<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:3695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-30T10:09:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/404499 / HA ZA 24-319</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:3695">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:3695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T08:35:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:3695 Rechtbank Oost-Brabant , 14-08-2024 / C/01/404499 / HA ZA 24-319</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:3695:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>(incident verwijzing naar kantonrechter): Partijen hebben een huur- en een koopovereenkomst gesloten over een woning in Andorra. Eisende partij vordert in de hoofdzaak verklaringen voor recht over de rechtsgeldigheid van de huur- en de koopovereenkomst en nakoming van de koopovereenkomst. Gedaagde partij vordert verwijzing naar de kantonrechter, omdat er sprake zou zijn van huurkoop. Of sprake is van huurkoop hoeft niet te worden beoordeeld, omdat de zaak (alleen al) door de kantonrechter moet worden behandeld vanwege de verklaring voor recht over de huurovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:3695:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="93ad93f3-e8a3-4ea9-b4cc-6058edf6877b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1a297706-ac63-4881-b8e0-87d925690ea6" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/404499 / HA ZA 24-319</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ( [land] ),</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. Y.H.M. van Mierlo te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C.G. Huijsmans te Goes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot verwijzing naar de kantonrechter</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="underline">in de hoofdzaak</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vorderen – samengevat:</para>
        <para>I	voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst en de koopovereenkomst d.d. 6 maart 2019 tussen partijen rechtsgeldig zijn overeengekomen,</para>
        <para>II	[gedaagden]  te veroordelen om tot nakoming van de koopovereenkomst over te gaan, waarbij [gedaagden] op eerste verzoek van [eisers] moeten verschijnen op het kantoor van de transporterende notaris op een door [eisers] aangegeven datum en tijdstip om hun medewerking te verlenen aan de notariële levering van de woning, plaatselijk bekend als [adres] [woonplaats] ( [plaats] te [A] [land] ) aan [eisers] en aan het verstrekken van de hypotheek,</para>
        <para>III	te bepalen dat indien [gedaagden] na de datum van het vonnis en daartoe uitgenodigd, niet op eerste verzoek voldoen aan de veroordeling, het vonnis in de plaats komt van de ontbrekende instemmende wilsverklaring van [gedaagden] in de notariële</para>
        <para>leveringsakte,</para>
        <para>IV	[gedaagden] te veroordelen om aan [eisers] te voldoen een bedrag aan boete van € 19.950,-, welk bedrag iedere dag met € 350,- oploopt (met een maximum van </para>
        <para>€ 35.000,-) zo lang [gedaagden] niet tot nakoming van de koopovereenkomst overgaan, </para>
        <para>V	[gedaagden] te veroordelen aan [eisers] een bedrag van € 974,50 aan buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voeren verweer. Zij stellen zich op het standpunt dat de afspraken tussen partijen gekwalificeerd moeten worden als een huurkoopovereenkomst. De vorderingen van [eisers] , die zien op een huurovereenkomst en (nakoming van) een koopovereenkomst, kunnen daarom niet worden toegewezen. [gedaagden] doen verder een beroep op de ontbindende voorwaarde in artikel 23 van de ‘koopovereenkomst’. De vorderingen onder II en III kunnen ook niet worden toegewezen, omdat zij voor wat betreft ‘het verstrekken van de hypotheek’ onvoldoende bepaalbaar zijn, aldus [gedaagden]  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] vorderen dat de rechtbank de zaak verwijst naar de kamer voor kantonzaken. Als de afspraken tussen partijen kwalificeren als een huurovereenkomst, heeft dat invloed op de bevoegdheid van de rechter. Volgens [gedaagden] moeten de afspraken waarover partijen een geschil hebben echter worden gekwalificeerd als huurkoop en is de kantonrechter op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv bij uitsluiting bevoegd om van dit geschil kennis te nemen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eisers] voeren verweer. Zij stellen dat partijen hebben gesproken over een huurovereenkomst en niet over een huurkoopovereenkomst. Het is in ieder geval geen overeenkomst met een strekking als huurkoopovereenkomst. Nu de vordering niet als aardvordering kan worden aangemerkt, is de handelsrechter op grond van de koopovereenkomst tussen partijen bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] wonen in [land] en [gedaagden] wonen in [land] . De zaak heeft daarmee een internationaal karakter. De rechtbank moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering van [eisers] kennis te nemen. Op grond van artikel 25 Verordening Brussel  I-bis<footnote-ref linkend="_58c9f678-64af-4411-ab14-ab26101399e9" /> is deze rechtbank bevoegd, omdat partijen zowel in de schriftelijke ‘huurovereenkomst’ als in de schriftelijke ‘koopovereenkomst’ rechtbank ‘s-Hertogenbosch - dit is nu: rechtbank Oost-Brabant -hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen tussen hen en deze overeenkomsten naar Nederlands recht niet nietig zijn wat hun materiële geldigheid betreft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de vordering van [eisers] een onderwerp dat op grond van artikel 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. De rechtbank licht dit toe. [eisers] vorderen onder meer een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst van 6 maart 2019 tussen partijen rechtsgeldig is overeengekomen. Omdat zaken betreffende een huurovereenkomst door de kantonrechter worden behandeld, moet deze zaak (alleen al daarom) worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Dat [eisers] hun andere vorderingen hebben ingesteld op grond van de koopovereenkomst van 6 maart 2019, staat daaraan niet in de weg. In artikel 94 lid 2 Rv is namelijk bepaald dat indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder c, deze vorderingen alle door de kantonrechter worden behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Nu beide overeenkomsten op dezelfde datum zijn ondertekend en in de koopovereenkomst (voor wat betreft de betaling en de juridische overdracht) wordt verwezen naar de huurovereenkomst, verzet de samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling. Omdat zowel bij het oordeel dat sprake is van huurkoop als bij het oordeel dat sprake is van huur en koop de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, hoeft in het kader van dit incident niet te worden beoordeeld of de afspraken tussen partijen kwalificeren als een overeenkomst van huurkoop. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gelet op de forumkeuze voor rechtbank ’s-Hertogenbosch in de huurovereenkomst en in de koopovereenkomst, zal de zaak worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken, locatie ’s-Hertogenbosch. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:</para>
      <para>- salaris advocaat                 € 614,00 (1 punt × tarief II)</para>
      <para>- nakosten                            <emphasis role="underline">€ 178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal                                   € 792,00 </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu de zaak door de kantonrechter verder wordt behandeld, zijn [gedaagden] (alsnog) geen griffierecht verschuldigd als gedaagde partij en zijn [eisers] een lager bedrag aan griffierecht verschuldigd. Het (teveel) in rekening gebrachte griffierecht zal door de griffier van de rechtbank worden terugbetaald. Er bestaat dan ook geen aanleiding om, zoals [gedaagden] verzoeken, [eisers] te veroordelen tot vergoeding van het aan [gedaagden] in rekening gebrachte griffierecht. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie ‘s-Hertogenbosch, op <emphasis role="bold">29 augustus 2024 om 9.00 uur</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_58c9f678-64af-4411-ab14-ab26101399e9" label="1">
    <para> Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken nr. 1215/2012 d.d. 12 december 2012.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>