<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:4142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-11T10:39:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11146448</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-11T10:39:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4142 Rechtbank Oost-Brabant , 30-08-2024 / 11146448</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>herstelvonnis, explootkosten</para>
        <para>Herstelvonnis in kort geding. De bepaling dat gedaagde eerst moet worden aangeschreven tot betaling van de proceskosten, en dat het vonnis wordt betekend als de gedaagde daaraan niet tijdig voldoet, dient achterwege te blijven in geval van ontruiming in kort geding, omdat eisende partij een spoedeisend belang heeft bij die ontruiming.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:4142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11146448 \ CV EXPL  24-4009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis in kort geding van 30 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon<emphasis role="bold"> GEMEENTE EINDHOVEN</emphasis>, </para>
      <para>zetelende te Eindhoven,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de Gemeente,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. K.M.G. Verkleij en D.A.M. Veen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.A.M. van Hoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 21 augustus 2024 heeft de Gemeente aan de kantonrechter verzocht om herstel van het op 16 augustus 2024 in deze zaak gewezen vonnis. De gemeente stelt dat r.o. 5.1 en r.o. 5.3 tegenstrijdig zijn, omdat r.o. 5.3 tot gevolg heeft dat de Gemeente pas tot betekening van het vonnis kan overgaan als veertien dagen na de aanschrijving tot betaling van de proceskosten zijn verstreken, terwijl in r.o. 5.1 is opgenomen dat [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis het pand dient te verlaten. Deze korte termijn is gerechtvaardigd en van belang in een kort geding procedure, waarbij sprake is van spoedeisendheid, aldus de Gemeente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 22 augustus 2024 heeft de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij e-mailbericht van 27 augustus 2024 heeft [gedaagde] laten weten dat zij geen bezwaar heeft tegen de voorgestelde verbetering. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat in de veroordeling onder 5.3. de bepaling “te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe” per vergissing is opgenomen, nu de veroordeling onder 5.1 afhankelijk is gesteld van betekening van het vonnis. Die veroordeling is toegewezen omdat de Gemeente daarbij een spoedeisend belang heeft. Er is geen grond voor het voorschrift dat de Gemeente [gedaagde] eerst moet aanschrijven en pas na 14 dagen na aanschrijving zou mogen betekenen. </para>
        <para>Naar het oordeel van de kantonrechter betreft dit een fout die zich op de voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering leent voor eenvoudig herstel. Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat tot verbetering van het vonnis moet worden overgegaan. Dit leidt tot de navolgende beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat in het dictum van het op 16 augustus 2024 tussen de Gemeente en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.215,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wordt gewijzigd in </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.215,72, te vermeerderen met de explootkosten van betekening in geval van betekening van het vonnis;”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum van heden wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 16 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.F.M.T. Franke en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>30 augustus 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>