<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2020:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-07T10:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/860222-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2021:1384" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2021:1384, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2021:3655" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2021:3655, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>E&amp;R 2020, afl. 6, p. 260</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:1613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2020:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-18T15:16:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:1613 Rechtbank Oost-Brabant , 20-03-2020 / 01/860222-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2020:1613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak voor verkrachting.</para>
        <para>Er is ruimte ontstaan voor twijfel aan het waarheidsgehalte van de verklaringen van aangeefster. Daarnaast acht de rechtbank het scenario dat verdachte schetst niet zonder meer aannemelijk, maar ook niet volstrekt onmogelijk. Verder zijn de aangetroffen sporen op de pyjama van aangeefster  niet te herleiden tot verdachte en passen zij in beide scenario's.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2020:1613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="a5a4fb4f-2b32-4ef1-9753-80c30050fcb5" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [01/860222-18]</para>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/860222-18 </para>
      <para>Datum uitspraak: 20 maart 2020	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] .
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 maart 2020.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 februari 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in of omstreeks de periode van 31 maart 2017 tot en met 01 april 2017 te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oss,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen tot het ondergaan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht,</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- de kamer door die [slachtoffer] af heeft laten sluiten en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] (met kracht) heeft vastgepakt en/of op zijn schoot heeft
 vastgehouden en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] heeft gemaand stil te zijn en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- voorbij is gegaan aan de verzoeken van die [slachtoffer] om te stoppen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze geen gekke dingen moet doen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] (met kracht) op de grond heeft geduwd (onder meer) door aan haar
 haren te trekken en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- het hoofd van die [slachtoffer] (met kracht) naar zijn, verdachtes, geslachtsdeel
 heeft getrokken en/of hierbij de haren en/of staart en/of hoofd van die
 [slachtoffer] (met kracht) vast heeft gehouden en/of op -en neergaande bewegingen
 heeft gemaakt en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij niets mocht vertellen tegen anderen
 en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer] zich
 bevond en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- fysiek en/of psychisch en/of feitelijk overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad
 vanwege (onder meer) de verstandelijke beperking van die [slachtoffer] en/of de
 afhankelijkheidsrelatie bestaande uit het feit dat hij, verdachte, werkzaam
 is bij de zorginstelling waar die [slachtoffer] verblijft en aldaar haar begeleider
 was, waardoor die [slachtoffer] niet, in elk geval onvoldoende in staat is geweest
 weerstand te bieden aan hem, verdachte, en/of</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de laatste drie regels van de tenlastelegging staat abusievelijk vermeld ‘ [slachtoffer] ’ of ‘ [slachtoffer] ’, waar had behoren te staan ‘ [slachtoffer] ’. De rechtbank ziet dit steeds als een kennelijke verschrijving.  Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte hierdoor niet in zijn rechten geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. [slachtoffer] heeft tijdens het studioverhoor verklaard hoe verdachte haar kamer is binnen gekomen, de deur op slot heeft gedaan, haar op zijn schoot heeft getrokken, een vinger in haar vagina heeft gebracht en vervolgens haar heeft gedwongen om hem te pijpen. Nadat verdachte in haar mond was klaargekomen heeft [slachtoffer] het sperma uitgespuugd en meteen daarna haar tanden gepoetst. Op de betreffende tandenborstelkop zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van sperma en een relatief geringe hoeveelheid van Y-chromosomaal DNA. Uit aanvullend onderzoek door het NFI is naar voren gekomen dat het ‘<emphasis role="italic">zeer veel waarschijnlijker’</emphasis> is dat het DNA-spoor van verdachte of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man afkomstig is dan van een willekeurige andere man. Ook zijn er na de verkrachting door verschillende personen heftige emoties en gedragsveranderingen bij [slachtoffer] waargenomen. Ten aanzien van wat er feitelijk precies is gebeurd, kan worden uitgegaan van de verklaringen van [slachtoffer] . Er is geen reden om aan de juistheid van haar verklaringen te twijfelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft - op gronden zoals verwoord in haar pleitnota - integrale vrijspraak bepleit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij zedenzaken is de bewijsvraag vaak lastig te beantwoorden omdat de lezingen van de aangeefster/slachtoffer en de verdachte veelal lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat is in dit geval niet anders. Enerzijds is er de verklaring van [slachtoffer] , die ondersteuning lijkt te vinden in de aangetroffen sporen op haar tandenborstel en pyjama en in de verklaringen van getuigen over haar emoties en gedrag na het incident. Anderzijds is er de stellige ontkenning van verdachte en de verklaring die hij geeft voor de aangetroffen sporen. Deze laatste verklaring vindt steun in de verklaring van zijn echtgenote. De rechtbank dient al deze zaken zorgvuldig tegen elkaar af te wegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer] nauwkeurig bekijkt valt een aantal punten op. [slachtoffer] verklaart vanaf het begin consistent over het moeten pijpen van verdachte, terwijl zij pas 6 weken later bij het studioverhoor vertelt - op vragen van de verhoorster of er nog meer is gebeurd - dat verdachte met zijn vingers in haar vagina is geweest. Een duidelijke reden waarom zij dit niet eerder heeft verteld is niet gebleken. Zij verklaart verder de ene keer dat verdachte haar deur op slot heeft gedaan en een andere keer dat zij dat zelf heeft gedaan. Verdachte zou een uur op haar kamer zijn geweest. Hetgeen [slachtoffer] vertelt over wat er toen   is gebeurd, past in een aanzienlijk korter tijdsbestek. Ook in het studioverhoor geeft [slachtoffer] weinig details over de precieze manier waarop de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en geeft zij geen invulling aan een tijdsbestek van een uur. Evenmin geeft zij veel details. Het meest concrete wat zij verklaart is dat de penis van verdachte volgens haar besneden was of zo, ‘<emphasis role="italic">daar leek ’t op</emphasis>”.   </para>
      <para>
        [slachtoffer] is een jonge vrouw met beperkingen. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het ontbreken van details in haar verklaringen en de overige geconstateerde punten. De rechtbank kan er anderzijds ook niet omheen dat getuigen die [slachtoffer] goed kennen, verklaren dat zij  vaker over gebeurtenissen heeft verteld die achteraf zich niet of anders hebben voorgedaan. Hoe dan ook, tegen deze achtergrond is het niet eenvoudig om te beoordelen hoe waarheidsgetrouw haar verklaringen nou precies zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn naar het oordeel van de rechtbank ook verklaringen in het dossier die afbreuk kunnen doen aan de betrouwbaarheid van [slachtoffer] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter zitting een verklaring van zijn huisarts overgelegd. Uit die verklaring blijkt  dat verdachte <emphasis role="italic">niet</emphasis> besneden is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit kader acht de rechtbank ook van belang dat [slachtoffer] de dag na het voorval heeft gesproken met [getuige] . Zij heeft aan deze getuige een volledig andere lezing gegeven, namelijk dat verdachte haar op haar buik zoende terwijl hij haar vasthield en dat hij steeds verder naar beneden is gegaan en haar heeft aangeraakt bij haar vagina, totdat zij verdachte een klap gaf. [getuige] is bij de rechter-commissaris erbij gebleven dat dit is wat [slachtoffer] tegen hem heeft gezegd. Deze verklaring wijkt in hoge mate af van de verklaringen die zij bij de politie heeft afgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierdoor ontstaat ruimte voor twijfel aan het waarheidsgehalte van de verklaringen van [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat vindt de rechtbank verder van belang?</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat op de tandenborstelkop van [slachtoffer] sporen zijn aangetroffen met DNA-materiaal van de verdachte. Dit zou kunnen aansluiten bij de verklaring van [slachtoffer] dat zij na het pijpen van verdachte direct haar tanden heeft gepoetst. Verdachte heeft een alternatief scenario aangedragen. Dit scenario houdt in dat hij, nadat hij op de kamer van [slachtoffer] is geweest, heeft gedoucht, waarbij hij zijn kleren – waaronder zijn onderbroek – in een tas op de gang heeft geplaatst. Later bleek dat hij nadien zijn onderbroek miste. Op die onderbroek bevonden zich spermavlekken van verdachte omdat hij eerder op diezelfde dag seks had gehad met zijn vrouw waarbij hij klaarkwam en daarbij zijn sperma - onder meer - terechtkwam op zijn (onder)broek, alsmede dat hij in die periode vaak spontaan zaadlozingen in zijn onderbroek had. Verdachte stelt dat [slachtoffer] zijn onderbroek tijdens het douchen heeft weggenomen - hij had slaapdienst en tegen haar gezegd dat hij zou gaan douchen - en met haar tandenborstelkop over de op die onderbroek aanwezige spermavlekken heeft gewreven waardoor zijn DNA op de tandenborstelkop terecht is gekomen. De echtgenote van verdachte heeft verklaard dat hij tegen haar een dag na het voorval heeft verteld dat hij zijn onderbroek miste. Ze heeft ook verklaard dat verdachte voor aanvang van zijn dienst seks met haar heeft gehad en dat daarbij sperma op zijn kleding terecht is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het scenario dat verdachte schetst niet zonder meer aannemelijk, maar ook niet volstrekt onmogelijk. Verder zijn de aangetroffen sporen op de pyjama van [slachtoffer] niet te herleiden tot verdachte en passen zij in beide scenario’s. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles tegen elkaar afwegende kan de rechtbank niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Er is te veel ruimte voor twijfel. De door derden bij [slachtoffer] waargenomen emoties en gedragsverandering leggen in dit verband te weinig gewicht in de schaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij.</title>
    <para>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart </emphasis> de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.A.H.A Schnitzler-Strijbos en mr. A.W.A. Kap-Knippels, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 20 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>