<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2019:7817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T08:44:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 19/025</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T08:43:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2019:7817 Rechtbank Oost-Brabant , 26-09-2019 / WR 19/025</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Processuele beslissing om iemand als derde-partij toe te laten tot het geding. Misbruik van het instrument van wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="41040250-b047-44d2-9d42-808bec2687c4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a7aa7810-d433-436b-9f4b-2884e6278097" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Locatie 's-Hertogenbosch </para>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: WR 19/025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 26 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant, bestaande uit </para>
      <para>mr. E.J.C. Adang, voorzitter, en mr. M.E. Bartels en mr. J.J. Janssen, leden, </para>
      <para>hierna te noemen: de wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. D.J. de Lange</emphasis>
      </para>
      <para>in zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de zaak met zaaknummer SHE 18/2489, </para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      </parablock>
      <para>- het wrakingsverzoek van 13 augustus 2019;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 14 augustus 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van verzoekster van 19 augustus 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de rechter van 23 augustus 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het dossier in de wrakingszaak met zaaknummer SHE 18/2489. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 12 september 2019. Verzoekster is in persoon verschenen. Verzoekster heeft spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De rechter is wegens verhindering niet verschenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1</para>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de bestuursrechtelijke zaak met zaaknummer SHE 18/2489. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2</para>
      <para>In de kern genomen heeft verzoekster blijkens het schriftelijke verzoek tot wraking van de rechter en de nadere toelichting daarop tijdens de mondelinge behandeling aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter ten onrechte en op eigen initiatief heeft beslist de heer Baselmans als derde partij aan te merken. De rechter heeft aldus ten onrechte de omvang van het aanhangig gemaakte geding uitgebreid. Het handelen van de rechter duidt op (de schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid.       </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3</para>
      <para>De rechter heeft in zijn schriftelijke reactie laten weten dat hij niet in de wraking berust en heeft verder aangevoerd dat een beslissing om een processuele partij in het geding toe te laten, geen grond voor wraking kan opleveren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1</para>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoekster die concrete omstandigheden moet aanvoeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoekster acht de rechter vooringenomen omdat deze een - in haar ogen - onjuiste beslissing heeft genomen. De juistheid van de rechterlijke beslissing kan echter alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De wrakingskamer is van oordeel dat de door verzoekster aangevoerde grond deze hoge drempel niet haalt. Uit het vorenstaande volgt dat er geen sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat de rechter moet worden geacht met betrekking tot verzoeker vooringenomen te zijn, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek daarom afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft in deze procedure thans tweemaal dezelfde rechter op dezelfde gronden gewraakt. Deze wrakingsverzoeken zijn niet gehonoreerd en leiden tot een onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is naar het oordeel van de wrakingskamer sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer SHE 18/2489 niet meer in behandeling zal worden genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst </emphasis>het verzoek tot wraking van de rechter <emphasis role="bold">af</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">bepaalt</emphasis> dat een volgend wrakingsverzoek van de rechter in de procedure met zaaknummer SHE 18/2489 niet meer in behandeling zal worden genomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door:</para>
      <para>mr. E.J.C. Adang, voorzitter,  </para>
      <para>mr. M.E. Bartels en mr. J.J. Janssen, leden,  </para>
      <para>in tegenwoordigheid van Ş. Altun, griffier,</para>
      <para>en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier:							de voorzitter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>