<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2020:5162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-23T08:55:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/2956</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:5162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:5162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-23T08:54:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:5162 Rechtbank Oost-Brabant , 29-10-2020 / 19/2956</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2020:5162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2020:5162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SHE 19/2956</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</para>
      <para>(gemachtigde: [naam] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Uwv</para>
      <para>(gemachtigde: mr. B.H.C. de Bruijn).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 september 2019 (het primaire besluit) heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres met ingang van 18 januari 2019 geen recht heeft op een uitkering krachtens de Ziektewet (ZW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2020. Eiseres en het Uwv hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres, geboren op [datum] , werkte op basis van een oproepcontract vanaf 1 september 2018 tot 1 juni 2019 een Loungebar in [vestigingsplaats] in de bediening. Zij heeft op 11 augustus 2019 aan het Uwv gemeld dat zij vanaf 18 januari 2019 ziek is. Omdat zij de aan haar gestuurde vragenlijst niet voor 22 augustus 2019 heeft teruggestuurd heeft het Uwv bij het primaire besluit van 2 september 2019 vastgesteld dat eiseres onvoldoende informatie heeft verstrekt. Daarom wordt geen ZW-uitkering toegekend. </para>
    <para />
    <para>2. Op 2 september 2019 heeft eiseres digitaal bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Vervolgens is bij besluit van 5 september 2019 aan eiseres een voorschot op een ZW-uitkering toegekend vanaf 9 juli 2019, omdat zij de ontbrekende gegevens alsnog had aangeleverd. Het Uwv heeft het bezwaar van eiseres bij het bestreden besluit daarom gegrond verklaard. Het verzoek tot proceskostenvergoeding heeft het Uwv afgewezen, omdat niet is gebleken van proceshandelingen die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres stelt dat zij wel recht heeft op een proceskostenvergoeding. Zij voert aan dat het Uwv het bezwaar gegrond heeft verklaard en daarom gehouden is om de kosten die eiseres heeft gemaakt om in bezwaar te gaan te vergoeden. Omdat het Uwv dat niet heeft gedaan, is sprake van onrechtmatig handelen. Verder voert ze aan dat haar gemachtigde juridisch advies heeft gegeven en heeft meegewerkt aan het opstellen van het bezwaarschrift, hetgeen is aan te merken als een proceshandeling. Zij heeft een nota overgelegd ter zake het ingewonnen juridisch advies.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt dat in de bij het Bpb behorende Bijlage een limitatieve opsomming is gegeven van de in het kader van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand verrichte proceshandelingen die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Voor de bezwaarfase gaat het dan om het indienen van een bezwaarschrift, het verschijnen op de hoorzitting en een eventuele nadere hoorzitting. Het verstrekken van juridisch advies en het behulpzaam zijn bij het opstellen van een bezwaarschrift vormen als zodanig geen proceshandelingen. De rechtbank wijst in dit kader op vaste rechtspraak van de CRvB (bijvoorbeeld de uitspraak van 18 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5173), waaruit volgt dat voor een door een betrokkene op eigen naam ingediend bezwaarschrift geen vergoeding van proceskosten wordt toegekend, ook al is dit bezwaarschrift door of met de hulp of na advies van een professioneel rechtshulpverlener opgesteld. Vergoeding zou slechts mogelijk zijn geweest indien het bezwaarschrift door of mede door de raadsman, in een kenbare hoedanigheid als gemachtigde van eiseres, zou zijn ingediend. Dat is hier niet gebeurd. Deze grond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>4. Het Uwv heeft dan ook terecht geweigerd de door eiseres gevraagde proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van `t Klooster, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J.C.W. Emmen, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 29 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>