<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2022:5105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-01T16:25:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/386243 / JE RK 22-1385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=265a&amp;g=2015-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 265a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=265b&amp;g=2015-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 265b</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Jeugdrecht.nl JR-2022-0073</rdf:li>
          <rdf:li>JR-Updates.nl 2022-0073</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2022-0073</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:5105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:5105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-21T08:33:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:5105 Rechtbank Oost-Brabant , 18-10-2022 / C/01/386243 / JE RK 22-1385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2022:5105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Herroepen spoedmachtiging uithuisplaatsing omdat reeds een reguliere machtiging uithuisplaatsing is verleend. </para>
        <para>De GI stelt dat de kinderen alleen op een crisisgroep geplaatst kunnen worden als er een spoedmachtiging is verleend, maar ook een reguliere machtiging zou daartoe naar het oordeel van de kinderrechter toereikend moeten zijn. </para>
        <para>Bovendien biedt de wet geen mogelijkheid om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen als er al eenzelfde machtiging is verleend en deze nog geldig is (ook als het om een spoedmachtiging gaat).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2022:5105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/01/386243 / JE RK 22-1385</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 oktober 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Nadere beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>statutair gevestigd te Eindhoven, locatie 's-Hertogenbosch, </para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige A] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [A] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige B] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [B] .		</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking volgt op de beschikking van de kinderrechter van 6 oktober 2022 waarin een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [B] en [A] is verleend voor de duur van vier weken, dus tot 3 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft de zaak verder mondeling behandeld op 18 oktober 2022, met gesloten deuren. Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de vader,</para>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- [naam] en A [naam] namens de GI.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De openstaande verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter moet beoordelen of de spoedbeslissing van 6 oktober 2022 op goede gronden is genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft bovendien verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [B] en [A] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder of een pleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 30 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Spoedbeslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 6 oktober 2022 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [B] en [A] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een pleeggezin tot 3 november 2022, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De verzoeker en de belanghebbenden zijn inmiddels in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. De kinderrechter overweegt daarover het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [B] en [A] van 6 oktober 2022 ten onrechte is verleend. Op 30 augustus 2022 is reeds een machtiging tot uithuisplaatsing van [B] en [A] verleend. Deze machtiging geeft een titel om de kinderen op een groep of in een pleeggezin te plaatsen. De kinderen zijn in eerste instantie op een wachtlijst geplaatst voor een passende plek. In de nacht van 5 op 6 oktober 2022 heeft zich een acute situatie voorgedaan waardoor [B] en [A] direct uit huis geplaatst moesten worden. Volgens de GI was zij genoodzaakt om een spoedmachtiging te verzoeken omdat de crisisgroep [B] en [A] alleen wilde toelaten als er een spoedmachtiging uithuisplaatsing was verleend. Naar het oordeel van de kinderrechter volstaat de machtiging van 30 augustus 2022, die is verleend voor precies dezelfde soort plaatsing, echter om de door de GI gewenste uithuisplaatsing van de kinderen te bewerkstelligen. Niet valt in te zien waarom de kinderrechter daarvoor een nieuwe machtiging moest geven. Naar het oordeel van de kinderrechter heeft de GI daarom geen belang bij haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de machtiging naar het oordeel van de kinderrechter ten onrechte is verleend, herroept de kinderrechter de beslissing van de kinderrechter van 6 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent echter niet dat [B] en [A] terug naar huis mogen. De lopende machtiging van 30 augustus 2022 biedt immers een rechtsgeldige titel voor de uithuisplaatsing die op 6 oktober 2022 plaatsvond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Reguliere machtiging uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI vraagt ook om een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [B] en [A] voor de duur van de ondertoezichtstelling. Bij beschikking van 30 augustus 2022 is reeds een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 27 februari 2023. De kinderrechter vindt het nu nog te vroeg om een beoordeling te geven over de periode van 27 februari 2023 tot 30 augustus 2023. Hij weegt daarbij mee dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de lopende (eerste) machtiging redelijk recent werd verleend en de expiratiedatum van die machtiging nog tamelijk ver in de toekomst ligt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op dit moment nog niet duidelijk is of binnen drie maanden voorafgaand aan de expiratiedatum de huidige machtiging nog ten uitvoer wordt gelegd en niet van rechtswege zal komen te vervallen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de toetsing van een verlengingsverzoek pas tegen de expiratiedatum dient te geschieden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er op dit moment nog onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd op basis waarvan de kinderrechter nu al kan beoordelen in hoeverre de doelen op de expiratiedatum kunnen worden behaald. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De kinderrechter wijst dit verzoek daarom af.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>herroept de in de beschikking van 6 oktober 2022 verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [B] en [A] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is op 18 oktober 2022 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. L.J. Geerits, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Hout-Jansen als griffier, waarna de beschikking op 24 oktober 2022 op schrift is gesteld.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>