<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2024:2317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T14:19:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/870</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:2317">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:2317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T14:18:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:2317 Rechtbank Oost-Brabant , 22-05-2024 / 22/870</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2024:2317:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkeersbesluit. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Eiser heeft geen zienswijze ingediend wat hem redelijkerwijs is te verwijten (a.b.i. artikel 6:13 Awb). Niet aannemelijk dat het verkeersbesluit aanzienlijke gevolgen voor het milieu heeft (dus geen Aarhus-zaak). Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2024:2317:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SHE 22/870</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van</title>
    <bridgehead role="bold">22 mei 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J.M.J. Heutink).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser op 22 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van het college en namens het college [naam] deelgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank na een onderbreking voor raadkameroverleg mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen een verkeersbesluit van het college. Voordat dit beroep op de zitting van de rechtbank is behandeld is er globaal het volgende gebeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 15 december 2021 heeft het college een ontwerp-verkeersbesluit genomen Dit is op 22 december 2021 gepubliceerd.<footnote-ref linkend="_d843e220-9983-4cd0-ac0b-f5cacd0b22a5" /> In dit ontwerp-verkeersbesluit staat dat belanghebbenden zes weken de tijd hebben om daarover een zienswijze naar voren te brengen,<footnote-ref linkend="_d285911e-b070-4d9a-9c3f-5c066a4b0ff1" /> dus tot en met 2 februari 2022. Vervolgens heeft het college op 16 februari 2022 het verkeersbesluit genomen.<footnote-ref linkend="_28d1e604-97dc-49a2-9b76-796b1aa0e17e" /> Met het verkeersbesluit zijn diverse verkeersmaatregelen genomen die onder andere raken aan de verkeerssituatie op de kruising Kruisstraat-Nieuwe Fellenoord-Gildelaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiser en een aantal andere belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit, omdat zij het met diverse onderdelen van het verkeersbesluit niet eens zijn. Tijdens deze beroepsprocedures is het college in gesprek gebleven met omwonenden en heeft het onderzoeken uitgevoerd. Het college heeft de rechtbank verzocht de beroepsprocedures “in de wacht te zetten”<footnote-ref linkend="_76740ab5-f703-4d29-9c45-1d87cbfa29d5" /> om de uitkomsten van de gesprekken en onderzoeken af te wachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Naar aanleiding van die besprekingen en onderzoeken heeft het college op 9 februari 2023 nog een verkeersbesluit genomen.<footnote-ref linkend="_e71aac39-8a67-466e-95c0-4f71a8effbe4" /> Mede naar aanleiding van dat besluit hebben de andere belanghebbenden hun beroepsprocedures ingetrokken. Eiser wil zijn beroepsprocedure voortzetten, omdat hij vindt dat er (nog altijd) geen afdoende maatregelen zijn genomen om de in zijn ogen gevaarlijke situatie rondom de kruising Kruisstraat-Nieuwe Fellenoord-Gildelaan te doen verbeteren.</para>
      <para />
      <para>2. Het college vindt dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De reden daarvoor is dat eiser geen zienswijze over het ontwerp-verkeersbesluit van 15 december 2021 naar voren heeft gebracht wat volgens het college eiser redelijkerwijs is te verwijten. De wet zegt in zo’n geval dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.<footnote-ref linkend="_5c7bac9f-0d96-4855-b373-cd0fc7cf48f9" /> Het college wijst er nog op dat deze wettelijke regel door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is genuanceerd in bepaalde omgevingsrechtelijke zaken,<footnote-ref linkend="_11fd8d1f-50e8-4505-89fd-dd41779c3ac1" /> waaronder ook deze zaak kan vallen.<footnote-ref linkend="_1744cb30-e5a8-44b5-ac21-625f8438ae8d" /> In dat geval is het wel aan eiser om aannemelijk te maken dat het verkeersbesluit aanzienlijke gevolgen voor het milieu heeft.<footnote-ref linkend="_c78d186f-4a18-4707-abde-86c1e680145a" /> Het college betwist dat van dergelijke gevolgen sprake is en wijst erop dat eiser het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt.</para>
      <para />
      <para>3. Eiser erkent dat hij geen zienswijze over het ontwerp-verkeersbesluit naar voren heeft gebracht. Op de zitting heeft eiser gezegd dat hij dacht dat het naar voren brengen van een zienswijze alleen iets was voor specialisten of deskundigen. De rechtbank vindt dat ook met die uitleg het eiser redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht. In het ontwerp-verkeersbesluit van 15 december 2021 staat namelijk niets waaruit kan worden opgemaakt dat het naar voren brengen van zienswijzen alleen voor specialisten of deskundigen zou zijn. Uit de Nota van zienswijzen blijkt verder dat diverse andere omwonenden wel een zienswijze naar voren hebben gebracht. De opvatting van eiser over de zienswijzeprocedure was in dit geval kennelijk geen gemeengoed. Tot slot is eiser het met het college eens dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het verkeersbesluit aanzienlijke gevolgen voor het milieu heeft. Gelet hierop moet het beroep van eiser – zoals door het college terecht is bepleit – niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
      <para>4. Van eiser is per abuis een te laag griffierecht (van € 50) geheven. Dat heeft de rechtbank pas kort voor de zitting geconstateerd. Dat, en ook de looptijd van deze procedure, is voor de rechtbank aanleiding de griffier niet alsnog op te dragen het restant van het daadwerkelijk verschuldigde griffierecht van (€ 184 - € 50 =) € 134 van eiser te heffen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechter deelt mede dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2024 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.L. Verbruggen, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>rechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d843e220-9983-4cd0-ac0b-f5cacd0b22a5" label="1">
    <para> Gemeenteblad 2021, 464027.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d285911e-b070-4d9a-9c3f-5c066a4b0ff1" label="2">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28d1e604-97dc-49a2-9b76-796b1aa0e17e" label="3">
    <para> Gemeenteblad 2022, 77566.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76740ab5-f703-4d29-9c45-1d87cbfa29d5" label="4">
    <para> In juridisch jargon: aan te houden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e71aac39-8a67-466e-95c0-4f71a8effbe4" label="5">
    <para> Gemeenteblad 2023, 61482. Dit besluit is een rectificatie van het verkeersbesluit van 3 februari 2023 – gepubliceerd in Gemeenteblad 2023, 52956 – waarin een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing stond.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c7bac9f-0d96-4855-b373-cd0fc7cf48f9" label="6">
    <para> Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11fd8d1f-50e8-4505-89fd-dd41779c3ac1" label="7">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1744cb30-e5a8-44b5-ac21-625f8438ae8d" label="8">
    <para> ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1981.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c78d186f-4a18-4707-abde-86c1e680145a" label="9">
    <para> Rechtbank Limburg 12 februari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:675.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>