<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:4558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T13:50:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/407436 / HA ZA 24-522</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4558">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-03T08:20:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4558 Rechtbank Oost-Brabant , 02-10-2024 / C/01/407436 / HA ZA 24-522</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4558:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak, tussenvonnis. Op de vorderingen van eiseres is Indonesisch recht van toepassing. In de dagvaarding en de producties ontbreekt een toelichting daarover. Eiseres moet haar vorderingen nader toelichten binnen de kaders van het Indonesische recht. Voor zover zij haar vorderingen op Nederlands recht baseert (wettelijke handelsrente op grond van 6:119a BW en buitengerechtelijke kosten op grond van het Besluit), moet zij nader toelichten waarom dat recht van toepassing is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4558:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Oost-Brabant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/01/407436 / HA ZA 24-522</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PT. TRITON ONE INDONESIA</emphasis>, </para>
      <para>te Tangerang (Indonesië),</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. M.J.S. van der Vorst,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SEMTEX B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Best,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- het tegen gedaagde verleende verstek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij is gevestigd in Indonesië. De zaak heeft daarmee een internationaal karakter, wat maakt dat de rechtbank eerst moet toetsen of zij bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Gedaagde is immers gevestigd in Nederland. Op grond van artikel 4, lid 1 van de Verordening (EG) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de Herschikte EEX-Verordening) is de rechtbank dan bevoegd om van het voorliggende geschil kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiseres vordert in deze procedure, samengevat:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>betaling van USD 35.370,90 aan hoofdsom en rente (tot 25 mei 2024), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de toepasselijke rente van 25 mei 2024 tot aan de dag der dagvaarding,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>betaling van de buitengerechtelijke kosten van USD 1.091,40,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>betaling van de beslagkosten van € 1.474,00, te vermeerderen met de kosten van de deurwaardersexploiten voor beslag en tweemaal overbetekening volgens het Btag-tarief,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een verklaring voor recht dat gedaagde schadeplichtig is jegens eiseres vanwege de onregelmatige beëindiging van hun samenwerking,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>betaling van de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de nakosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Eiseres legt hieraan - kort samengevat - ten grondslag, dat zij door gedaagde bestelde kleding in China heeft geproduceerd en aan gedaagden in Nederland heeft geleverd op basis van een aantal koopovereenkomsten. Gedaagde heeft een aantal facturen onbetaald gelaten en heeft bovendien abrupt de jarenlange samenwerking tussen partijen beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De vorderingen van eisers zijn gebaseerd op koopovereenkomsten. Partijen hebben geen rechtskeuze gemaakt. Op grond van artikel 4 lid 1 onder a van de verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I), is dan het Indonesisch recht op de voorliggende vorderingen van toepassing. </para>
        <para>Op basis van de inhoud van de dagvaarding en de producties kan de rechtbank echter niet beoordelen of de vorderingen van eiseres toewijsbaar zijn naar Indonesisch recht. Een toelichting op dat punt ontbreekt. Eiseres beperkt zich tot de stelling dat Indonesisch recht van toepassing is en dat is onvoldoende.</para>
        <para>De rechtbank zal eiseres in de gelegenheid gesteld haar vorderingen binnen de kaders van het Indonesisch recht nader toe te lichten. Voor zover eiseres haar vorderingen op het Nederlandse recht baseert (de rechtbank wijst hierbij op gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten), moet zij nader toelichten waarom dat recht van toepassing is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 9 oktober 2024</emphasis> voor het nemen van een akte door eiseres over wat is vermeld onder 2.3.,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>