeft </para>
      <para>zich ook verwezenlijkt ten aanzien van [slachtoffer] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard van de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde gedragingen kunnen de strafbare feiten derhalve zonder meer aan verdachte als rechtspersoon worden toegerekend; zij is zelf tekortgeschoten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer dat de gedragingen niet aan verdachte kunnen worden toegerekend wordt dan ook verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft verdachte opzettelijk (feit 1) en culpoos (feit 2) gehandeld?    </emphasis>
      </para>
      <para>t.a.v. feit 1</para>
      <para>Uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt dat verdachte op een aantal punten niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht die volgt uit de Arbowet en het Arbobesluit. Voor een bewezenverklaring van opzet, hoeft dat opzet alleen gericht te zijn geweest op </para>
      <para>de gedraging zelf, een nalaten. Het opzet hoeft niet gericht te zijn te geweest op het niet naleven van een wettelijke verplichting. Het bewijs van het opzet kan onder omstandigheden ook uit het - gebrek aan - beleid van de rechtspersoon of de feitelijke gang van zaken binnen die rechtspersoon worden afgeleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak ligt in het nalaten van verdachte de benodigde maatregelen te treffen en zodoende de op haar rustende zorgplicht na te leven het opzet op de gedraging besloten en moet verdachte redelijkerwijs hebben geweten dat als gevolg van dat nalaten levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemers, waaronder [slachtoffer] , kon ontstaan of te verwachten was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde feit opzettelijk heeft begaan. Het andersluidende standpunt van de verdediging wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t.a.v. feit 2</para>
      <para>Voor het aannemen van schuld als delictsbestanddeel in artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht moet het ten minste gaan om een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid van de zijde van verdachte. Vast moet komen te staan dat de verdachte anders moest handelen (verwijtbaarheid) en ook anders kon handelen (vermijdbaarheid). Een en ander wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd. Voorts moet komen vast te staan dat tussen de gemaakte fout en het gevolg voldoende oorzakelijk verband (causaliteit) bestaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de overlap tussen feit 1 en feit 2, heeft zij sommige maatregelen zelf achterwege gelaten in strijd met de wet, terwijl zij redelijkerwijs moest weten dat daardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemers kon ontstaan of te verwachten was.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte is tekortgeschoten in het treffen van maatregelen met het oog op de veiligheid en gezondheid </para>
      <para>van haar werknemers. Verdachte heeft deze bijzondere zorgplicht ten opzichte van haar </para>
      <para>werknemers geheel verwaarloosd en de invulling ervan overgelaten aan de praktische inzichten van de door haar ingehuurde werknemers, meer in het bijzonder [slachtoffer] . Dit terwijl het uitvoeren van betonwerkzaamheden op een bouwlocatie, met de aanwezigheid van zwaar materieel en zware materialen, reeds naar haar aard een veelheid aan risico’s met zich brengt en terwijl, zo volgt uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting, geen enkele bouwplaats hetzelfde is en tot een afzonderlijke werkwijze noopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de invulling van de schuld kent de rechtbank in het bijzonder gewicht toe aan de </para>
      <para>wetenschap van verdachte dat op de meeste bouwplaatsen, waaronder de onderhavige, </para>
      <para>een andere volgorde bij de demontage van de bekisting wordt gehanteerd dan uitdrukkelijk geadviseerd door de fabrikant. Ondanks de bekendheid met deze afwijkende volgorde </para>
      <para>en de daaraan verbonden risico’s indien de afwijkende methode niet zorgvuldig wordt uitgevoerd, zoals in deze zaak is gebleken, heeft verdachte geen uitdrukkelijke instructies gegeven om de door de fabrikant voorgeschreven volgorde op te volgen dan wel op de naleving ervan toe te zien. De door de fabrikant opgestelde demontagewijze was niet op</para>
      <para>de bouwlocatie beschikbaar en de tegenovergestelde manier van demontage was niet vastgelegd. Verdachte vertrouwde er dus (maar) op dat de mensen op de bouwplaats per locatie en per muur zelf een eigen afweging maakten over welke volgorde er werd gehanteerd, dat zij zelf een inschatting maakten van de specifieke risico’s en dat zij dan zelf de juiste voorzorgsmaatregelen zouden hanteren en zouden toezien op de naleving daarvan (door alle zzp’ers). Met die handelswijze miskent verdachte haar eigen verantwoordelijkheden, zoals hiervoor geschetst, volledig en lijkt zij zich hiervan te (willen) disculperen. Dat is niet mogelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat het aan de schuld van verdachte is te wijten dat [slachtoffer] door de omvallende sluitkist is getroffen en daardoor is komen te overlijden. De rechtbank duidt het nalaten van verdachte als grovelijk onachtzaam en nalatig. Het andersluidende standpunt van de verdediging wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, een en ander zoals die hierna onder het kopje ‘De bewezenverklaring’ nader worden beschreven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tot slot</emphasis>
      </para>
      <para>Ter terechtzitting heeft de verdediging een aantal verweren gevoerd. Voor zover de rechtbank hiervoor niet op die verweren heeft gerespondeerd, heeft de rechtbank die verweren als bewijsverweren aangemerkt. Die verweren vinden grotendeels hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zullen nader worden uitgewerkt in </para>
      <para>een aanvulling op dit verkort vonnis ingeval daartegen hoger beroep wordt ingesteld</para>
      <para>(artikel 365a lid 2 Sv.).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewezenverklaring.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 2 september 2021 in de gemeente Eindhoven, op een bouwlocatie aan de Otterstraat aldaar, als werkgever, bij het verrichten bouwwerkzaamheden bestaande uit het realiseren van betonnen wanden en het plaatsen en demonteren van stel- en/of sluitkisten, opzettelijk, handelingen heeft verricht en/of nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de daarop rustende bepalingen door in strijd met artikel:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-5, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet bij het voeren van het  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> arbeidsomstandighedenbeleid niet in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> te leggen welke risico’s de arbeid met betrekking tot genoemde werkzaamheden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> met zich brengt en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-8, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet er niet voor te zorgen dat de werknemer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> [slachtoffer] en andere werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s en de maatregelen die erop gericht</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> waren deze risico’s te voorkomen en/of te beperken en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-8, vierde lid van de Arbeidsomstandighedenwet niet toe te zien op de naleving van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> instructies en/of voorschriften gericht op het voorkomen en/of beperken van de in artikel 8,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> eerste lid van genoemde wet bedoelde risico’s en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-3.16, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit bij het verrichten van die arbeid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> waarbij valgevaar bestond, terwijl zulks mogelijk was, geen veilige steiger, stelling, bordes</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of werkvloer aan te brengen en/of valgevaar tegen te gaan door het aanbrengen van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> doelmatige hekwerken, leuningen en/of andere dergelijke voorzieningen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.4 derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit een arbeidsmiddel, te weten stel- </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of sluitkisten niet zodanig te plaatsen, bevestigen en/of inrichten en/of niet  zodanig te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> gebruiken dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis voordeed  zoals verschuiven,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> omvallen, kantelen, getroffen worden door het arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, zoveel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> mogelijk werd voorkomen en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.5, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit de montage en demontage van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> arbeidsmiddel, te weten wand- en/of sluitkisten niet op veilige wijze te laten  plaats vinden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> met inachtneming van de aanwijzingen van de fabrikant (immers werd een  andere</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> demontagevolgorde gehanteerd dan door de fabrikant van de stel- en sluitkisten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> voorgeschreven dan wel geadviseerd) en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-7.11a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenbesluit een bij een arbeidsmiddel </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> behorende gebruiksaanwijzing niet in begrijpelijke vorm ter kennis te brengen van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> betrokken werknemers,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl daardoor naar zij wist levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">of meer werknemers, te weten [slachtoffer] en anderen, ontstond of te verwachten was;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 2 september 2021 in de gemeente Eindhoven, op een bouwlocatie aan de Otterstraat aldaar, grovelijk onachtzaam en nalatig heeft gehandeld door werknemers van [verdachte] , bouwwerkzaamheden te laten verrichten, bestaande uit het realiseren van betonnen wanden en het plaatsen en demonteren van stel- en sluitkisten, terwijl zij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-geen schriftelijke inventarisatie en/of evaluatie heeft gemaakt van de mogelijke risico’s die</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> bovengenoemde werkzaamheden met zich mee zou kunnen brengen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-er niet voor heeft gezorgd dat de werknemer [slachtoffer] en andere werknemers</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> doeltreffend werden ingelicht over die te verrichten werkzaamheden en de hieraan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> verboden risico’s en gevaren, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> risico's te voorkomen en/of te beperken en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-niet heeft toegezien op de naleving van instructies en/of voorschriften gericht op het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> voorkomen en/of beperken van risico’s en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-een arbeidsmiddel, te weten stel- en/ of sluitkisten niet zodanig heeft  geplaatst, bevestigd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en/of  ingericht en/of niet zodanig heeft gebruikt dat het gevaar dat zich  een ongewilde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> gebeurtenis voordeed zoals verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen worden door het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, zoveel mogelijk werd voorkomen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-de montage en demontage van een arbeidsmiddel, te weten  wand- en/of  sluitkisten niet </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> op veilige wijze heeft laten plaatsvinden met inachtneming van de aanwijzingen van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> fabrikant (immers werd een andere demontagevolgorde  gehanteerd dan door de fabrikant</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> van de stel- en sluitkisten voorgeschreven dan wel  geadviseerd) en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-een bij een arbeidsmiddel behorende gebruiksaanwijzing niet in begrijpelijke vorm ter</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> kennis heeft gebracht bij de betrokken werknemers, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor het aan haar schuld te wijten is dat de werknemer [slachtoffer] is getroffen door een sluitkist waardoor hij zodanig (zwaar lichamelijk) letsel heeft bekomen dat hij daardoor, op 2 september 2021, is overleden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van de feiten.</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn </para>
      <para>geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten  uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte.</emphasis>
      </para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft een geldboete van € 100.000,= waarvan € 25.000,= voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft in matigende zin met name gewezen op een overschrijding van </para>
      <para>de redelijke termijn en de penibele financiële situatie van verdachte.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de aard van het door verdachte uitgeoefende bedrijf en de financiële omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafverzwarende omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is als werkgever verantwoordelijk voor de veiligheid van haar werknemers. Uit het onderzoek is gebleken dat verdachte opzettelijk heeft verzuimd ervoor zorg te dragen dat de arbeidsomstandigheden aan de in acht te nemen veiligheidsnormen voldeden en aldus dat haar werknemers in een veilige omgeving en op een veilige manier hun werk konden verrichten. De werknemers waren geen van allen door verdachte op de hoogte gesteld van de risico’s die aan de uitvoering van betonwerkzaamheden op de bouwplaats verbonden waren en evenmin had verdachte voor (afdoende) toezicht gezorgd om toe te zien op de naleving van de in acht te nemen veiligheidsnormen en voorgeschreven instructies van de fabrikant van de geleverde bekisting terzake de (de)montage ervan. Hiermee is verdachte ernstig tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens haar werknemers in het algemeen en het slachtoffer in het bijzonder. Het is deze nalatigheid die ertoe heeft geleid dat het bewezen-verklaarde ongeval heeft kunnen plaatsvinden, een ongeval als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden. Het komt de rechtbank in dat licht niet gepast voor om, zoals verdachte doet, er op te (blijven) wijzen dat iedereen op de bouwlocatie al jaren werkzaam was in de betonbouw en dus wel wist hoe alles werkt. Daarmee wordt tekort gedaan aan het hoge risico van het werk en de doorlopende zorgplicht die - zeker bij dit type werk - op een werkgever rust. Verdachte heeft aldus dit wezenlijke aspect van zijn werkgeverschap geheel verwaarloosd en de invulling ervan overgelaten aan de eigen inzichten van zijn ingehuurde werknemers, meer in het bijzonder [slachtoffer] . Verdachte heeft qua veiligheid op de werkplek feitelijk niets voor de ingehuurde werknemers betekend.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dodelijk ongeval moet een grote impact op de nabestaanden van het slachtoffer hebben gehad en zal tot veel verdriet hebben geleid. Het ongeval moet met name een grote impact op [persoon] hebben gehad in wiens onmiddellijke bijzijn het ongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank realiseert zich dat door het handelen van verdachte onherstelbaar leed aan de nabestaanden is toegebracht en dat een strafoplegging, in welke vorm of omvang ook, dit leed niet ongedaan zal kunnen maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde bedrijfsongeval is het gevolg geweest van een aaneenschakeling van niet nageleefde veiligheidsvoorschriften die bij de naleving het ongeval en daarmee de dood van [slachtoffer] hadden kunnen voorkomen. Gelet op de veelheid, de ernst en de omvang van de niet nageleefde veiligheidsvoorschriften betreurt het de rechtbank dat de vertegenwoordiger van verdachte niet ten volle zijn verantwoordelijkheid voor het bedrijfsongeval heeft genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafverlagende omstandigheden  </emphasis>
      </para>
      <para>Het bedrijfsongeval heeft diepe sporen bij de vertegenwoordiger van verdachte </para>
      <para>achtergelaten. Hij gaat gebukt onder het verlies van een maat in het betonwerk. De </para>
      <para>vertegenwoordiger van verdachte is niet langer gemotiveerd voor een goede en rendabele bedrijfsvoering en verdachte verkeert dan ook in financieel opzicht in zwaar weer. Een toekomstig faillissement is een reëel scenario. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het recht van elke verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is geschonden. De rechtbank stelt vast dat het strafrechtelijk onderzoek is aangevangen op 2 september 2021, zijnde de dag van het bedrijfsongeval. De rechtbank neemt deze datum als startdatum voor de beoordeling van de redelijke termijn. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop tot aan het tijdstip van de uitspraak van deze strafzaak geheel of gedeeltelijk aan de verdediging is toe te rekenen. Ook is er geen sprake van feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat afgeweken wordt van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt. Een en ander maakt dat op de datum van de uitspraak de redelijke termijn met ruim één jaar is overtreden. De rechtbank zal verdachte voor deze termijnoverschrijding compenseren.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De strafmodaliteit</emphasis>
      </para>
      <para>Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, acht de rechtbank een geldboete van </para>
      <para>€ 75.000,=  passend en geboden. De rechtbank zal hiervan een deel, groot € 25.000,=, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaren. Deze voorwaardelijke straf moet verdachte ervan weerhouden om opnieuw een (soortgelijk) delict te plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten is de rechtbank van oordeel </para>
      <para>dat de oplegging van een lagere geldboete dan door de officier van justitie gevorderde geldboete, voldoende recht aan deze zaak doet.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal vanwege de overschrijding van de redelijke termijn een bedrag van</para>
      <para>€ 5.000,= in mindering brengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent per saldo dat aan verdachte een geldboete van € 70.000,= waarvan € 25.000,= voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren zal worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toepasselijke wetsartikelen.</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 51, 57 en 307 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen</para>
      <para>5, 8 en 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 3.16, 7.4, 7.5 en 7.11a van het Arbeidsomstandighedenbesluit.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde onder feit 1 en feit 2 bewezen zoals hiervoor is omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van het bepaalde bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">aan haar schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door een rechtspersoon </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Legt op de volgende straf.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. feit 1 en  feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een geldboete</emphasis> ter hoogte van € 70.000, waarvan € 25.000,=  voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.  Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.H.J.J. van de Wetering, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.J.H. van de Kant en mr. E.L. Traag, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 22 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>