<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2023:2050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-15T12:52:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/392429 FT RK 23/223 en C/01/392430 FT RK 23/224</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Insolventierecht 2023/107</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:2050">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:2050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T09:06:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2023:2050 Rechtbank Oost-Brabant , 25-04-2023 / C/01/392429 FT RK 23/223 en C/01/392430 FT RK 23/224</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2023:2050:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA; verzoek verlenging afkoelingsperiode; behandeling en beslissing na verstrijken afkoelingsperiode; voorziening ex artikel 379 lid 1 Fw.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2023:2050:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Team toezicht – Insolventies – meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verzoek verlenging afkoelingsperiode</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: </para>
      <para>C/01/392429   FT RK 23/223</para>
      <para>C/01/392430   FT RK 23/224</para>
      <para>
        <?linebreak?>uitspraakdatum: 25 april 2023 <?linebreak?></para>
      <para>beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376, lid 5 Faillissementswet van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [A B.V.] ,</emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , [adres] , </para>
      <para>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [A] ,</para>
      <para>
        <?linebreak?>en<?linebreak?></para>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [B B.V.] ,</emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , [adres] ,</para>
      <para>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [B]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: verzoeksters. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>1.	De procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeksters hebben elk op 25 november 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie gedeponeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij brief van 25 november 2022, diezelfde datum ter griffie ontvangen, hebben verzoeksters de rechtbank verzocht voor elk ex artikel 371 Fw een herstructureringsdeskundige te benoemen en bij toewijzing van dit verzoek voor elk ex artikel 3d (juncto artikel 376) Fw een afkoelingsperiode te gelasten voor een periode van vier maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 16 december 2022 is – kort weergegeven – een afkoelingsperiode van vier maanden, ingaande 23 december 2022, afgekondigd en is<?linebreak?>mr. I.C.J.C van der Klunert, advocaat te Eindhoven, aangewezen tot herstructureringsdeskundige in de besloten akkoordprocedure van verzoeksters.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 21 april 2023 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ontvangen strekkende tot het voor elk van de verzoeksters afkondigen van een verlenging van de afkoelingsperiode met vier maanden vanaf 23 april 2023. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat onderhavig verzoek is ingediend vóór het verstrijken van de termijn van de bij beschikking van 16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode, zodat verzoeksters ontvankelijk zijn in hun verzoek. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De rechtbank acht het voor de te maken belangenafweging noodzakelijk dat de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [C B.V.] en [D B.V.] (hierna te noemen: [C] c.s.), die op 10 november 2022 verzoekschriften tot faillietverklaring van verzoeksters ter griffie hebben ingediend, als belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk hun zienswijze op onderhavig verzoek te geven. De rechtbank zal [C] c.s. daartoe een redelijke termijn verlenen. [C] c.s. zullen tevens in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen aan de mondelinge behandeling van het verzoek. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechtbank acht het voor de te maken belangenafweging tevens noodzakelijk dat de herstructureringsdeskundige, mr. I.C.J.C. van der Klundert, schriftelijk haar zienswijze op onderhavig verzoek kenbaar maakt. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande en om organisatorische redenen die de rechtbank betreffen<?linebreak?>bestond er voor de rechtbank geen mogelijkheid om onderhavig verzoek te behandelen en daarop te beslissen voorafgaand aan het verstrijken van de bij beschikking van <?linebreak?>16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De rechtbank zal vanwege het vorenstaande een voorziening ex artikel 379 eerste lid Fw treffen, zoals in het dictum onder 3.6 is omschreven.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De rechtbank bepaalt datum en tijdstip waarop verzoeksters middels een digitale zitting zullen worden gehoord op hun verzoek tot verlenging van de afgekondigde afkoelingsperiode. Ook de herstructureringsdeskundige zal voor deze zitting worden uitgenodigd. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>bepaalt dat verzoeksters een kopie van onderhavig verzoek (met bijlagen) alsmede een kopie van deze beslissing, uiterlijk 26 april 2023 per e-mail aan (de advocaat van) [C] c.s. zenden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>bepaalt dat [C] c.s. in de gelegenheid worden gesteld om tot uiterlijk woensdag 10 mei 2023 te 17:00 uur schriftelijk, per e-mail hun zienswijze op onderhavig verzoek aan de rechtbank kenbaar te maken, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan <?linebreak?>mr. G. Wessels, advocaat van verzoeksters;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>draagt de herstructureringsdeskundige op om uiterlijk woensdag 10 mei te 17:00 uur schriftelijk per e-mail haar zienswijze op onderhavig verzoek aan de rechtbank kenbaar te maken, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan mr. Wessels, advocaat voornoemd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>bepaalt dat verzoeksters en de herstructureringsdeskundige op vrijdag 26 mei 2023 te 10:00 uur via een digitale zitting door de rechtbank zullen worden gehoord en roept verzoeksters en de herstructureringsdeskundige op om op laatstgenoemde datum en tijdstip ter zitting te verschijnen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>bepaalt dat wanneer [C] c.s. aanwezig willen zijn bij de mondelinge behandeling van het verzoek op vrijdag 26 mei 2023 te 10:00 uur, zij bij de rechtbank per e-mail (<emphasis role="underline">insolventie.obr@rechtspraak.nl</emphasis>) een link voor de mondelinge behandeling kunnen opvragen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>bepaalt dat de bij beschikking van 16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode voortduurt totdat de eindbeslissing op onderhavig verzoek is gegeven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. V.G.T. van Emstede, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en mr. M.D.E. Leppens en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2023, in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>