<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2022:4040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-23T08:51:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 22/016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:4040">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:4040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-23T08:49:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:4040 Rechtbank Oost-Brabant , 23-06-2022 / WR 22/016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2022:4040:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking na einduitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2022:4040:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="07b19084-942b-418d-9d8b-d2392de48565" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="908e0fe7-457e-4779-b225-ec463dd46bac" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 22/016</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 23 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Veldhoven</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. S.P.A. Wensink-Vergunst</emphasis>,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>De rechter behandelt de zaak met zaaknummer C/01/382771 / JE RK 22-853. De zaak gaat over de uithuisplaatsing van [naam] ( [naam] ), een zoon van verzoeker. De zaak is behandeld op de zitting van 16 juni 2022. Op die zitting heeft verzoeker de rechter gewraakt. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Van de zitting van 16 juni 2022 heeft de griffier proces-verbaal opgemaakt. Hieruit blijkt dat de betrokken partijen (GI, de gemachtigde van verzoeker, verzoeker zelf en de moeder van [naam] ) hun standpunt naar voren hebben gebracht. Vervolgens heeft de rechter de behandeling van de zaak geschorst. Bij de hervatting van de behandeling heeft de rechter opgemerkt: “Ik ga direct mondeling uitspraak doen. Ik ga de machtiging uithuisplaatsing van [naam] bij de andere ouder met gezag verlenen vanaf vandaag tot 21 oktober 2022, derhalve even lang als de machtiging uithuisplaatsing van [naam] ”. Daarna heeft verzoeker de rechter gewraakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Daarbij overweegt de wrakingskamer als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking op grond van artikel 5, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Oost Brabant zonder behandeling ter zitting aanstonds afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. De wet voorziet voorts niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het doen van een einduitspraak of tijdens het uitspreken van die uitspraak, wraking te verzoeken van een rechter die deze uitspraak heeft gedaan of doet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verzoeker heeft de rechter gewraakt nadat de rechter (mondeling) uitspraak had gedaan. De rechter had haar oordeel over de zaak dus reeds gevormd. Het wrakingsverzoek is te laat ingediend en daarom kennelijk niet-ontvankelijk.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Omdat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek bestaat geen reden voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 23 juni 2022 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter,</para>
      <para>mr. T. van de Woestijne en mr. S.M.J. Korthuis-Becks, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd de beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39 lid 5 Rv).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>