<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2022:5707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T14:42:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/242654-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:5707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:5707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-27T08:03:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:5707 Rechtbank Oost-Brabant , 23-12-2022 / 01/242654-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2022:5707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt vrijgesproken van het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheden van een verboden verklaarde motorclub.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2022:5707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2b84e8a5-5aca-4121-aca0-c4bd4d2074fb" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="d52f010f-bb6c-43d6-bc6d-e13857b8c7ac" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch </para>
      <para>Team strafrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01.242654.21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 23 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 02 november 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 1 juni 2020 te Eindhoven, heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, namelijk [motorclub 1] , door</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- gekleed in een vest waarop op de voorzijde de tekst “ [motorclub 1] ”, “1%” en/of “bad </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">company” stond vermeld en/of op de achterzijde het logo van [motorclub 1] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> - of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat van [motorclub 1] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- gekleed in een t-shirt met het logo van [motorclub 1] - of in elk geval een </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op dat van [motorclub 1] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of de tekst “BF 1% FB” en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met een motorvoertuig met daarop een sticker met het logo van [motorclub 1] </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [motorclub 1] - of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat van [motorclub 1] en/of de tekst “1% [motorclub 2] ”,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">over de openbare weg, te weten de Vigliuslaan en/of Catharinaplein, te rijden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie.</title>
    <para>Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden en de daarop ter zitting van 9 december 2022 gegeven aanvulling, heeft de officier van justitie tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit gerekwireerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging.</title>
    <para>Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de verdediging integrale vrijspraak van de verdachte bepleit.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak.</title>
    <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat zij de verdachte daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is tenlastegelegd het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheden van de verboden verklaarde organisatie [motorclub 1] door kleding te dragen en zichtbaar goederen bij zich te hebben die verband houden met [motorclub 1] / [motorclub 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [motorclub 1] is bij onherroepelijke beslissing van de Hoge Raad van 24 april 2020 (ECLI:NL:HR:2020:797) verboden verklaard, omdat de werkzaamheid ervan in strijd is met de openbare orde. Het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] is daarmee strafbaar en levert een schending van artikel 140 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op. De lokale Nederlandse [motorclub 1] chapters en de wereldwijde tak van [motorclub 1] zijn (tot op heden) niet verboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft recent op 12 oktober 2022 een arrest gewezen (ECLI:NL:GHSHE:2022:3486) over het dragen van kleding en het hebben van goederen die verband houden met [motorclub 1] dan wel de lokale Nederlandse [motorclub 1] chapters, en deelname aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] . Het gerechtshof geeft in zijn arrest overzichtelijk het strafrechtelijk kader, inclusief wetsgeschiedenis, weer van artikel 140 lid 2 Sr. De rechtbank verwijst naar dit arrest voor dit kader. Het gerechtshof overweegt aan de hand van de wetsgeschiedenis dat het voor de vaststelling of sprake is van de voortzetting van de werkzaamheden van een verboden organisatie, vereist is om te bezien of de gedraging van de verdachte ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie. Daarbij dien(t)(en) de tenlastegelegde gedraging(en) van de verdachte een aandeel te hebben in, dan wel de voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde en ontbonden rechtspersoon te ondersteunen, waardoor een verboden organisatie voort gaat op een wijze die in strijd is met de openbare orde. Het gerechtshof concludeert vervolgens:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof acht tegen de achtergrond van hetgeen in het voorgaande is weergegeven </emphasis>(rechtbank: het juridisch kader inclusief wetgeschiedenis van artikel 140 lid 2 Sr)<emphasis role="italic">, ondanks dat volgens de wetgever dienaangaande een ruime uitleg dient te worden gehanteerd, het tenlastegelegde – zijnde het enkel lopen van de verdachte naar de ingang van het gerechtsgebouw, zijnde een publieke ruimte, terwijl hij gekleed is met een baseballpet met een opdruk van het logo en de naam van de [motorclub 1] en een T-shirt met een opdruk van het logo van de [motorclub 1] en de namen [motorclub 1] en Sittard en in het bezit is van een heuptasje met de opdruk BF 1% FB – gezien de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, niet een gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie. Het uiterlijk vertoon dat bestaat uit het zichtbaar hebben van kleding en goederen dat verband houdt met een verboden en ontbonden organisatie kan wellicht als maatschappelijk onwenselijk worden gezien, te meer omdat het plaatsvond in een publieke ruimte. Maar tegen de achtergrond van met name de in de kamerstukken gegeven voorbeelden van voortzettingsgedragingen zoals opgenomen bij de Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 2021, 310) – waar volgens het hof (meer) nadrukkelijk de gerichtheid van de genoemde gedragingen ter zake van de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden verklaarde organisatie voorop staat – wordt naar het oordeel van het hof het tenlastegelegde gedrag van de verdachte enkel gezien als een ongerichte, individuele gedraging van een voormalig lid van de inmiddels verboden verklaarde organisatie. Deze gedraging kan volgens het hof echter niet worden aangemerkt als het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer de rechtbank de overwegingen uit dit arrest toepast op de casus die hier voorligt, komt zij tot het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte reed op de openbare weg, in kleding en met een motor met daarop stickers die verband houden met [motorclub 1] / [motorclub 2] . De verdachte reed samen met één vriend, die zelf ook op een motor reed, toen de politie hem aanhield vanwege de voornoemde kleding en stickers. De verdachte was eerder die dag al een keer staande gehouden door de politie vanwege zijn kleding en stickers, maar mocht toen weer doorrijden. Gelet op de aard van voornoemde gedraging en de omstandigheden waaronder deze plaatsvond, acht de rechtbank dit een ongerichte, individuele gedraging van een voormalig lid van [motorclub 1] . Een dergelijke gedraging kan volgens de rechtbank niet worden aangemerkt als het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt voor de duidelijkheid nog op dat ook als het zou gaan om het dragen van kleding of het hebben van goederen van [motorclub 1] (en niet (mede) een lokaal [motorclub 1] chapter of [motorclub 2] ), de rechtbank tot vrijspraak zou overgaan. De rechtbank acht de gedraging van de verdachte dan immers nog steeds een ongerichte, individuele gedraging, die niet kan worden aangemerkt als het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag.</title>
    <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte, omdat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde en het (enkele) ongecontroleerde bezit van deze goederen niet in strijd is met de wet of het algemeen belang.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING: </para>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Teruggave van de inbeslaggenomen goederen, te weten: </title>
    <para>3 STK Sticker - [motorclub 1] ;</para>
    <para>1. STK Vest - Betreft lederen rocker [motorclub 1] (president);</para>
    <para>1. STK Shirt - [motorclub 1] t-shirt,</para>
    <para>aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon: [verdachte] .</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.J.W. Hermans en mr. W.B. Kok, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.M. Geboers, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 23 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W.B. Kok is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>