<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2019:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T09:24:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 19/029</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T09:23:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2019:7820 Rechtbank Oost-Brabant , 20-09-2019 / WR 19/029</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Gericht tegen de wrakingskamer die de wrakingszaak WR 19/027 behandelde. Het verzoek is niet-ontvankelijk omdat het is gedaan na de beslissing in zaak WR 19/027. Ten overvloede, tegen een wrakingsbeslissing staat geen voorziening open</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="61e82901-1f0e-4141-8460-7cc30b654679" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c7e706bd-ae3f-42e5-8908-9ea27450a387" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: WR 19/029</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 20 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. H.M.H. de Koning, mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. S.M.J. Korthuis-Becks</emphasis>,</para>
      <para>rechters in deze rechtbank en leden van de wrakingskamer in zaak WR 19/027. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para>Verzoekers zijn gedaagden in de bij deze rechtbank aanhangig gemaakte civiele procedure (kanton) met zaaknummer 7423491 \ CV EXPL 18-11070. Verzoekers hebben de rechter die die zaak behandelt, mr. J.M.J. Godrie, bij brief van 19 augustus 2019 gewraakt. Bij beslissing van 4 september 2019 (zaak WR 19/027) heeft de wrakingskamer, bestaande uit de hiervoor genoemde gewraakte rechters, dit wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben bij brief van 10 september 2019, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 11 september 2019, de wrakingskamer gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Een wrakingsverzoek wordt in beginsel ter zitting behandeld (artikel 39 lid 1 Rv). De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek echter op grond van artikel 9.1 aanhef en sub c, van het Wrakingsprotocol rechtbank Oost-Brabant zonder behandeling ter zitting aanstonds afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, wanneer dat verzoek is ingediend ná het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. De wet voorziet immers niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan (HR 2 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2366).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals onder ‘Procesverloop’ is vermeld, heeft de wrakingskamer, bestaande uit de hiervoor genoemde gewraakte rechters, reeds op 4 september 2019 beslist op het tegen</para>
        <para>mr. Godrie gerichte wrakingsverzoek. Het nu aan de orde zijde wrakingsverzoek is ingediend na die beslissing en is reeds daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is van een mondelinge behandeling afgezien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Verzoekers hebben in hun brief niet alleen de wrakingskamer gewraakt, maar ook uiteengezet waarom de beslissing van 4 september 2019 volgens hen onjuist is. Verzoekers hebben in hun brief verder aangegeven, voor zover van belang<emphasis role="italic">: “Voor zover Verweerder </emphasis>(de wrakingskamer leest: verzoekers) <emphasis role="italic">als niet-jurist een onjuiste weg bewandelt (…) dan verneemt Verweerder zulks vanzelfsprekend graag van u”.</emphasis> De wrakingskamer wijst verzoekers er daarom op dat tegen de beslissing van 4 september 2019 geen rechtsmiddel open staat (artikel 39 lid 5 Rv). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. C.T.C. Wijsman en</para>
      <para>mr. T. van de Woestijne, leden, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>