<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:4638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-20T14:11:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/003189/22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4638">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-20T13:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4638 Rechtbank Oost-Brabant , 29-01-2024 / 01/003189/22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4638:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring van opzettelijk minderjarigen onttrekken aan het opzicht van degene die dit bevoegd over hen uitoefende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4638:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="ec5f5fae-2d65-4788-993e-02afbba41978" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="08c9fb89-25a0-4978-9292-4e842f21ff1e" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01.003189.22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 januari 2024	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [1967] ,</para>
      <para>thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 januari 2024. Op 31 maart 2023 is deze zaak door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 5 januari 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij in of omstreeks de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 te [adres 2] , gemeente 's-Hertogenbosch, en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal opzettelijk twee minderjarige slachtoffers, te weten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 2] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 2] ,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">heeft onttrokken aan het wettig over haar/hem/hen gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar/hem/hen uitoefende;</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding.</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte wordt verweten in de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 haar twee minderjarige kinderen te hebben onttrokken aan het over hen gesteld wettig gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ae64ccbe-85ab-4a43-9eee-b87f0a2c2527" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewijsmiddelen.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Een proces-verbaal van aangifte van [betrokkene] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 3-4) </emphasis>
        <?linebreak?>"Ik ben werkzaam bij  jeugdbescherming,  Leger  des  Heils. <?linebreak?>Ik  overhandig u een  kopie  van  de  beschikking gedateerd 11  november 2021  waarin<?linebreak?>vermeld staat  dat  stichting Leger  des  Heils  Jeugdbescherming en  Reclassering, belast<?linebreak?>is  met  de  voorlopige  voogdij  over de  minderjarige  kinderen  [slachtoffer 1] , geboren  [2010]<?linebreak?>[2010]  en  [slachtoffer 2] , geboren  [2011]  van  4 november  2021  tot  het moment waarop  een  eventuele beslissing tot terug geleiding ten uitvoer zal zijn gelegd. Tevens  overhandig  ik  u een  kopie van  de  beschikking gedateerd van  29  december  2021 waarin  diverse  afspraken  zijn  opgenomen.  [naam 1]  (de rechtbank leest: <emphasis role="italic">collega [naam 1]</emphasis>) heeft vorige week donderdag  30  december  2021  beide  ouders  een mail  gestuurd met<?linebreak?>een  omgangsregeling. In  deze  omgangsregeling  staat  dat  de  kinderen van maandag  3<?linebreak?>januari  2022  12:00  uur  tot  5 januari  2022  13:00  uur bij  vader  zouden verblijven.<?linebreak?>Moeder  zou  de  kinderen  naar vader brengen  op  3 januari  2022. Vader  zou  met  de<?linebreak?>kinderen  op  5 januari  2022  naar  [locatie] gaan, waar beide  ouders  en  kinderen elkaar  zouden  treffen bij  het  inchecken van het  schip  [naam 2]  naar [land] .  Vader  zou  de  identiteitskaarten,  welke  nu  nog  in  mijn bezit  zijn,  bij<?linebreak?>zich  hebben. Vader  is  wel  in  het  bezit  van  de  [nationaliteit] paspoorten van  de  kinderen.<?linebreak?>Gister  3 januari  2022  zou [verdachte]  haar  kinderen  [slachtoffer 1]  en  [slachtoffer 2]  omstreeks<?linebreak?>12:00  uur bij  hun  vader brengen. Vader [vader] heeft  contact  opgenomen met  het<?linebreak?>Leger  des  Heils, Jeugdbescherming en  aangegeven  dat  de  afspraken niet<?linebreak?>nagekomen  zijn. De  kinderen  zijn  niet  overgedragen  aan  vader.  Daarom doe  ik  aangifte van  onttrekking  ouderlijk gezag.<?linebreak?>Ik ben vandaag met  twee  van uw collega's  en  [naam 1]  aangegaan  op  het  adres  waar [verdachte] met de  kinderen  ingeschreven  staan. Dit  is  het  adres  [adres 1]  te<?linebreak?>[adres 2] . De  woning was  afgesloten middels  rolluiken.  De  personenauto van [verdachte]<?linebreak?>welke  voorzien  is  van  het  kenteken [kenteken]   ( [land] ) stond niet bij  de<?linebreak?>woning. Ik  heb  op  het  rolluik getikt,  maar  kreeg geen  reactie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 8-9)</emphasis>
        <?linebreak?>Op 4 januari 2022 omstreeks 13.15 uur waren wij belast met de aanhouding van verdachte [verdachte] .<?linebreak?>Uit  informatie  van het  Leger  Des  Heils  zouden  de  verdachte  en  haar<?linebreak?>kinderen  vermoedelijk op  het  adres  [adres 1]  te  [adres 2] verblijven.<?linebreak?>Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zagen dat [verdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de woning aanwezig waren.  Betrokkenen:<?linebreak?>[slachtoffer 1] , geboren op [2010] en<?linebreak?>[slachtoffer 2] , geboren op [2011] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 5 januari 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 18-22)</emphasis>
        <?linebreak?>Op dit moment heeft het Leger des Heils het gezag over de kinderen. <?linebreak?>Ik moest de kinderen naar hun vader brengen om te spelen en te wandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verb: Ik heb begrepen dat er een omgangsregeling is  met betrekking tot u,  uw kinderen en hun vader [vader] , wat houdt die omgangsregeling volgens u in?<?linebreak?>A: Daar stond in dat ik  mijn kinderen dinsdag 4 januari en woensdag 5 januari naar hun vader moest brengen. </para>
      <para>Ik kon mijn kinderen niet naar de vader brengen op 4 januari. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verb.: lk heb begrepen dat de kinderen van maandag 3 januari 2022, 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022, 13.00 uur bij  hun vader zouden verblijven, wat kunt u daar over zeggen?<?linebreak?>A: lk heb zondag een boostervaccinatie gehad. Ik was daar maandag echt ziek van. En ik had die afspraak op dinsdag  bij  de ambassade.<?linebreak?>Van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot mijn aanhouding zijn de kinderen in mijn beheer geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Beschikking van de rechtbank Den Haag d.d. 4 november 2021, met betrekking tot voorlopige voogdij, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: (pag. 26-27)</emphasis>
        <?linebreak?>belast Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering met de voorlopige<?linebreak?>voogdij over de minderjarige kinderen:<?linebreak?>- [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 1] , en<?linebreak?>- [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 1] ,<?linebreak?>van 4 november 2021 tot het moment waarop een eventuele beslissing tot teruggeleiding ten<?linebreak?>uitvoer zal zijn gelegd.<?linebreak?>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Een schriftelijk bescheid, te weten een mail van [naam 1] d.d. 30 december 2021, 4:38:19 PM aan (onder meer) [verdachte] voor zover inhoudende (aanvullend, pag. 7)</emphasis>
        <?linebreak?>Beste [verdachte] en [vader] ,<?linebreak?>De Rechtbank heeft in een beschikking van 29 december 2021 gelast de terugkeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar [land] uiterlijk op 5 januari 2022.<?linebreak?>De vader is momenteel in Nederland en heeft vandaag van 13.00 uur tot 14.00 uur omgang met de kinderen gehad onder begeleiding van de jeugdbeschermers. Dit contactmoment is positief verlopen.<?linebreak?>In het kader van de voorlopige voogdijmaatregel hebben de jeugdbeschermers onderstaand plan opgesteld:<?linebreak?>Vrijdag 31 december 2021: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben van 12.00 uur tot 16.00 uur omgang met de vader.<?linebreak?>De vader informeert de moeder over op welke locatie de omgang plaatsvindt. De moeder haalt en brengt de kinderen van en naar de omgang.<?linebreak?>Van 31 december 2021 16.00 uur tot maandag 3 januari 2022 12.00 uur zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de moeder.<?linebreak?>De vader informeert de moeder over op welke locatie hij de kinderen maandag 3 januari 2022 om 12.00 uur kan ontvangen. De moeder brengt de kinderen naar de vader.<?linebreak?>[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verblijven van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022 13.00 uur bij de vader.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Een schriftelijk bescheid, te weten een mailbericht van [naam 1] , Leger de Heils, aan [verdachte] d.d. 30 december 2021 18.16 uur, voor zover inhoudende, (aanvullend)</emphasis>
        <?linebreak?>Beste [verdachte] , <?linebreak?>Het plan wat in onze mail staat, wat tevens telefonisch met u is besproken, is duidelijk. We verwachten dat u meewerkt aan onderstaand plan. <?linebreak?>[afkorting 2] heeft in het kader van de voogdijmaatregel de omgang bepaald en u dient mee te werken aan de omgangsregeling zoals door [afkorting 2] is bepaald. <?linebreak?>Middels deze mail attenderen we u erop dat wanneer u de kinderen aan toezicht onttrekt (u met de kinderen vertrekt), u strafbaar ben en [afkorting 2] hiervan aangifte zal doen.  <?linebreak?>In het kader van de voorlopige voogdijmaatregel hebben de jeugdbeschermers onderstaand plan opgesteld: <?linebreak?>Vrijdag 31 december 2021: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben van 12.00 uur tot 16.00 uur omgang met de vader. De vader informeert de moeder over op welke locatie de omgang plaatsvindt. De moeder haalt en brengt de kinderen van en naar de omgang. <?linebreak?>Van 31 december 2021 16.00 uur tot maandag 3 januari 2022 12.00 uur zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de moeder. <?linebreak?>De vader informeert de moeder over op welke locatie hij de kinderen maandag 3 januari 2022 om 12.00 uur kan ontvangen. De moeder brengt de kinderen naar de vader. <?linebreak?>[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verblijven van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022 13.00 uur bij de vader.   <?linebreak?>[naam 1] <?linebreak?>Jeugdbeschermer  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging. </title>
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de omgangsregeling met betrekking tot de twee minderjarige kinderen met de vader, zoals deze door het Leger des Heils is vastgesteld en ook aan verdachte per mail is medegedeeld, niet is nagekomen. Het Leger des Heils had de bevoegdheid deze omgangsregeling vast te stellen, omdat het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering op dat moment op grond van de beschikking van de rechtbank Den Haag van 4 november 2021 was belast met de voorlopige voogdij over deze minderjarige kinderen. </para>
      <para>Verdachte heeft haar kinderen niet op de vastgestelde tijd naar de vader van de kinderen gebracht, waardoor verdachte zich niet aan deze omgangsregeling heeft gehouden. Uit de jurisprudentie volgt dat sprake is van onttrekking van het ouderlijk gezag indien een ouder een omgangsregeling zoals in het onderhavige geval frustreert zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zoals hierna bewezen is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat verdachte genoodzaakt was nieuwe reisdocumenten aan te vragen bij de [nationaliteit] ambassade, teneinde te voldoen aan de beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 december 2021 om de kinderen uiterlijk op 5 januari 2022 terug te kunnen brengen naar [land] . </para>
      <para>In de mail van het Leger des Heils is immers aangegeven dat de vader van de kinderen de paspoorten van de kinderen zou meenemen. Er was derhalve geen noodzaak voor verdachte, op het moment van de omgangsregeling, met de kinderen naar de ambassade te gaan om nooddocumenten aan te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewezenverklaring.</title>
    <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 in Nederland, opzettelijk twee minderjarigen, te weten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 2] en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 2] ,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende.</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van verdachte.</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 4 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren geëist.  </para>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het raadzaam te bepalen dat op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf wordt opgelegd. </para>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaststaat dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de omgangsregeling, zoals deze door het Leger des Heils, belast met de voorlopige voogdij, is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat dit nadelig en belastend is geweest voor de kinderen, nu de kinderen uiteindelijk door de politie uit de woning van moeder zijn gehaald, hun moeder is aangehouden en zij aan hun vader zijn overgedragen. </para>
      <para>Dat verdachte de indruk had dat deze omgangsregeling op gespannen voet stond met de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 december 2023 is voorstelbaar. Dit doet er echter niet aan af dat verdachte gehouden was de omgangsregeling die door de voogdijinstelling was vastgesteld na te komen.</para>
      <para>Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 1 januari 2024 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. </para>
      <para>Vaststaat dat verdachte in  [land] een periode in detentie heeft gezeten, voor onttrekking aan het gezag van haar kinderen en daardoor al is gewezen op de ernst van het delict. </para>
      <para>Sinds het plegen van het feit en de uiteindelijke berechting is voorts  een periode van ruim twee jaar gelegen.</para>
      <para>Op grond van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een straf thans geen toegevoegde waarde meer heeft en geen redelijk doel dient. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal dan ook bepalen dat geen straf zal worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. H.M. Hettinga, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.J.A. Donkersloot en mr. A.H.J. Saes, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 29 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ae64ccbe-85ab-4a43-9eee-b87f0a2c2527" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, district ’s-Hertogenbosch, districtsrecherche ’s-Hertogenbosch met registratienummer PL2100-2022002804, afgesloten op 12 februari 2022, digitale nummering pag. 1 tot en met 39.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>