<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2022:3930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T11:05:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/382975 / HA ZA 22-343</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:3930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:3930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-14T08:23:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:3930 Rechtbank Oost-Brabant , 14-09-2022 / C/01/382975 / HA ZA 22-343</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2022:3930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenkomst 217 Rv gehonoreerd. Belang om zelf argumenten te kunnen voeren en voorkoming mogelijke tegenstrijdige beslissingen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2022:3930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1a4f597a-2c86-4f11-84d1-e077c7d07f21" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e90b531c-b4ce-48ab-bab0-6c3436b4afd7" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/382975 / HA ZA 22-343</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R.L.A. van Buul te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1 in hoofdzaak en verweerder sub 1 in incident] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 2 in hoofdzaak en verweerder sub 2 in incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 3 in hoofdzaak en verweerder sub 3 in incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R.C.M. Michielsen te Uden, gemeente Maashorst,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R.C.M. Michielsen te Uden , gemeente Maashorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna als volgt aangeduid:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident: [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] (vrouwelijk, enkelvoud),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident: [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] (mannelijk, enkelvoud),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>eiseres in het incident: [eiseres in incident] (vrouwelijk, enkelvoud).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte substantiëringsplicht voor zoveel vereist van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot tussenkomst van [eiseres in incident] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De hoofdzaak gaat, kort gezegd, over het volgende. [eiseres in incident] is bij arbitraal vonnis van 30 juni 2020 veroordeeld tot betaling aan [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] van, onder andere, € 350.841,- in hoofdsom en € 26.060,61 aan kosten. [eiseres in incident] heeft volgens [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] niet voldaan aan deze veroordeling. [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] vordert dat [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van hetgeen waartoe [eiseres in incident] is veroordeeld, omdat [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] onrechtmatig jegens [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] heeft gehandeld door opzettelijk (althans voorzienbaar) te bewerkstelligen dat alle verhaalsmogelijkheden zijn onttrokken aan [eiseres in incident] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres in incident] vordert dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. Volgens [eiseres in incident] heeft zij voldaan aan hetgeen waartoe zij was veroordeeld, via verrekening van twee tegenvorderingen. Zij is voornemens een verklaring voor recht te vorderen dat zij al aan het vonnis van 30 juni 2020 heeft voldaan. Hetgeen zij hieraan ten grondslag legt, wordt hierna behandeld, voor zover relevant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] concludeert tot afwijzing van de vordering. Hetgeen zij hieraan ten grondslag legt, wordt hierna behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 218 Rv is de bevoegdheid van een partij om tussen te komen beperkt tot uiterlijk de roldatum waarop de laatste conclusie in de hoofdzaak wordt genomen. [eiseres in incident] heeft de incidentele vordering tot tussenkomst ingesteld bij incidentele conclusie vóór de roldatum waarop [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] de conclusie van antwoord heeft genomen. De incidentele vordering tot tussenkomst is daarom tijdig ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Een partij kan op de voet van art. 217 Rv in een aanhangig geding vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden (o.a. HR 28 maart 2014, NJ 2015 / 206, r.o. 5.3). Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst die aan het belangvereiste voldoet en die tijdig is ingesteld, kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan. Dit is onder meer mogelijk indien toewijzing van de incidentele vordering tot onredelijke vertraging van de hoofdzaak zou leiden (o.a. Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiseres in incident] heeft aangegeven een eigen vordering in te stellen (namelijk een vordering tot een verklaring voor recht dat zij al aan het vonnis van 30 juni 2020 heeft voldaan). Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres in incident] voldoende belang zich met het doel tot het instellen van die vordering te mengen in de procedure tussen [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] en [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] Inzet van de procedure tussen [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] en [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] is immers mede de vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op [eiseres in incident] (omdat het bestaan van de vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op [eiseres in incident] een voorwaarde is voor toewijzing van de vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] ). De procedure tussen [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] en [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] kan ook mogelijk nadelige gevolgen hebben voor [eiseres in incident] , bijvoorbeeld omdat zij mogelijk na een toewijzend vonnis in regres zal worden aangesproken door [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] [eiseres in incident] heeft er daarom voldoende belang bij om met eigen argumenten een vordering die ook haar betreft te bestrijden. Verder voorkomt de tussenkomst een risico op eventueel tegenstrijdige beslissingen over de vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op [eiseres in incident] (namelijk in de procedure tussen [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] en [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] , maar ook in een eventuele procedure tussen [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] en [eiseres in incident] ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Hetgeen [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] hiertegen heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] stelt dat de positie van [eiseres in incident] niet materieel nadelig wordt beïnvloed door een uitspraak tussen [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] en [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] , omdat [eiseres in incident] technisch failliet is. </para>
          <para>Het feit dat [eiseres in incident] technisch failliet is, betekent echter niet dat [eiseres in incident] geen belang heeft bij een oordeel over een vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op haar. Verder heeft [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] haar stelling dat [eiseres in incident] technisch failliet niet onderbouwd, zodat het niet vaststaat dat die stelling juist is. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] voert aan dat achter [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] dezelfde personen zitten als achter [eiseres in incident] , zodat [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] de door [eiseres in incident] te voeren argumenten ook zelf kan voeren en [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] over dezelfde informatie beschikt als [eiseres in incident] . </para>
          <para>Het feit dat achter [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] dezelfde personen zitten als achter [eiseres in incident] , betekent niet dat [eiseres in incident] geen zelfstandig belang heeft bij een oordeel over een vordering van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] op haar. [eiseres in incident] is immers een eigen rechtspersoon met een eigen belang.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.3.</nr>
        <para>
          [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] voert aan dat toelating van [eiseres in incident] als tussenkomende partij vertraging met zich brengt en een kostenverhogend effect heeft. Dat de tussenkomst enige vertraging met zich mee zal brengen en een kostenverhogend effect kan hebben is echter onvoldoende reden om de tussenkomst af te wijzen. Verder heeft [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] niet onderbouwd dat en in hoeverre de tussenkomst vertraging met zich mee zal brengen brengt en een kostenverhogend effect zal hebben.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.4.</nr>
        <para>
          [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] heeft nog aangevoerd dat [eiseres in incident] geen tegenvordering op haar heeft. Dat [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] het bestaan van de tegenvorderingen betwist, wil nog niet zeggen dat [eiseres in incident] geen belang heeft bij haar vordering tot tussenkomst. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De vordering tot tussenkomst wordt op grond van het voorgaande toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Nu de beslissing in de hoofdzaak bepalend is voor de vraag wie de kosten van het incident moet dragen, zal de rechtbank de beslissing over de kosten aanhouden tot de beslissing in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident tot tussenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>staat [eiseres in incident] toe in de hoofdzaak tussen te komen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">26 oktober 2022</emphasis> voor conclusie van eis in de tussenkomst door [eiseres in incident] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat na het nemen van de in rov. 4.3. vermelde conclusie, aan [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] en aan [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] <emphasis role="bold">een termijn van 6 weken</emphasis> zal worden gegeven voor conclusie van antwoord na tussenkomst, en aan [gedaagden in hoofdzaak en verweerders in incident] <emphasis role="bold">een termijn van 6 weken</emphasis> voor conclusie van antwoord (in reactie op de dagvaarding van [eiseres in hoofdzaak en verweerster in incident] ), </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>