<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2020:4251</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-08T21:46:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7336603 CV EXPL 18-7336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:4251">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:4251</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-08T21:33:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:4251 Rechtbank Oost-Brabant , 23-07-2020 / 7336603 CV EXPL 18-7336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2020:4251:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>eindvonnis na deskundigenbericht, lekkage dakbedekking, aanneming van werk, geen toerekenbare tekortkoming gedaagde, geen integrale proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2020:4251:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingslocatie 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:	7336603 \ CV EXPL  18-7336 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van 23 juli 2020  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Depman (DAS)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.A. van der Weijst</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:</para>
      <para>- de tussenvonnissen van 4 april 2019, 4 juli 2019 en 19 september 2019 en de in die vonnissen genoemde processtukken;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 12 maart 2020 door [deskundige] ter griffie gedeponeerde deskundigenrapport;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie na deskundigenrapport van [eiser] d.d. 23 april 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie na deskundigenrapport van [gedaagde] d.d. 28 mei 2020.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de kantonrechter een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij wat zij heeft overwogen en beslist in de tussenvonnissen van 4 april, 4 juli en 19 september van het jaar 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het laatstgenoemde tussenvonnis heeft de kantonrechter [deskundige] (hierna: [deskundige] ) van [A] te [woonplaats 3] , benoemd als deskundige en hem opgedragen om de in het tussenvonnis van 4 juli 2019 geformuleerde vragen 1 tot en met 7 te beantwoorden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [deskundige] aan de gegeven opdracht heeft voldaan en daarbij de door de kantonrechter gegeven instructies in acht heeft genomen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op de concept-rapportage van [deskundige] te reageren. [deskundige] heeft vervolgens gereageerd op de door partijen gemaakte opmerkingen en de hem gestelde vragen, voor zover relevant en ter zake doende, en zijn reactie opgenomen in de definitieve rapportage. [deskundige] heeft de brieven en e-mails waarin de reacties en vragen van partijen op de concept-rapportage zijn verwoord als bijlage bij het gedeponeerde rapport gevoegd, zodat de kantonrechter ook van die reacties en vragen heeft kunnen kennisnemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het deskundigenonderzoek gelast om de vraag te kunnen beantwoorden of [gedaagde] tekort geschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit een tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. Het gaat daarbij om nakoming van verplichtingen die strekten tot het aanbrengen van dakbedekking op de garage van [eiser] . In haar tussenvonnis van 4 april 2019 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [gedaagde] voorshands voldoende gemotiveerd had weersproken dat hij gebrekkig werk had geleverd, wat [eiser] heeft gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Na kennisname van het gedeponeerde deskundigenrapport en van wat partijen in reactie daarop nog naar voren hebben gebracht in hun conclusies na deskundigenrapport, concludeert de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit boven aangehaalde aannemingsovereenkomst. De kantonrechter licht haar conclusie als volgt toe.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.5.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [eiser] heeft aan [deskundige] vier uitsneden overhandigd die dakbedekkingsmateriaal bevatten. [eiser] heeft gesteld dat deze uitsneden allemaal genomen zijn uit zijn lekgeraakte garagedak. De uitsneden bevatten een onderconstructie van vlasspaanplaat en een tweelaags dakbedekkingssysteem, zo blijkt uit de gedeponeerde rapportage. </para>
          <para>
            [deskundige] heeft aan de hand van twee van deze uitsneden de deugdelijkheid van de gewraakte dakbedekking onderzocht. Omdat namens [gedaagde] werd betwist dat de door [eiser] aangereikte uitsneden daadwerkelijk deel uit hebben gemaakt van het lekgeraakte garagedak, heeft [deskundige] eerst onderzoek gedaan op dit punt. De herkomst van één van de uitsneden heeft hij vastgesteld door de unieke kenmerken hiervan te vergelijken met de gegevens uit het procesdossier. Doorslaggevend vindt [deskundige] een unieke uitgestroomde bitumenrups die bij die uitsnede zichtbaar is en die eveneens zichtbaar is op foto 2 in het rapport van [B] van 25 mei 2018, dat [eiser] in het geding heeft gebracht. Vervolgens heeft [deskundige] de andere uitsnede onderworpen aan een fluorescentiemicrosopisch onderzoek om vast te kunnen stellen dat de dakbedekking van beide uitsneden van hetzelfde materiaal zijn, wat het geval blijkt te zijn. De kantonrechter vindt dat aldus overtuigend is vastgesteld dat de uitsneden afkomstig zijn uit het lekgeraakte dak. Daar komt nog bij dat [deskundige] op aanhoudende twijfels van de zijde van (de advocaat van) [gedaagde] , heeft verklaard er volledig van overtuigd te zijn dat beide uitsneden afkomstig zijn van het garagedak van [eiser] . De kantonrechter schaart zich achter dit (deugdelijk gemotiveerde) standpunt van de deskundige. Aan de opnieuw in de conclusie na deskundigenbericht namens [gedaagde] geuite twijfels gaat de kantonrechter voorbij, nu deze enkel een herhaling bevatten van wat eerder naar voren is gebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het onderzoek naar de deugdelijkheid van de dakbedekking heeft naar het oordeel van de kantonrechter overtuigend aangetoond dat de kwaliteit van de dakbedekking goed is. [deskundige] heeft verklaard dat de dakbedekking op de onderzochte delen voldoende weerstand heeft tegen windbelasting, niet brandgevaarlijk is en dat het dakbedekkingssysteem op zichzelf waterdicht is. Het meermaals belopen van het dak heeft geen invloed op de kwaliteit van de dakbedekking. Het plaatsen van zonnepanelen kan wel van invloed zijn op de kwaliteit wanneer deze onjuist worden geplaatst. [deskundige] heeft geen aanwijzingen gevonden om ervan uit te gaan dat dit laatste in casu het geval is geweest. </para>
          <para>
            [eiser] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht erkend dat de kwaliteit van de dakbedekking op de uitsneden goed is bevonden. Hij heeft in dit verband aangehaald “dat  [deskundige] heeft geoordeeld dat het onderzochte dakbeschot inclusief dakbedekking de eigenschappen bezit die het op grond van de geldende normen dient te beschikken”.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.3.</nr>
        <para>
          [eiser] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat daarmee nog niet is gezegd dat ook het aangetaste deel van de dakbedekking van goede kwaliteit was. De kantonrechter stelt in dit verband voorop dat de bewijslast van de stelling dat de opgetreden lekkage een gevolg is geweest van een gebrekkige dakbedekking op [eiser] rust. Uit de conclusie na deskundigenbericht blijkt dat [eiser] zich hiervan ook bewust is. Vast staat dat [eiser] het deel van de dakbedekking waar de lekkage zich voor heeft gedaan, niet meer in zijn bezit heeft en dat deel dus ook niet heeft kunnen laten onderzoeken. Dit is een omstandigheid die voor zijn risico komt. [eiser] heeft zichzelf in bewijsnood gebracht en zal de gevolgen daarvan moeten dragen. Dat zowel de door [eiser] geraadpleegde [C] als [D] in een eerder stadium het aangetaste deel van de dakbedekking wel hebben gezien en onderzocht en dat zij hebben geconcludeerd dat de lekkage het gevolg was van een gebrekkige kwaliteit van dat deel van de dakbedekking, vindt de kantonrechter onvoldoende om te concluderen dat [eiser] het op hem rustende bewijs heeft geleverd. De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis van 4 april 2019 al uiteengezet dat en waarom zij de conclusies van [C] en [D] , bezien in het licht van het door [gedaagde] gevoerde verweer, onvoldoende vindt om zich een deugdelijk oordeel te vormen over de oorzaak van de lekkage. Had ze die conclusies wel toereikend gevonden, dan had zij vanzelfsprekend geen opdracht gegeven om een nader onderzoek uit te voeren. Daar komt bij dat de onderzoeksresultaten van [deskundige] vragen oproepen over de ingebrachte conclusies van [C] en [D] . Zo rapporteert [C] , die overigens geen specifieke deskundigheid heeft op het gebied van dakdekken, dat er sprake is van slechte kwaliteit dakbedekking. Deze algemene stelling wordt gelogenstraft door de resultaten van het gedegen onderzoek dat [deskundige] heeft gedaan. [D] heeft in zijn rapportage (in algemene zin) melding gemaakt van zeer afwijkende eigenschappen van het materiaal. Ook deze melding is in het geheel niet te rijmen met de onderzoeksresultaten van [deskundige] . </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.4.</nr>
        <para>Dat de door [gedaagde] genoemde oorzaken van de lekkage ook niet zijn komen vast te staan, moge zo zijn maar dit is voor de vraag of [eiser] is geslaagd aan te tonen dat de lekkage is veroorzaakt door een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] niet relevant. Op [gedaagde] rust immers geen bewijslast. Het is [eiser] die zijn stelling moet bewijzen dat de lekkage een gevolg is van “een gebrek in de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden” en van “gebrekkige dakbedekking”. De kantonrechter vindt dat [eiser] niet in dat bewijs is geslaagd. Dit betekent dat de op die stellingen gebaseerde vorderingen zullen worden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] hoeft dus geen vervangende schadevergoeding te betalen en ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten en de kosten voor het deskundigenonderzoek moeten voor rekening van [eiser] blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht gesteld dat hij vindt dat [eiser] moet worden veroordeeld tot betaling van alle door [gedaagde] gemaakte proceskosten, inclusief alle kosten van rechtskundige bijstand. De gemaakte kosten van rechtskundige bijstand bedragen € 13.173,43, volgens [gedaagde] . Hij ziet aanleiding voor een integrale kostenveroordeling omdat [eiser] een kostbare gerechtelijke procedure is gestart, terwijl hij slechts een beperkt financieel belang had. [eiser] kon zich dit veroorloven omdat hij een rechtsbijstandsverzekering heeft, aldus [gedaagde] . [gedaagde] heeft een dergelijke verzekering niet en heeft een advocaat moeten inhuren om zich tegen de aantijgingen van [eiser] te verdedigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in wat [gedaagde] allemaal naar voren heeft gebracht ter onderbouwing van zijn standpunt dat een integrale proceskostenveroordeling hier op zijn plaats is, onvoldoende grond om tot een dergelijke veroordeling te beslissen. Zij licht dit toe met de volgende argumenten.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.8.1.</nr>
        <para>De kantonrechter vindt niet dat [eiser] misbruik gemaakt heeft van procesrecht en evenmin vindt zij dat [eiser] tegen beter weten in een vordering heeft ingesteld. Het enkele feit dat de ingestelde vordering niet slaagt, kan dergelijke conclusies niet dragen. Het feit dat de kantonrechter een deskundige heeft moeten inschakelen om een oordeel te kunnen vellen over de gegrondheid van de vorderingen, wijst al uit dat het gelijk van [gedaagde] niet een op voorhand uitgemaakte zaak was. Dat het geldelijk belang dat met de vordering is gemoeid in schril contrast is komen te staan met de kosten die in deze procedure zijn gemaakt, mag zo zijn maar dat enkele feit rechtvaardigt geen integrale kostenveroordeling. In dit verband merkt de kantonrechter op dat de procedure ook [eiser] een fikse kostenpost heeft opgeleverd. Hij zal immers niet alleen worden veroordeeld in de proceskosten, maar hij zal ook de kosten moeten dragen die zijn gemoeid met het deskundigenbericht. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.8.2.</nr>
        <para>Dat de advocaatkosten voor [eiser] lager zijn omdat [eiser] een rechtsbijstandsverzekering heeft, is ook geen reden om tot een integrale proceskostenveroordeling te besluiten. De keuze om al dan niet een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten is er één die iedereen kan maken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.8.3.</nr>
        <para>De kantonrechter kan zich verder niet aan de indruk onttrekken dat de advocaatkosten lager voor [gedaagde] hadden kunnen uitvallen als ervoor zou zijn gekozen om af te zien van het telkens opnieuw breedvoerig uiteenzetten van al eerder naar voren gebrachte standpunten en zienswijzen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.8.4.</nr>
        <para>Tenslotte kan de kantonrechter zich voorstellen dat het betrokken worden in een gerechtelijke procedure, die draait om de kwaliteit van werk dat is geleverd, veel stress kan opleveren en ook een gevoel aangetast te worden in beroepseer en –integriteit. Dit is een aspect dat helaas vaak inherent is aan het voeren van gerechtelijke procedures. Een proceskostenveroordeling is niet in het leven geroepen om daarvoor een geldelijke compensatie te bieden. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [eiser] wordt in het ongelijk gesteld en zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de kant van [gedaagde] tot vandaag begroot op € 960,00 als bijdrage in de kosten salaris gemachtigde (niet met btw belast). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] tot vandaag begroot op een bedrag van € 960,00;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2020</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>