<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2020:2865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-24T16:03:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/358852 / BP RK 20-308</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:2865">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:2865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-04T16:07:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:2865 Rechtbank Oost-Brabant , 04-06-2020 / C/01/358852 / BP RK 20-308</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2020:2865:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Presidentsrekesten. Verlof tot leggen van beslag geweigerd. Niet summierlijk gebleken van een vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2020:2865:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="455c3347-bbb0-4e3b-a84d-494c3447b799" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="41308bcb-02f8-4707-b97d-bfea2f1e7755" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/01/358852 / BP RK 20-308</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 4 juni 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. N. Broeren te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift van 22 mei 2020 met 9 producties</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling via een skype verbinding op 2 juni 2020, waar verzoeker zelf en mr. N. Broeren zijn verschenen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van beslag op de onroerende zaak aan de [adres] te [plaats] , complexaanduiding [nummer] , appartementsindex [nummer] (hierna: de onroerende zaak) tot verhaal van een door [verzoeker] gepretendeerde vordering op [belanghebbende] tot een bedrag van € 35.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [belanghebbende] heeft de tussen partijen gesloten koopovereenkomst terzake de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats] per 16 maart 2020 ontbonden, omdat [verzoeker] niet heeft meegewerkt aan levering van de woning op 2 maart 2020. [belanghebbende] heeft daarbij aanspraak gemaakt op de in artikel 14.2 van de koopovereenkomst overeengekomen boete van 10 % van de koopsom, zijnde een bedrag van € 44.000,00. Die boete is door de notaris op 18 maart 2020 aan [belanghebbende] uitbetaald. [verzoeker] stelt zich thans op het standpunt dat hem een beroep toekomt op matiging van de boete op grond van artikel 6:94, lid 1 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, ook na het horen van verzoeker ter zitting, niet summierlijk van de deugdelijkheid van een vorderingsrecht van [verzoeker] gebleken. Daarvoor is het volgende met name van belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat [verzoeker] op 16 maart 2020 bij de notaris een vaststellingsovereenkomst heeft getekend, waarbij partijen zijn overeengekomen dat [verzoeker] in verband met de ontbinding van de koopovereenkomst wegens niet nakoming van de koper, aan [belanghebbende] een boete verschuldigd is ter grootte van 10 % van de koopsom. Zolang deze overeenkomst tussen partijen geldt (door [verzoeker] is niet gesteld dat de overeenkomst nietig dan wel vernietigbaar is) valt niet in te zien op welke grond [verzoeker] recht heeft op terugbetaling van (een gedeelte) van de boete wegens niet nakoming van de koopovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Dat de boete door de rechter zal worden gematigd, gesteld dat de vaststellingsovereenkomst tussen partijen voor vernietiging in aanmerking komt, is door [verzoeker] weliswaar gesteld, maar door [belanghebbende] gemotiveerd betwist. Zo heeft [verzoeker] wel gesteld dat [belanghebbende] geen schade heeft geleden als gevolg van de tekortkoming van [verzoeker] , maar dit is door [belanghebbende] gemotiveerd betwist. Dat [belanghebbende] de onroerende zaak voor tenminste hetzelfde bedrag heeft verkocht aan een derde koper, heeft [verzoeker] slechts via via vernomen, zodat hier niet zonder meer vanuit kan worden gegaan, nog daargelaten of dit meebrengt dat een geslaagd beroep op matiging kan worden gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Nu zeer onzeker is dat [verzoeker] een vorderingsrecht geldend kan maken jegens [belanghebbende] , zal het gevraagde verlof worden geweigerd. Het belang van [verzoeker] om beslag te leggen voor een (toekomstige) vordering die zeer onzeker is, weegt niet op tegen het belang van [belanghebbende] om gevrijwaard te blijven van een beslag op de onroerende zaak, die levering van de onroerende zaak aan een derde koper zal frustreren. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>weigert het gevraagde verlof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>